Categorie archief: De Standaard

Ook dochters worden dertig…

… zelfs mijn oudste, en ik weet wat het voor haar betekent, ik kreeg daar druppelsgewijs wat inzicht in.

 

Het heeft te maken met keuzes, want wat achter haar ligt wordt stilaan omvangrijk genoeg om de vraag te stellen hoe het verder moet. Dat doet een mid-vijftiger als vader wat minder. Daar denkt een twintiger  hoe dan ook nog niet aan.

Maar een dertiger voelt de druk, vanwaar die dan ook mag komen, misschien het meest nog van zichzelf, en wil stappen zetten, beslissingen nemen, plannen en doorgaan.

 

Haar geboortejaar herinner ik me als gisteren.

De diplomatische relaties tussen China en de USA werden geformaliseerd. Pol Pot en de Khmer Rouge worden omvergegooid door de Vietnamese troepen, en de Shah van Iran moet naar Egypte vluchten. Santa Lucia verklaart zich onafhankelijk van Groot-Brittannië en er wordt een vredesakkoord getekend in Washington tussen Anwar al-Sadat, Menachem Begin en Jimmy Carter.

 

Sadam Hussein wordt president van Irak. Israël en Egypte tekenen het “Camp David” akkoord en John Wayne sterft aan longkanker terwijl Moeder Teresa de Nobelprijs voor de Vrede krijgt.

Het is het jaar waarin Margaret Tatcher als eerste vrouw Eerste Minister van Groot-Brittannië wordt en “Alien” de bioscopen verovert. De eerste “Walkman” verschijnt in de winkels terwijl het ruimtestation Skylab terug naar de aarde komt. De Sandinisten gooien het Somoza regime overboord in Argentinië, een maand later sterft Lord Mountbatten door een bomaanslag van de IRA in Sligo. Een dag later ontploft zelfs een bom van de IRA op de grote markt in Brussel. De Nato opperbevelhebber Alexander Haig ontsnapt in datzelfde Brussel aan een aanslag van de Baader-Meinhof Groep. In Zweden mogen ouders hun kinderen niet meer lichamelijk straffen terwijl twee families uit Oost-Duitsland met een ballon naar het westen vluchten.

 

De paus kust als eerste paus de grond in de USA, Nelson Rockefeller sterft aan een hartaanval, niet omwille van de paus.

En wie dacht dat autobouwers pas nu in crisis zijn, Chrysler vroeg de US regering 1 miljard steun om niet failliet te gaan. Geschiedenis herhaalt zich.

Bokasa I verdwijnt van het toneel, Panama krijgt het Panamakanaal terug van de US, en Namco brengt het spelletje Pac-Man op de markt in Japan.

Rhodesië wordt Zimbabwe en de eerste Europese Ariane raket wordt gelanceerd.

 

De eerste Post-it notitieblok wordt uitgevonden en tweehonderdduizend mensen eisen tijdens de eerste “Gay Rights March” in Washington het einde van sociale, economische juridische en wettelijke onderdrukking van homo’s en lesbiennes. Dat doen ze vandaag nog altijd. Overal, soms met succes, soms zonder. België heeft een pioniersrol gespeeld op dit vlak, Oostenrijk keurde slechts (uitgerekend) deze week het homohuwelijk goed in het parlement. Maar toch nog eens met een beperking opgedrongen door de ÖVP (onze CD&V): er mag niet gevierd worden op de burgerlijke stand dat is nog altijd een hetero privilege, het officiële huwelijk wordt verwezen naar de plaatselijke districten. Adoptie komt niet in vraag, geen kinderen voor deze mensen. Schijnheilige vooruitgang.

 

En ik herinner me haar geboortejaar nog als gisteren omdat dat alles in 1979 allemaal aan mij voorbij  is gegaan. Want mijn oudste werd geboren. Wat is er meer wereldschokkend voor een vader dan een dochter?

Ik wens haar vanuit Wenen een gelukkige verjaardag.

Met de boodschap dat nogal wat vrouwen van veertig en zelfs vijftig me verteld hebben dat dertig worden nog zo erg niet is.
Dus, relax en geniet.

Reacties uitgeschakeld voor Ook dochters worden dertig…

Opgeslagen onder De Standaard

Het nieuwe Oostenrijkse virus heet Jane Bürgemeister

Ze is de dochter van een Ierse moeder en Oostenrijkse vader met Umlaut, ik schat ze veertig. Ze ziet er wat burgerlijk uit, heeft kort haar, randen onder de ogen en te veel lippenstift op haar volle lippen. Ze zit dag en nacht achter haar computer van waaruit ze de ondertussen meest gelezen en meest geloofde samenzweringstheorie verkondigt die in Cyberspace en ver daarbuiten door een gigantische schare goedgelovigen wordt gevolgd, gesteund en gevoed.

Sociologen noemen het fenomeen “Hightech-Paranoia”.

Haar paranoia is uiteindelijk een eigen leven gaan leiden. Het gaat over het feit dat de WHO het levende vogelgriepvirus aan Baxters dochterbedrijf in Oostenrijk heeft geleverd, dat vervolgens door Baxter werd gebruikt bij de productie van 72 kilo vaccin in februari 2009. Baxter zond dit bewust besmette product vervolgens naar 16 laboratoria in vier landen, waardoor er bijna een wereldwijde pandemie werd veroorzaakt. Omdat Baxter zich verplicht moet houden aan zeer strenge veiligheidseisen, kan de besmetting, productie en verspreiding van het met het gevaarlijke vogelgriepvirus besmette materiaal nooit een ongeluk zijn geweest. Medewerkers van een lab in Praag ontdekten de besmetting en sloegen alarm. Baxter spreekt van “menselijke, technische en proces gerelateerde fouten.”

Bürgemeister springt op het verhaal.

Waar ze zich aanvankelijk toespitst op mank lopende veiligheidsprocedures in de farmaceutische industrie, evolueert haar onderzoek in de richting van een samenzwering. In interviews die ze – tot voor kort – nog bereid was te geven, is vast te stellen dat Bürgemeister langzaam maar zeker een fobie ontwikkelt die rechtstreeks ontaardt in een samenzweringstheorie.

Op haar website, in video’s die ze zelf laat maken, in folders en vlugschriften waarschuwt ze de wereld voor een door de WHO, UN, vrijmetselaars, Bilderbergers en Illuminati gesmeed complot om tot 80% van de wereldbevolking uit te roeien door middel van verplichte inentingen van besmette vaccins tegen griep. Motief is de schaarste aan grondstoffen. Deze groep samenzweerders heeft zich als doel gesteld de wereldbevolking drastisch te reduceren tot een “aanvaardbaar” aantal, zodat een nieuwe frisse planeet ontstaat, bijna teruggebracht tot haar “oertoestand”.

En achter dit alles gaat – anders was ze geen Oostenrijkse – een Joodse samenzwering schuil mede gevoed door de bankiersfamilie Rothschild. Haar overtuiging dat Joden boosaardig zijn geldt voor Bürgemeister als basis van haar samenzweringstheorie.

Ze ondernam juridische stappen, formuleerde aanklachten tegen onder andere Baxter, Avir Green Hills Biotechnology, media in Oostenrijk die haar slecht afschilderen, de Bondskanselier, George Bush, zelfs Obama ontkomt niet aan de verbetenheid waarmee ze probeert haar door bijna waanzin gedreven opdracht om deze samenzwering te ontmaskeren tot een goed einde te brengen. Voor het te laat is. Te laat is het binnen een paar maanden, als de regeringen de burgers bij WET zullen verplichten zich te laten inenten met een gecontamineerd vaccin.

Als krimi ware dergelijk verhaal nog verteerbaar. Dat de dame vanuit haar woning in Wenen ondertussen de krimi tot non-fictie heeft verheven is in goedgelovig cyberspace niet meer te stoppen. Men kan zelfs via haar website een donatie overmaken, zodat de “Hightech-paranoia” ongestoord zou kunnen verdergaan.

Reacties uitgeschakeld voor Het nieuwe Oostenrijkse virus heet Jane Bürgemeister

Opgeslagen onder De Standaard

Wat heeft Maria met een Ambassade gemeen?

Ik had vanavond 47 bezoekers meer op mijn website dan normaal.

Fijn, denk ik zo, er zijn nog mensen die me googelen of die me al kennen en wat meer over of van me willen lezen. De statistieken hebben uitgewezen dat van zodra ergens in een van mijn columns het woord “België” in combinatie met “Ambassade” staat, plots een IP nummer opduikt dat met een meer dan normale interesse de website bezoekt. Zevenenveertig keer, om precies te zijn.

Voor alle duidelijkheid: als ik als vrij mens vrij mag schrijven wat ik wil, mag iemand anders als vrij mens googelen wat die wilt. Elk bezoek is welkom, mijn weekend kan niet meer stuk.

Ergens moet binnen het Ministerie van Buitenlandse Zaken in Brussel iemand ofwel de opdracht gekregen hebben blogs en columns met vermelding van “Ambassade” op te volgen, of ik heb een fan. Hopelijk een ijverige Vlaamse schone die graag leest wat ik schrijf. Hoewel… ik heb daar niet het volste vertrouwen in.

En de reden waarom ik daar niet zo veel vertrouwen in heb is de code “Rippers 0”.

© Mira Willi

Ik weet het, het zei me ook niets, tot ik er wat research naar deed. Het betekent dat de server van het Belgisch Ministerie van Buitenlandse Zaken een programmaatje gebruikt om (delen) van de website te downloaden, voor welk doel dan ook. Niet gewoon een tekst printen, het gaat om het downloaden van delen van een hele website. Ik wens – nu ik de kennis heb – nog meer dan ooit dat een ijverige Vlaamse schone zich daarmee bezig houdt, anders moet ik me zorgen maken. Zevenenveertig keer, tussen 09:54:53 uur en 15:28:39 uur. Ik ben wel zeker dat, mocht het geen vrijdag zijn vandaag, het nog iets langer had geduurd.

Wat dat alles compenseert is als ik zie dat iemand van de Katholieke Universiteit Leuven me bezoekt. Ik stel me daar dan altijd onze Rik bij voor. Dat hij een programmaatje heeft dat hem verwittigt als ik over ‘Maria‘ of ‘God’ schrijf en dat hij zo alsnog bij mij terecht komt. Want mocht Rik me bezoeken, dan kan mijn weekend helemaal niet meer stuk.

Gelukkig wordt de avond afgesloten door drie bezoekjes van een IP nummer dat ik heel goed ken. Ik geef haar straks een zoen, sluit ook de drukke week af en kruip met haar onder de donsdekens. Kwestie van evenwicht. Kwestie van overleven, toch?

En alleen voor de zoekmachines: hier een paar tags: Maria, God, Ambassade, Wenen, België, Rik, Ministerie van Buitenlandse Zaken, de jongste tekening van mijn dochter en prettig weekend!

Reacties uitgeschakeld voor Wat heeft Maria met een Ambassade gemeen?

Opgeslagen onder De Standaard

De dag van de Belgische Dynastie valt in Wenen op 11 november…

Ik denk nog net voor het binnengaan dat ik het komende uur best mijn tong niet zou uitsteken. Ik doe dat normaal ook nooit, maar vanavond moet ik er op letten. Als je na het drinken van een glas rode wijn de tanden poetst met Paradontax wordt de tong helemaal zwart. En ik wil uitgerekend in dit gezelschap geen opschudding. Niet vanavond. Ik heb beslist me hoe dan ook te gedragen.

Ik spreek ook niet over het nieuwe boek van Marion Kraske, ik ben wel zeker dat er Oostenrijkers rondlopen tijdens de receptie die nog maar eens beledigd zouden zijn. Ik praat ook niet over Van Rompuy en leg niet uit waarom ook hij – na Verhofstadt en Dehaene – naast de belangrijke EU-post zal grijpen.

Vanavond is smalltalk avond. En omdat ik daar niet goed in ben, ben ik eerder zwijgzaam.

Voor het eerst organiseert de Belgische Ambassade in Wenen een receptie in de Diplomatische Akademie, niet in de ‘Residentie’ die hoogdringend gerenoveerd moet worden. Het kader is de typische helle multifunctionele ontvangstruimte met statafels, hapjesbuffet in het midden, drankjes aan de zijkanten tegen de muur. In Wenen valt de dag van de Belgische Dynastie dit jaar op 11 november.

De nieuwe ambassadeur en echtgenote ontvangen tussen 18:30 en 20:30 en schudden beminnelijk de handen. Ik zie nogal wat heren handkussen, ook een paar andere ambassadeurs zijn uitgenodigd, waarvan het Japanse paar – dame in traditionele klederdracht – het meest opvallen. De Belgische Consul is er ook, een van de weinige in het Vlaams aanspreekbare vertegenwoordigers van ons land, het hoekje Vlamingen op de parketvloer is niet groot.

Ik verwijder het takje dille op een toastje met zalm, die dingen kruipen toch altijd ergens tussen, en vermijd te praten met mijn mond vol, wat maar weinig aanwezigen schijnt te lukken. Ik merk plots dat mijn linkerschoen bespat is. Het regent buiten en de straten liggen er niet te proper bij. Ik kijk op en probeer te zien of het iemand is opgevallen, de Ambassadeur misschien, toen ik binnenkwam en hem begroette, en daardoor meteen al een slechte indruk heb gemaakt? Maar de mensen zijn te druk met praten, een schoen van een onopvallende, onbekende en verloren medeburger valt niet op. Praten doe je op ooghoogte.

Wie niet meepraten vanavond zijn de paar honderd Vlamingen, Brusselaars en Walen die niet zijn uitgenodigd. Die geen kaartje in reliëfdruk van de Ambassadeur hebben gekregen. Die niet belangrijk genoeg waren, of niet interessant genoeg, of niet Belg genoeg. Die geen gepaste kleding in de kast hebben hangen, geen geïntegreerde landgenoten zijn of om welke reden dan ook niet in het kader of in dit gezelschap zouden passen. De zaal is nochtans groot genoeg.

Iemand vraagt naar een naamkaartje dat ik niet heb, een ander om mijn e-mailadres, nog een lieve dame naar het adres van mijn website, een musicus naar de link naar De Standaard-Online. Een Vlaamse dame vraagt waarom ik zo kritisch ben in mijn columns. Ik vertel haar dat de Oostenrijkse schrijfster Eva Menasse vanavond haar kritische openingsrede van de Boekenbeurs in Wenen afsluit met de woorden: “Wie kritiseert, heeft lief.” Dat kritiek soms gewoon een andere vorm van liefhebben is. Ze vindt dit mooi gezegd en stapt tevreden weg. Ik ook.

Het meisje aan de ingang wordt tegen half negen het meisje aan de uitgang, en van haar weet ik bij het buitengaan dat van de iets meer dan vierhonderd genodigden, iets meer dan de helft aanwezig was. Waarschijnlijk de verkeerde helft van de verkeerde en vooral onvolledige lijst genodigden. Misschien is het omdat de nieuwe ambassadeur nog maar een paar maanden in de stad is. Misschien voelt hij zich daarom nog niet de ambassadeur van alle Belgen in Oostenrijk.

Reacties uitgeschakeld voor De dag van de Belgische Dynastie valt in Wenen op 11 november…

Opgeslagen onder De Standaard

Ik heb vandaag de Heilige Maria gezien…

Ik heb vandaag de Heilige Maria gezien. De Maagd bedoel ik. Zij mij ook.

Ik was op weg naar de supermarkt, zoals meestal op vrijdagnamiddag, ingeduffeld met sjaal en warme jas, als het wintert moet een mens zich beschermen. Er ligt van alles op de loer. Een Mexicaans griepje, een sluipende etterende angina of begin van een longontsteking, verantwoordelijkheid over het eigen lichaam groeit met de leeftijd.

Ze was me niet onmiddellijk opgevallen zoals ze daar stond, wat afzijdig en beschut in de plooi van het portiek, geleund tegen de glazen wand die bij het openschuiven van de deuren een paar millimeter meegaf en trilde. Ik had haar waarschijnlijk niet onmiddellijk herkend omdat ze normaal gekleed was, niet zoals ik van Maria zou kunnen verwachten, geen edel blauw lang linnen kleed met gouden bies, geen fijne sandaal uit lichtbruin leder die een bruingebrande voet omsluit, geen ragfijne zijden sjaal gesluierd om de zwarte lokken. Het is winter!

Het was de aura die me trof. Niet het soort zwevend kransje, niet het gouden aureool, niet de suggestie van heiligheid die ik van de prentjes ken. Ze had geen aura aan de ingangsdeur van de supermarkt, ze was aura, een en al aura.

Ik schatte haar ongeveer achttien, hoewel ik weet dat verschil in leeftijd ook het inschatten ondermijnt. Een man van mijn leeftijd heeft referentiepunten, vriendinnen, dochters, vriendinnen van dochters, en peilt meer op gevoel, verstand komt op de tweede plaats. Ik vond de situatie plots wat onwennig worden, tenminste voor mij, ik was het die al meer dan een minuut naar haar stond te staren en dat is lang voor een wat oudere vent die een meisje fixeert die zijn dochter kon zijn. Hoewel zij daar geen last scheen van te hebben, haar open gezicht waarop een gladde onschuld in een warme blik gebonden lag, haar houding waaruit geen enkele verwachting sprak, de vanzelfsprekendheid waarmee ze daar in haar hoekje stond, bijna nonchalant, als ik dat woord voor een heilige mag gebruiken. Ik was de voyeur. Zij zou dat nooit kunnen zijn.

Ik stapte licht verward door de glazen deur, keek nog kort om, stak een euro in de gleuf van de inkoopwagen en opende de rits van mijn jas. De warmeluchtinstallatie  bracht me terug naar mijn inkooplijst en ik vulde snel en systematisch mijn kar, ik weet hoe de rekken van een warenhuis worden gevuld.

Het kwam aanvankelijk als een shock – ergens tussen de wasmiddelen en de luiers – te begrijpen  dat ik onbewust toch een voorstelling van Maria had voor ik haar in levende lijve tegenkwam. Ergens is een beeld binnengeslopen dat ik niet heb afgeweerd. Een beeld van de veronderstelde moeder van God, de God die zo ver weg is, de theoretische zoon waarover ik wel wil discussiëren, waarover ik alles lees wat geschreven wordt, maar ook de God die puur onderwerp is, lijdend voorwerp misschien, maar daar houdt het op. Belijdenis is voor anderen.

Maria is oké. Zij zou nog kunnen, zeker zoals ze daar stond in het portiek. Het beeld is niet onaangenaam, de jonge vrouw heeft wel wat, de aura bedoel ik, die ik vandaag heb vastgesteld.

Ik krijg de lijst niet afgewerkt. Een boodschappenlijst leest anders tijdens het winkelen dan wanneer ze wordt opgesteld. Heb ik nu echt al deze dingen nodig of kom ik nog eens langs als de nood echt hoog is? Hoeveel keukenrollen moet ik in reserve hebben, en toiletpapier gaat snel maar met minder kan het ook. Misschien gaan we morgen wel uit eten en kook ik niet wat nu in de kar geschoven wordt?

Maar vanwaar plots die twijfel? Ik twijfel zelden, toch nooit tijdens de wekelijkse inkopen op vrijdag. Doch vandaag overvalt me twijfel die ik niet anders dan met Maria in verband kan brengen.

Mariologie is niet mijn sterkste punt en toch kan ik zeggen dat ik haar ken. Anders had ik haar niet herkend. Tussen de rayon conserven en hondenvoer heb ik een vrije blik op waar ze staat. Ze heeft haar linkerbeen opgetrokken en leunt met een voet achteloos tegen de muur. Hoewel ik Maria ook nooit achteloos zou willen noemen. Een vrouw die een Jozefshuwelijk aangaat weet waar ze mee bezig is. Die heeft nagedacht, berekend of niet, maar die staat niet losjes met een opgetrokken been tegen de zijmuur van een supermarkt.

Of ze me over God mocht vertellen, vroeg ze nadat ik had afgerekend. Ze stond kaarsrecht, straalde een perfecte mond tanden bloot, ademde een rust uit die ik sinds lang niet meer kende. De lucht, de paar centimeter ruimte tussen ons vibreerde, ik kon de zware inkooptassen niet meer dragen en zette ze langzaam naast me neer. Ze zoog mijn blik en bedwelmde mijn gedachten.

“Mag ik met jou over God praten, heel even maar?”

Zong ze of praatte Maria altijd zo?

“Over jouw zoon?” vroeg ik aarzelend.

“Als je het zo wilt zien, dan vertel ik je graag over mijn zoon,” zei ze minzaam.

Waarom ze daar behoefte aan had, vroeg ik en probeerde een houding te vinden die bij de Heilige Maria past.

“Misschien heb jij daar behoefte aan,” zei ze zonder vraagteken op het einde van haar zin.

Was er iets aan mij waaruit dat bleek? Had ik vanmorgen in de spiegel iets over het hoofd gezien dat voor Maria een teken was om me aan te spreken? Misschien zag ze dat ik moe was, of dat ik de trivialiteit inzag van het winkelen op een drukke vrijdagnamiddag, maar dat is nog geen reden om met mij over God te beginnen. Of zag ze dingen die ik nog niet wist? Er zijn immers zieners, ze kijken kort diep in de pupillen van je ogen en zeggen dat je binnenkort zult sterven. Kanker of levercirrose, hartaanval of hersenbloeding, vanaf een zeker leeftijd, weet je wel?

Ik had daar alvast geen behoefte aan. Ik praat zelden over God, eigenlijk alleen als me daar naar gevraagd wordt. Zoals toen ik mijn verblijfsvergunning invulde in het overdrukke kantoor op de vijfde verdieping van het districtgebouw in Wenen en gevraagd werd alsnog mijn geloofsovertuiging in te vullen. Toen dacht ik kort aan God, heel kort, eerder om hem uit te sluiten dan als een optie.

“God is geen optie,” zei ze vriendelijk maar vastberaden.

Nee, God is geen optie, ik was verrast dat ze wist waaraan ik dacht, maar ik was het ook duidelijk met haar eens.

“Een zoon is geen optie,” ging ze door, “die wordt geboren, groeit, valt en staat op, wordt volwassen en sterft. Behalve één.”

Hoe een woord voor mensen een andere betekenis kan hebben, dacht ik terwijl ik de boodschappentassen optilde en aan haar jong gestorven zoon dacht. Ik vertelde haar hoe ik noemde, zei dat we elkaar waarschijnlijk altijd in alles anders zouden begrijpen en wenste haar een fijne avond. “Diepvriesproducten,” voegde ik er nog aan toe met mijn hoofd wijzend naar de tas in mijn linkerhand.

Ik wachtte om te zien of ze nog iets te vergeven had. Een wereldtijdschrift of daklozenblad, de Toren of een zegen, mijn zonden misschien. Ze schonk me een milde warme lach.

Toen ik me na drie onzekere stappen kort nog even omdraaide, was ze weg.

Ik stak twee straten verder de sleutel in de voordeur van mijn huis toen iemand achter me vroeg: “Heeft u misschien mijn moeder gezien?”

Ik keek geschrokken om, maar zag Niemand.

“Ze stond daarnet nog aan de supermarkt,” zei ik luid tegen Niemand en nam de lift naar boven. Toen de liftdeur in de grendel klikte en de kooi begon te stijgen, leek het alsof die nooit meer zou stoppen.

Reacties uitgeschakeld voor Ik heb vandaag de Heilige Maria gezien…

Opgeslagen onder De Standaard, Essays

Brood en spelen

Er zijn zo van die dagen waar een en ander gebeurt. Vandaag is zo’n dag, tenminste in Oostenrijk toch, hoewel in België het spoor ook plat ligt.

Bondskanselier Faymann

Nadat Bondskanselier Werner Faymann in de korte tijdspanne van 48 uur drie maal zijn standpunt wijzigde betreffende de problemen aan de Oostenrijkse universiteiten, begrijpt binnen zijn eigen socialistische partij geen mens meer wat nu eigenlijk de partijlijn is. Chaos alom. Chaos ook vandaag in Wenen: de studenten zullen massaal demonstreren en tegen 16 uur één van de belangrijkste verkeersaders van de stad, de “Gürtel” lamleggen.

De verantwoordelijke minister, Johannes Hahn (Christendemocraat) die zich verzekerd weet van een post als EU-commissaris wil nu plots wel met een delegatie praten, hij heeft niets meer te verliezen en probeert zijn afscheid van de binnenlandse politiek nog iets heldhaftig te geven. De studenten zeggen niet ‘nee’ maar vragen zich terecht af waarom ze deze afscheidnemende minister nog ernstig zouden nemen. Hij weigert pertinent, en dit al sinds weken, enige vorm van overleg. Het wordt heet vandaag, en niet alleen in Wenen, ook in Innsbruck en Graz en aan enkele solidaire universiteiten in Duitsland. “Die Zeit” kopt vandaag: “Het Uni-debacle. De regering is radeloos en vindt geen manier om met de rebellerende studenten in dialoog te treden.” Tijdens het debat op ATV gisterenavond werd nog eens duidelijk hoe zeer de politiek steeds terugvalt op “Leistung”, prestatie. Als de universiteit dan voor iedereen toegankelijk is, als die dan bijna gratis moet zijn, mag van de studenten ‘prestatie’ worden verwacht. Het hele oorspronkelijke concept van universiteit wordt onder de tafel geveegd, de hele idee dat mensen ook recht hebben te studeren alleen voor zichzelf, voor hun persoonlijke ontwikkeling, om hun specifieke intellectuele honger te stillen zonder dat daar automatisch een belastbare job moet uit voortspruiten, komt zelfs niet meer aan de orde. Gelukkig was het bitsige en gevatte geweten van intellectueel Oostenrijk aanwezig, journalist, auteur, criticus Robert Menasse die zich gelukkig nog echt kwaad kan maken. Eén man, als een Don Quichot in een lamme arena politici die het niet meer weten.
Ondertussen wordt de in Oostenrijk opzij geschoven en licht verguisde Ursula Plasnik (ex-minister buitenlandse zaken) in Parijs opgenomen als officier in het “Légion d’honneur”.Gelijktijdig is in dit diep-christelijke land grote beroering ontstaan over de uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat religieuze symbolen in scholen veroordeelt.

Schönborn

De halflege kerken zijn plots te klein om het protest van zowel de Oostenrijkse Kardinaal Christoph Schönborn als alle politieke partijen (behalve Groen) te herbergen. De uitspraak wordt unaniem en categorisch genegeerd, ze is op Italië toepasselijk, niet op het Alpenland. Oostenrijkse oplossing.

Om alles voor vandaag af te ronden, in het de meest noordelijke autonome provincie van Italië, Zuid Tirol, broeit een nieuw conflict: moeten de meer dan 60.000 wegwijzers voor de duizenden wandelaars die dit prachtig stukje ex-Oostenrijk elk jaar doorkruisen tweetalig worden of volstaat eentalig Duits, zoals nu het geval is? Voor de ex-Oostenrijkers zou een bewegwijzering in het Italiaans te pijnlijke herinneringen aan het fascisme oproepen, dat aan de grondslag ligt van de toewijzing van dit 7400m2 stukje Oostenrijk aan Italië.
Waar een natie groot kan in zijn.

Maar tegen vanavond is alles vergeten. Dan speelt Rapid Wien tegen Tel-Aviv in de UEFA. Kwestie van de dag met een licht gemoed te kunnen afsluiten. Panem et circenses.

Reacties uitgeschakeld voor Brood en spelen

Opgeslagen onder De Standaard

En hoeveel vrienden heb jij?

Wordt U er niet nerveus van? Ik wel!

Er gaat geen dag voorbij of ik word verondersteld me aan te melden op Facebook, Linkedin en andere sociale netwerken omdat iemand vindt dat ik dat beter zou doen. Waarom die persoon dat vindt staat er niet bij, alsof het een absolute normaliteit is dat iemand zit te wachten op nog maar eens een ‘vriend’ die me aan zijn lijst wil toevoegen. Omgekeerde wereld, toch? Ik dacht dat ik vrij kon beslissen met wie ik bevriend kan zijn, op welke manier, aan welke frequentie, en binnen welke context. En dat ik daarover geen uitleg verschuldigd zou moeten zijn, tenzij ik dat zelf aan mijn ‘vriend’ wil meedelen.

En omdat ik deze e-mails negeer, komt een week later steevast een herinnering en die wordt dan nog een paar maal herhaald.

Het staat alle mensen vrij te doen wat ze willen. Zich te wenden in sociale netwerken en business groepjes, er zal wel een reden zijn waarom de systemen zo succesvol zijn, er zal wel nood zijn aan deze vorm van sociale interactie. Maar er is ook nood aan amateurvoetbal, of collectief joggen, fietsen in de regen allen op één rij, daarom moet ik er nog niet elke dag aan herinnerd worden dat ik die nood niet heb. Een bepaald isolement heeft ook wat, hoe expressief men als individu ook mag zijn, ik verplicht ook niemand deze blog te lezen.

“Is dit niet de heer of mevrouw xxxx die u zoekt? Probeer dan hier!” En zodra ik op “hier” druk moet ik me eerst aanmelden.

Nu, lekker niet. Ik ben een overtuigd weigeraar. Wie me wilt bereiken kan me bereiken. Wie me wilt lezen kan me lezen, wie niets met mij te maken wilt hebben laat ik toch ook met rust? Ik dacht dat vriendschap weinig van doen had met aantallen. Ben ik een meer sympathiek of een interessanter persoon omdat ik officieel, door iedereen controleerbaar honderdvijfentwintig vrienden heb? Voegt de wetenschap dat iemand zichzelf uitroept tot mijn vriend iets toe aan wie die persoon is?

Lieve vrienden, ik laat wel iets van me horen, direct dus zonder omwegen, als ik iets te zeggen of te vragen heb. En dat verwacht ik van jullie ook. Maar dan even direct, en zonder de omwegen waar iedereen blijkbaar niet meer omheen kan.

Reacties uitgeschakeld voor En hoeveel vrienden heb jij?

Opgeslagen onder De Standaard

Universitas magistrorum et scholarium

De bezetting van de grootste  Universitaire Aula in Oostenrijk, de Audimax in Wenen, gaat haar tweede week in. De Oostenrijkse Universiteiten hebben te weinig geld voor de massale aanloop van studenten, waarvan traditiegetrouw een groot deel uit Duitsland afkomstig is omdat daar een numerus clausus bestaat die het uitwijkmanoeuvre naar het buurland verklaart.

Het eisenpakket van de studenten is duidelijk: vrije toegang tot alle faculteiten zonder uitsluiting, gratis studeren voor iedereen, terug naar het oude Oostenrijkse systeem titels, dus tegen het Bolognaakkoord (invoering van een eenvormig studiesysteem waar men na drie jaar Bachelor is en na nog eens ongeveer twee jaar Master), waardoor binnen Europa – aldus de studenten – ook hoger onderwijs tot eenheidsworst wordt gemaakt, zonder onderscheid in culturele en maatschappelijke nuances, die Europa precies gemaakt hebben tot wat het is: geen Verenigde Staten van Amerika.

In een rondetafelgesprek gisterenavond op de nationale televisiezender ORF, zaten vertegenwoordigers van de Universiteiten, de studentenorganisaties, de minister verantwoordelijk voor onderwijs en vorming (Johannes Hahn, die binnenkort van de problemen verlost is als hij Europees commissaris wordt van… hij weet nog niet wat) én grote baas van de werkgeversorganisatie.

Uit dit gesprek werd duidelijk hoe ver de standpunten uit elkaar liggen. De interpretatie van Bologna die zowel door de politiek als de werkgevers wordt gehanteerd gaat in de richting: studenten moeten op die studierichtingen worden voorbereid die economisch zinvol zijn. Met andere woorden, Oostenrijk heeft geen nood aan 1000 nieuwe studenten architectuur per jaar, er zijn binnen de  bijna vierhonderd mogelijke studierichtingen ‘maatschappelijk en economisch’ meer relevante richtingen dan andere (bijvoorbeeld kunstrichting).

De burgerlijke ongehoorzaamheid van de studenten is te begrijpen. In een land waar zowel de politieke als de economische agenten invloed willen uitoefenen op het studieaanbod, beperkingen hanteren via numerus clausus, studierichtingen die niet onmiddellijk naar een arbeidsplaats leiden willen ontmoedigen, is met de basisidee wat grondig fout.

In de vele columns in de kranten komt telkens opnieuw de evaluatie van Bologna negatief over, want het systeem zou niet meer garantie op mobiliteit en uitwisseling van studenten geven, Bachelors hebben – ook mede de crisis – niet meer garantie op jobs dan vroeger, en het zou de universiteiten en hogescholen op kosten jagen die de staat niet meer dragen kan.

Wat in dit alles wordt vergeten, en bewust vergeten, is waar het aan de Universiteiten zou moeten om gaan: “waar universiteit op staat moet ook universiteit in zitten” formuleert de filosoof Konrad Paul Liessmann.

En daar gaat het studenten ook om: hun eisen komen er eigenlijk op neer dat vrije jonge mensen creatief en eerst en vooral vanuit een eigen intellectuele behoefte vrij moeten kunnen kiezen welke universitaire opleiding op dat moment in hun leven belangrijk is. Ongeacht hoe het er buiten de muren van de Universiteit aan toe gaat. “Opleiding is niet te koop!”

Studeren mag niet herleid worden tot pure voorbereiding op een arbeidsplaats, het moet een vrije keuze en beslissing blijven, het gaat over persoonlijke ontwikkeling, creativiteit en enthousiasme voor de gekozen richting, niet om het homogeniseren van studies ter voorbereiding op de arbeidsmarkt. En elke student moet vrij zijn dat op zijn of haar eigen tempo te doen, in overeenstemming met zijn of haar sociale situatie (in Oostenrijk hebben meer dan de helft van alle studenten jobs tijdens hun studies).

Het eisenpakket in het kort:

1. Vorming in plaats van opleiding

2. Afschaffing van het inschrijvingsgeld, ook voor niet-EU studenten

3. Democratisering van de Universitaire structuren

4. Transparantie in de financiering en verdeling van de middelen

5. Gelijke rechten voor iedereen en de invoering van het vrouwenquotum van 50% binnen het universitair personeel.

De studenten zijn schitterend georganiseerd via het internet en zijn te volgen op Facebook, Twitter en YouTube. Acties worden massaal via sms aangekondigd, de netwerken sluiten zich.

Reacties uitgeschakeld voor Universitas magistrorum et scholarium

Opgeslagen onder De Standaard

Een verkouden vrije avond in Wenen…

“Nee, ga maar. Geniet van de avond, ik blijf wel thuis.”

Ik voel me de laatste dagen wat verkouden, de ‘Mexicaanse griep?’, nee gewoon verkouden, kan ook nog, toch? Ik weet ondertussen op mijn leeftijd wel wat verkouden zijn is. Dat slaat van mijn neus op mijn keel, dan op mijn longen, en dan verlaat het, hoe dan ook, mijn lichaam en is alles opnieuw zoals het was. Duurt een paar dagen. Niets om je echt zorgen over te maken en ik klaag er ook niet over. Maar ga nu maar alleen, geniet ervan, de kinderen slapen, met mij is alles oké!

Voordeur afgesloten, nog eens de kinderen toegedekt, slaapkamer vensters dicht, een grog klaar op weg naar de badkamer. Zalig. Ik voel me nu al beter.

In de badkamer is een lamp gesprongen, door de EU verplicht te vervangen door een spaarlamp, heb ik bij de hand. Ik weet dat er ergens nog een flacon “Erkältungsbad” staat, het flesje naast het “Erholungsbad”, warm aanbevolen voor wie het koud heeft en op trillende benen loopt.

Die drie volle pampers op de rand van het bad gaan snel in het speciale ‘reuk-neutraliserend’ zakje, ik spoel in het voorbijgaan het toilet nog eens door, de oudste had een vlotte stoelgang zonder aan de gevolgen te denken, en dan reik ik naar de kraan van het bad.

Ik heb in bijna vijf jaar geen bad meer genomen, douchen ligt me beter. Ik begrijp echter plots waaraan dat zou kunnen liggen: ik grijp eerst twee eendjes van de bodem, probeer met veel moeite de drie zuignappen van een soort waterspeeltuin los te krijgen van de wand, de rubberen mat heb ik onder mijn bips niet nodig en dan ben ik tien minuten bezig de tandpasta te verwijderen die mijn jongste – copycat van zijn oudere zus – bij gebrek aan hoogte ‘s morgens het bad in spuwt in plaats van in het wasbekken.

Drie auto’s, vier haarbandjes, een naakte pop en wat tandenborstels later, stroomt eindelijk water in het bad. Ik geef het bad tijd, een bad heeft tijd nodig.

Na de grog stap ik naakt op het bad toe, vertrap nog snel de kleine auto van mijn zoon onder de badmat – los ik morgen wel op – stel de babyfoon op de grond en kruip in het sop. Langzaam, vooral langzaam laten zakken, genieten van het hete water en het schuim. Ogen dicht. Volume verplaatst volume. Luisteren naar het zuigend wegtrekken van het te veel aan water. Tot het een soort gorgelen wordt. Dan gaat de kraan weer open.

“Mag ik plassen, papa?” 

“Toch niet in bad schat?”

“Oh, ja, in het bad.”

“Iedereen plast vroeg of laat in het bad,” hoor ik iemand ergens zeggen.

“Mama!!! Mamma! Lala!”

‘Mama’ ken ik, die is vanavond niet thuis, wie weet waar die op dit moment uithangt, ik hoop ergens met vrienden aan een bar met een Caipi. ‘Lala’ is zijn tutje. Als hij dat verliest mag ik doen wat ik wil… vinden moet ik het!

Bad uit, koud, badmantel hangt niet waar hij zou moeten hangen, veel te kleine handdoek rond mijn natte lichaam, plasjes op het oude parket, half naakt in de donkere kamer op zoek naar een… tutje. Na een vloek of twee, een “ssssssst” of drie vind ik zijn tutje in zijn rechterhand en steek het in zijn mond. Hij heeft het koud. Ik dek hem warm onder, leg nog een dekentje bij en sluit de deur.

Ik ga douchen, snel en efficiënt, en schenk me een glas wijn in. Lijkt me praktischer in de gegeven omstandigheden.

En morgen komt zeker de vraag of ik genoten heb van ‘mijn’ vrije avond. Heb ik zeker, maar niet zoals ik het me had voorgesteld. Flexibel, dat moet een mens zijn, vooral flexibel.

Reacties uitgeschakeld voor Een verkouden vrije avond in Wenen…

Opgeslagen onder De Standaard

De minister en zijn Hans…

Ik wil het even over België hebben. Niet omdat ik Oostenrijk beu zou zijn, Oostenrijk is niet sterk genoeg om me het zwijgen op te leggen, dit keer gaat het om iets anders.

Hans is de klos. Tenminste zo lees ik het in de Belgische kranten. Een man die ik gekend heb toen hij begon als advocaat in Gent, nog schuchter maar met een gezond verstand dat duidelijk boven het gemiddelde van de samenleving uitstak, een enthousiasteling met ambitie, vooral om zijn job te doen, het resultaat van vijf jaar studeren, twee tot drie jaar afzien als stagiair bij een onverbiddelijke maar grote ‘meester’, onderbetaald en toch al vader, en met een natuurlijke drang om te klimmen en uiteindelijk te geraken waar hij zich thuis dacht te voelen… de magistratuur.

Hans wordt vandaag met de vinger gewezen omdat hij zegt dat het genoeg is. En genoeg, ik garandeer u, ligt voor Hans nog een paar straten verder dan voor ons allen, als Hans zegt dat het genoeg is, is het ook echt wel genoeg.

De informatisering van justitie. Eigenlijk een ‘running joke’, want wie ooit als buitenstaander met het gerecht te maken had, dan bedoel ik als toehoorder, of als man van een rechter, of als vrouw van een advocaat, als journalist of als vader van een aankomende advocaat, weet waarover Hans het heeft.

Moed heb je als je een project aanvaardt dat maatschappelijk belangrijk is. Een project zo groot dat niemand het kan overschouwen, maar waar het ook niet anders kan dan dat een paar mensen er hun frêle schouders onder zetten, bovenop hun dagelijkse sleur, en hopen dat alles beter wordt.

Moed heb je ook als je met een aangeboren naïviteit aanvaardt dat een probleem dat zo groot is als de Belgische justitie kan worden opgelost door een leger waanzinnig duur betaalde informatici die zelf niet bij machte zijn om de hoe-grootheid van het project te begrijpen. Ze starten met de eerste programmaregel, zonder te weten wat de laatste zal zijn. Beter nog, ze zoeken zich wat ooit voor een ander ‘project’ voorgeprogrammeerde modules bijeen, weven daar nog een web rond van op justitie toepasselijke noodzakelijkheden, en leveren… niets. Niets dat functioneert.

Eén keer mag zoiets fout gaan. Er zijn landen waar het twee keer fout gaat. Bij ‘ons’ gaat het permanent fout.

En het ergste voor Hans is dan een minister van justitie te hebben die binnen de kortste tijd weerlegt wat Hans als statement heeft afgelegd. Nadenken over wat Hans geschreven heeft of te zeggen heeft? Dat is voor later. Ontkennen, dat is voor nu. Oude school, Stefan, oeroude school. Stefan heeft het niet, hij heeft het nooit gehad en zal het nooit hebben. Zelfs West-Vlamingen kunnen ernstig fout zitten, en Stefan zit al zo lang fout als dat hij West-Vlaming is.

Ik ben over één ding gerust. Hans blijft Hans, integer en rechtvaardig rechter.

Ik ben ook over een tweede ding gerust. Stefan blijft Stefan, politieker en onterecht minister.

De ene heeft het voordeel dat hij kan zeggen dat het voor hem genoeg is. De andere heeft het nadeel dat hij alles altijd zal moeten blijven ontkennen. Maar daar is Stefan zeer goed in, tot ook hem ooit iemand zegt dat hij als politicus nooit zijn vervaldatum kan bereiken omdat hij nooit een versheidsdatum heeft gehad. Nu dus. Maar hij kan nog altijd in Oostenrijk terecht.

Als Rik Torfs niet kan preken, dan luistert niemand nog naar hem en krijgt hij niet het platform dat hij wonderlijk mooi en gevat bezet. Als Kim Clijsters de bal niet meer kan raken, dan komt ze op geen tennisveld meer aan haar trekken. Als Patrik Vankrunkelsven de draad kwijt is dan stopt hij met garen spinnen. Logica is mooi. Stefan krult dan zijn verbitterde lip omhoog, kijkt boven de rand van zijn bril, en kruipt geslagen in de op voorhand verloren verdediging. Hoe vaak moet je minister van justitie worden in België om daar de nodige lessen uit te trekken?

Reacties uitgeschakeld voor De minister en zijn Hans…

Opgeslagen onder De Standaard