Tagarchief: De Standaard

Linda, of de lijdensweg na seksueel misbruik in de Kerk

De Standaard – opinie – 8 oktober 2012

Werk van de arbitragecommissie blijkt maat voor niets.

Arbitrage seksueel misbruik

Slachtoffers die dachten dat ze, na al het parlementaire werk rond seksueel misbruik in de Kerk, in de nieuw opgerichte arbitragecommissie soelaas zouden vinden, komen van een kale reis thuis: wie financiële compensatie verlangt moet voortaan wel zijn mond houden. ROEL VERSCHUEREN trekt aan de alarmbel.

Wat voorafging

Als gevolg van het rapport van de parlementaire commissie seksueel misbruik binnen de Kerk werd het Centrum voor arbitrage inzake seksueel misbruik opgericht. Dit Centrum is bedoeld voor slachtoffers van seksueel misbruik binnen de Kerk waarvan de feiten verjaard zijn en probeert snel tot een overeenkomst komen. Bemiddeling heet dat. De Kerk stuurt vertegenwoordigers van de stichting Dignity als bemiddelaars. Voorts zetelen in die arbitragecommissie nog drie bemiddelaars die oordelen over het lot en de erkenning en compensatie van de slachtoffers.

Linda

Linda was in januari 2012 een van de eersten die haar verhaal aan die arbitragecommissie kenbaar maakte. Over erkenning en compensatie werd gedebatteerd op 26 september. Aanwezig waren: voor Dignity, de secretaris van de bisschoppenconferentie kanunnik Herman Cosijns en de directeur van de stichting Dignity, de heer Vervliet. Verder een criminoloog, een magistraat en een vrouwelijke kinderarts van het UZ Leuven.

Linda kreeg na het gesprek een dading voorgelegd. Zij kon zich in alle punten vinden, behalve twee paragrafen:

‘De aanvrager aanvaardt deze financiële compensatie en ziet af van elk beroep van welke aard ook, zowel juridisch als niet juridisch, tegen de pleger van de daden vermeld door de aanvrager in zijn aanvraag (…), tegen elke betrokken instantie van de Katholieke Kerk (bisschop, bisdom, religieuze congregatie, overste van de religieuze congregatie) evenals tegen de stichting Dignity.’

‘De partijen verbinden zich ertoe, op straffe daarvoor civielrechtelijk aansprakelijk te kunnen gesteld worden, geen andere gegevens bekend te maken dan deze die zijn opgenomen in deze overeenkomst. In het bijzonder verbinden zij zich ertoe, noch de identiteit van de dader, noch de datum, de plaats en de details van de feiten van het misbruik op enige wijze mede te delen. Deze verbintenis van vertrouwelijkheid geldt eveneens voor de lasthebbers en medewerkers van de partijen. De partijen maken zich sterk dat deze personen de verbintenis tot vertrouwelijkheid zullen respecteren.’

Wat ze las was: ‘Vanaf vandaag ben je monddood.’ Ze mocht met niemand nog spreken over wat met haar gebeurd was. Niet met ‘lasthebbers’ (advocaten) bijvoorbeeld, niet met ‘medewerkers’ (bijvoorbeeld leden van de Werkgroep mensenrechten in de Kerk).

Linda wou dit niet aanvaarden en maakte er een punt van tijdens het gesprek.

Vooral omdat ze ook afstand moest doen van haar klacht die ze had ingediend via de burgerlijke groepsprocedure tegen de kerkelijke oversten wegens schuldig verzuim en omdat zelfs de kans bestaat dat haar dossier bij het gerecht (operatie Kelk) zou uitgesloten kunnen worden van verdere procedure.

Deze clausules gaan in tegen de parlementaire wetgevende stukken omtrent de oprichting van de arbitragecommissie die uitdrukkelijk bepalen: ‘De commissie is van oordeel dat geen schadevergoeding aan de slachtoffers mag worden geweigerd omwille van het feit dat een procedure hangende is waarin een vordering is ingediend op basis van schuldig verzuim.’

Linda toonde zich bereid te ondertekenen op voorwaarde dat de tegenpartij haar de garantie kon geven dat alle lofbetuigingen over haar dader van het internet en uit de archieven zouden verdwijnen. De vertegenwoordiger van Dignity zei dat zoiets onmogelijk was. De andere leden van de verzoeningscommissie wezen hem terecht en verplichtten hem dit voor Linda te bewerkstelligen.

Inmiddels heeft Linda het document ondertekend. Ze wou afsluiten. Ze was het hele gedoe beu. Het arbitragegesprek was achter de rug, ze kreeg een financiële compensatie. Ze wou niets meer met de vertegenwoordigers van haar dader te maken hebben. Ze wou door met haar leven, met vriendinnen koffie drinken, met haar kinderen wandelen, haar man verwennen, een boek lezen, naar de film gaan met vrienden. Ook wie nooit slachtoffer was kan dit begrijpen. En dus werd Linda nog maar eens door de Kerk en voor altijd ‘monddood’ gemaakt. Voor 7.000 euro.

Erkenning, tegemoetkoming, verzoening

Linda vindt dat ze van de drie leden van de arbitragecommissie die niet de bisschoppen vertegenwoordigden erkenning heeft gekregen. Ze werd door hen respectvol behandeld en kreeg het gevoel dat zij naar haar luisterden en haar begrepen. Kanunnik Cosijns keek naar de grond toen Linda hem vroeg of hij besefte wat kindermisbruik was. Dat ze ‘verkeerd gebruikt’ is voor de seksuele behoeftes van haar priester-dader. Toen ze hem vertelde hoe haar jeugdjaren eruitzagen leek hij eindelijk beschaamd: gemiddeld drie keer per week verkracht, met woord en daad afgedreigd dat ze moest zwijgen, dat ze streng opgevoed was thuis, schrik had omdat ze zich vies en vuil voelde en daarom veel at, zodat ze dik werd en geïsoleerd raakte. Haar leven was: verkracht worden, voor school werken en in haar kamer zitten.

De Kerk en de bisschoppen hebben zich ertoe verbonden recht te zetten wat in het verleden door seksueel misbruik door priesters fout is gelopen. Het parlement heeft gedaan gekregen dat de bisschoppen in de arbitragecommissie zijn gestapt om slachtoffers voor wie de feiten verjaard zijn te horen, te erkennen en te compenseren. Leden van de parlementaire commissie werden over de situatie op de hoogte gebracht. Waarom heeft de opvolgingscommissie deze ‘dading’ niet zelf geanalyseerd en de arbitragecommissie op de vingers getikt? Deze praktijken moeten stoppen, de ‘dading’ moet worden aangepast en al gesloten dadingen (zoals die van Linda) moeten worden herbekeken, want de arbitrage is niet verlopen naar de letter én de geest zoals het parlement het heeft bedoeld.

Het moet voor elk slachtoffer duidelijk zijn dat tijdens de gesprekken met de vijf vertegenwoordigers van de arbitragecommissie niets mag ondertekend worden, dat bijstand door een advocaat noodzakelijk is. De arbitragecommissie heeft dat aan zichzelf te danken. En aan Linda, die wil dat niemand nog de fout maakt die zij uit wanhoop heeft gemaakt.

En de bisschoppen?

Door de invloed van de bisschoppen, via Dignity, moeten slachtoffers onrechtmatig afstand doen van hun rechten. Door een eenvoudige handtekening van het slachtoffer worden alle oversten die binnen de Kerk van het misbruik op de hoogte waren en die daders geen halt hebben toegeroepen vrijgepleit en kunnen ze niet meer worden vervolgd. Dit alles staat in een document dat clausules bevat die door de parlementaire commissie seksueel misbruik uitdrukkelijk en schriftelijk anders waren bedoeld.

De kans bestaat dat de tegenpartij die de clausules heeft ingebouwd nu uitvoerig probeert uit te leggen wat een ‘dading’ is. Slachtoffers weten wat een dading is.

Een dading heeft vier samenstellende elementen. Het is een contract (1) dat een reeds ontstane of toekomstige betwisting veronderstelt (2), waaraan partijen een einde willen stellen (3), door middel van wederzijdse toegevingen (4).

Wat de tegenpartij dan ook moet vertellen is dat deze dading een onderscheid moet maken tussen enerzijds de (verjaarde) misdrijven van seksueel misbruik, anderzijds de beleidsfouten van het instituut Kerk, meer bepaald hoe de Kerk en haar leiders achteraf op de hulpkreet van slachtoffers niet of afwijzend, met ontkenning en schuldverschuiving hebben gereageerd. Zo zijn de klachten van de slachtoffers zonder gevolgen gebleven. De clausules in de dading gaan dus niet over dezelfde feiten en horen niet in dit document. Slachtoffers ondertekenen dus best niets, tot ze advies hebben ingewonnen bij hun advocaat, de Werkgroep mensenrechten in de Kerk of een andere erkende organisatie.

Het uitgangspunt is nog altijd dat elk slachtoffer een eigen weg moet kunnen bepalen om tot erkenning, compensatie en verzoening te komen. Dat ondertussen de eerste slachtoffers die zich tot de arbitragecommissie hebben gewend en tientallen slachtoffers die rechtstreeks met de meldpunten van de bisschoppen onderhandelen onbewust een soortgelijk document ondertekenden, blijkt niemand binnen het parlement, de bisschoppenconferentie of de samenleving te storen.

Misschien vindt iemand die de politieke verantwoordelijkheid nam om voor de oprichting van die arbitragecommissie in te staan de tijd om hier snel werk van te maken, liefst nog voor de verkiezingen? Want elke dag die verloren gaat, gaat ten koste van menig slachtoffer.

(Op dit opiniestuk reageerden 63 lezers)

Reacties staat uit voor Linda, of de lijdensweg na seksueel misbruik in de Kerk

Opgeslagen onder De Standaard

De kerk en haar financiën: ook financieel schandaal bedreigt Paus Benedikt XVI

De bank van het Vaticaan, IOR, heeft rekeningen bij UniCredit Group (actief in 22 landen in Europa, wereldwijd 165.000 werknemers). In Oostenrijk bezit de groep Bank Austria. De Italiaanse maffia staat onder verdacht gelden uit ontdoken belastingen en witwasoperaties via rekeningen van de Vaticaanbank IOR (Instituto per le Opere di Religione) bij UniCredit ondergebracht te hebben.

Binnen de Italiaanse bankwereld bereidt zich een zwaar onweer voor als we Der Standard van 1 juni mogen geloven. Volgens de televisie-uitzending Reporter werden onderzoekingen uit 2006 over de weinig transparante transacties van de Vaticaanbank met de toenmalige Banca di Roma (nu UniCredit) in de kiem gesmoord. Dit werd door een ex-medewerker van die bank in een verklaring bevestigd. Reporter wordt zowat als het enige ernstige programma voor onderzoeksjournalistiek in Italië beschouwd.

Sinds meer dan 25 jaar bezit IOR een rekening bij het Banca di Roma-filiaal aan de grens tussen het Vaticaan en Italië, aan de Via della Conciliazione, waarop maandelijks transacties ter hoogte van 60 miljoen Euro verliepen. Bij de meeste van deze transacties is het niet geweten wie de titularis van de rekening is, noch wie er gebruik kan van maken. De rekeningen zouden op naam van de Vaticaanbank lopen, wat een inbreuk is tegen de Italiaanse wetgeving op witwaspraktijken.

Toen in 2006 bij een interne bankcontrole bij de Banca di Roma de verdachte IOR-rekening werd opgemerkt, zou niet alleen de bankpresident Cesare Geronzi maar ook het gerecht hiervan op de hoogte zijn gebracht. Geronzi gaf zijn vertrouwensman, Marco Simeon, die voor de relaties met het Vaticaan verantwoordelijk was, de opdracht zich met het probleem bezig te houden. Deze laatste zou erin geslaagd zijn het onderzoek naar deze affaire op een dood spoor te doen belanden.

In 2009 werd door het gerecht een nieuw onderzoek ingeleid. Het gaat om een klacht tegen onbekenden. Omdat het filiaal van UniCredit zich op Italiaanse bodem bevindt vallen de rekeningen onder de bevoegdheid van het Italiaans bankentoezicht. IOR wordt als buitenlandse bank beschouwd. Het vermoeden dat IOR als draaischijf voor het witwassen van maffiageld werd gebruikt wordt alsmaar groter. De ex-president van de IOR-bank, Kardinaal Marcinkus, heeft tot vandaag het gerecht kunnen ontlopen dank zij zijn diplomatenpaspoort. Zijn opvolger Angelo Caloia nam in de herfst van 2009 ontslag, naar aanleiding van een sterk vermoeden over zijn té enge banden met de maffia.

De journalist Gianluigi Nuzzi, beschrijft in zijn boek ‘Vaticano Spa’ (‘De BV Vaticaan’), de hooghartige houding ten aanzien van financiële ethiek. Vooral het feit dat enorme politieke omkoopbedragen door het IOR werden witgewassen en gedoneerde fondsen voor charitatieve doeleinden, of betalingen voor het opdragen van missen voor de zielenheil van de doden, door medewerkers van de bank te hooi en te gras een onwettige bestemming kregen. Volgens Philip Willan (“Geheimen van het Vaticaan: omkoping, witwassen en maffiaconnecties verschenen in juni 2009) zijn de aantijgingen van Nuzzi gebaseerd op interne documenten van het IOR, meer dan 4.000 in totaal, die door een ontevreden bankemployé uit het Vaticaan werden gesmokkeld. Volgens de Duitse financiële krant Handelsblatt is het IOR een van de meest ondoorzichtige banken ter wereld. Benieuwd of de Vaticaanse lobby er ook dit keer zal in slagen het geheim rond anonieme transacties via IOR in de doofpot te houden. Want het Vaticaan heeft zo haar eigen doofpotten, zoals we ondertussen weten. Het eigen vermogen van het Vaticaan wordt door het weekblad Der Spiegel op 1,4 miljard euro geraamd.

Reacties staat uit voor De kerk en haar financiën: ook financieel schandaal bedreigt Paus Benedikt XVI

Opgeslagen onder Essays

“Torfsen”: overgangk. werkw.; torfste, h. getorfst

Verklaring: de via de media opgebouwde zelfopenbaring inzetten voor een politiek doel

Antoniem: onttorfsen

Etymologische oorsprong: terug te leiden naar een professor kerkelijk recht aan de Katholieke Universiteit Leuven in de vroege jaren van de 21ste eeuw, die zich afvroeg wie anders de wereld zou redden.

Dat we gaan stemmen op 13 juni heeft ondertussen ook de Oostenrijkse pers met de nodige ironie becommentarieerd, ze begrijpen ons land hoe dan ook niet meer. Ze hadden zich dan de moeite getroost om de Oostenrijkers in geuren en kleuren uit te leggen hoe het BHV-probleem in mekaar steekt, ook die moeite lijkt nu tevergeefs. Vooral de hardnekkige vraag primeert, hoe een land als het onze ooit met enige politieke geloofwaardigheid het Europese Voorzitterschap kan waarnemen twee weken na de nieuwe verkiezingen. Hoe wordt ondertussen dat vacuüm ingevuld?

“Gewoon,” zegt een Weense vriend redacteur bij een Oostenrijkse krant, “zoals het in België altijd gaat: ook zonder regering lijkt alles normaal door te lopen, dus geen angst, België en de Belgen redden zich wel, ook dit keer.”

De afstand tot mijn geboorteland is te groot, de lokale interesse te klein, om mijn gastland uit te leggen hoe de nieuwe politieke kopstukken opduiken bij de samenstelling van de lijsten. Hoe oudgedienden zich terugtrekken omdat ze zich door hun eigen partij op een zijspoor gezet voelen. De Torfsen, Bracke’s en andere professoren of leden van de Vlaamse intelligentsia die zich plots geroepen voelen om “een nieuwe dialoog op gang te brengen”, de “moeilijkste beslissing uit hun leven nemen”, of “voor nieuw bloed” willen zorgen, halen buiten onze grenzen het nieuws niet. Randverschijnselen hebben zo hun beperkte impact. Zij het kerkgebonden professoren, Loge-gebonden journalisten, NGO-gebonden professoren, zonen van ex-ministers, in de Belgische politiek heerst nu eenmaal amper eb en vloed, kabbelend water maakt geen golven.

Dat de splitsing tussen kerk en staat in België stilaan als een constitutionele grap te begrijpen is, is zelfs hier in Oostenrijk wel bekend. Ze zijn hier met name in hetzelfde bedje ziek.

Rik Torfs weert zich in zijn wijwatervat met – nu al – herkenbare clichés, zijn eigen clichés trouwens, waardoor alles wat hij na zijn eerste ‘coming out’, braaf gezeten naast zijn schoolvriendinnetje en voorzitster van de partij, nog te vertellen had ontaardt in pure herhaling. En het verhaaltje is dun, de herhaling brengt niets nieuws. Zijn tekst is geschreven, zijn houding is bepaald, zijn tweede plaats op de lijst verzekerd, zijn broodje gebakken, zijn rijkelijk pensioen gegarandeerd, zelfs de zakkerigheid die hij in de pluche zetels van de Senaat meebrengt, hangt nu al als een gouden kroontje rond zijn hoofd. Zijn aura glanst niet meer, het wordt gewoon meer van hetzelfde: een korte verondersteld grappige zin, en half verdraaide leugen (“nee, ik ben op dit moment niet in gesprek met de partij”), een tussendoorse aanbeveling voor zijn nieuwe boek, de zaken lopen goed.

Er schuilt een bepaalde naïviteit in de veronderstelling dat iemand zo maar van universitaire autoriteit naar politieke autoriteit kan overstappen. Dat zijn bijdrage aan de maatschappelijke discussie die hem als professor nog een respectabele geloofwaardigheid gaf, als verworven mee overstapt in het lome politieke halfrond tot wat de Senaat sinds lang verworden is.

Rik Torfs’ erudiete geloofwaardigheid was tot voor kort gebaseerd op de wetenschap dat de man aan een zijlijn stond die hij zelf getrokken heeft: dicht genoeg bij het onderwerp kerk om als professor te kunnen functioneren, ver genoeg weg van het onderwerp politiek om een nog net aanvaardbare zelfbepaalde ‘neutraliteit’ te kunnen claimen in woord en tekst. Van iemand die van de veilige zijlijn op het voetbalveld springt om te kunnen meespelen, is verondersteld dat hij een voetballer is. Iemand die zich daaraan waagt in de overtuiging dat hij echt kan spelen, laat zich niet opstellen in een uitgespeelde ploeg zoals de Senaat, die gaat dan open en bloot in de actieve politiek waar het af en toe warm wordt, waar niet alleen stelling wordt genomen of dialoog op gang gebracht, maar ook geprobeerd wordt te beslissen. Lukt vaak niet, compromissen vormen is een moeilijke stiel, zeker in een land als Belgiê. Maar men moet zich nat maken, doorzetten, midden in het politieke bad springen, zelfs als men weet dat af en toe iemand verdrinkt.

De stap van de zijlijn naar het veld vereist een metamorfose. Zoals de nimf Daphne die in een laurierboom veranderde, Actacon die een hert werd na het zien van de naakte godin Diana. Een professor kerkelijk recht blijft een professor kerkelijk recht, van metamorfose kan hier geen sprake zijn, zeker niet als we de vele repetitieve interviews beluisteren en lezen die zijn stap vergezellen. De rups heeft zich niet ontpopt tot een frisse vlinder, en zal dat ook niet doen. Daarvoor is de Senaat trouwens de verkeerde waardplant voor Rik Torfs.

Reacties staat uit voor “Torfsen”: overgangk. werkw.; torfste, h. getorfst

Opgeslagen onder De Standaard

Als Rik Torfs de passie preekt…

Ik hou van Rik Torfs. Ik heb het hier al vaker over hem gehad, in de zijlijn dan, want als hoofdonderwerp zorgt hij genoegzaam voor zichzelf. Elke week, in deze krant.

De heer Torfs heeft beslist niet meer mee te spelen in de slimste mens en dat siert hem. Het werd wat pijnlijk op de duur, spontane invallen kleven bij hem beter op papier dan in de ether. Hij heeft ook beslist niet in de politiek te gaan, dat siert hem nog meer, want hoeveel Heren kan men dienen zonder (geloof)-waardigheid te verliezen.

Nee, geef mij maar de professor columnist. Beheerste gevatheid, overdacht geformuleerde zinnen, af en toe een onderwerp dat boeit, dat is wat zijn roeping is, naast zijn andere natuurlijk.

Ik zat ook al een paar dagen op zijn jongste column te wachten, het is december en bijna kerst, de professor heeft het in deze heilige periode wel vaker over geloof. Context is alles. En de professor wordt – net als ik – een dagje ouder, dat blijkt uit de regelmatige verwijzingen naar vroeger, toen alles beter was, duidelijker en met minder twijfel, toen discussie werd vermeden en alles werd aangenomen omdat een hogere autoriteit het had gezegd. We zijn allemaal gevolg van onze opvoeding, of we daar gelukkig mee zijn of niet. Echte revolte is niet meer van deze tijd, gelukkig kunnen hij en ik er over schrijven, er moet geen bloed meer vloeien, onze inkt volstaat.

Maar de professor wordt naar het jaareinde wat moe. De pen schiet soms eens wat verder uit, de opgebouwde redenering wil niet sluiten, dan klinkt zelfs een professor wat meer simplistisch dan normaal. We nemen het hem niet kwalijk, schrijven is harde arbeid, inspiratie schaars en volgehouden gevatheid een vak.

Voor wie zijn jongste column voor Kerst nog niet gelezen heeft: warm aanbevolen. Het is een les in nostalgie, een zorgvuldig verstopt verdriet over de teloorgang van het Godsgeloof en een reductie van het spanningsveld tot een simpele indeling in geloven en niet geloven, herleid tot denken en niet meer denken. Voorzichtig als hij is omsluiert hij zijn verdriet met de nodige zalving, de professor wil niemand kwetsen, er zijn ook goede mensen die niet geloven. En omdat hij wat moe wordt gaat hij niet in op ontvoogding, emancipatie van gedachten en zelfstandige mensen die voor zichzelf willen denken, hij heeft het niet over geloven buiten het kader van zijn kerk, zonder dogma’s en de “onuitroeibare christelijke zakkerigheid”. Mooi woord, ‘zakkerigheid’ en toepasselijk ook. Hij gaat niet in op de oneindige lijst van eigenlijke en feitelijke redenen van het geloofsverlies, op ontgoocheling in de kerk, op de twijfelachtige reputatie van sommige van Gods dienaars, op de dagelijks waarneembare intolerantie die de gelovigen uit Gods kerk verdrijft. Hij vermijdt te schrijven dat ongelovigen zo worden genoemd omdat er gelovigen zijn. Wie heeft het woord uitgevonden?

Nee, hij maakt het zich iets gemakkelijker.

Hij vergelijkt het verlies van geloof met het verlies van de liefde, ik begrijp het beeld wel, niet de intellectuele oneerlijkheid die er achter schuil gaat. Hij groepeert alle ongelovigen veilig geschaard achter de maatschappelijke mainstream van niet denkende burgers alsof ze met hun niet geloven een gemakzuchtige oplossing hebben gezocht, ergens willen bij horen zolang het maar niet tot het katholicisme is.

De vrije mens heeft ondertussen begrepen dat geloven niet langer een plicht is maar een recht. Iets wat niet geloven altijd al geweest is.

Reacties staat uit voor Als Rik Torfs de passie preekt…

Opgeslagen onder De Standaard

Pril en geil… a Dutchman in Gent

Ik was een weekendje in Gent. Gent is altijd verfrissend, vooral als eind november alle straten opengebroken liggen en het zo hard regent en waait dat vele toeristen met heel veel moeite en duidelijke spijt over de vooruit betaalde citytrip hun regenscherm proberen in te halen.

Het koppel dat naast me zat in De Maegd van Ghent was duidelijk even fris als Hollands, en zat met de knieën verstrengeld op twee hoge barkrukken Corona te drinken. Dat kan in dit café niet aan een gebrek aan keuze liggen, het Mexicaanse bier in Belgische handen kan dan wel lekker zijn, een alternatief voor onze Duvel, Leffe, Westmalle en enkele honderd andere echte Belgische bieren is het op een druilerige avond zoals deze niet. Maar wat exotisch is voor onze noorderbuur moet niet noodzakelijk exotisch zijn voor ons, zij zijn al blij in Gent te zijn, het buitenland ligt soms dichtbij.

Ik speurde die prille onwennigheid tussen twee mensen die nog op zoek zijn naar de bevestiging dat ze wel bij elkaar zouden kunnen passen, de ‘voorwaardelijkheid’ zit nog als derde persoon bij hen aan tafel, aftasten is een subtiel spel van geven en nemen, van testen en getest worden, in de wetenschap dat beiden hetzelfde doen. De glimlach als reactie is eerder afwachtende bescherming, een blijk van hoop dat vertrouwen zich stilaan mag nestelen waardoor de ‘voorwaardelijkheid’ opstaat en naar buiten gaat.

Ik zag wel dat het haar stoorde, dat constant op en weer wippen met zijn linkerbeen, onbedwingbare zenuwen verworden tot een tic.

Ze deden het echter goed, ook na de derde Corona en wat strelen over en weer en spijts het feit dat hij af en toe een stukje droge snot bekeek dat hij zorgvuldig uit zijn neus had gedraaid.

Ik had hoop, hier zat een potentieel paar verliefd te worden, zin na zin, blik na blik, vingertoppen kunnen vliegen als het moet. De zijne toch, bijna alle twee minuten over de toetsen van zijn gsm, wanneer het schermpje oplichtte en een schriel gepiep door de grijze lucht van het café sneed.

Het was echter toen Hans, de wat klein uitgevallen Nederlander, iets tegen Marijke zei wat ik niet kon verstaan dat de betovering plots verbroken leek. Marijke stond rustig recht, stopte haar gsm en pakje sigaretten in een kleine handtas, dronk haar flesje Corona met schijfje limoen in een slok leeg, trok haar minirok wat naar beneden en stapte op.

Hans bleef zitten, alsof hij daar de ganse avond al alleen had gezeten.

Of ik dat nu begreep? vroeg hij wat verveeld. Ik antwoordde dat ik niet had gevolgd wat gaande was.

“Gewoon omdat ik haar vroeg of ik een filmpje van haar mocht maken, een geil, in haar blootje op de kamer van ons hotel!” zei hij nogal verontwaardigd. En na een paar slokken bier sloot hij af met “Preutse kut!”

Ik was wel zeker dat Marijke gelijk had op te stappen en dat ze het ruimschoots zou overleven, dus ging ik haar niet achterna. Iets waartoe ik af en toe nogal de neiging heb. Dat ze ergens anders zou slapen dan gepland wist ik wel zeker. Pril en geil pasten voor haar vanavond niet zo samen.

Ik bestelde een “Mort Subite” voor Hans voor ik naar buiten ging en legde nog pasgeld toe voor een tweede. Je moet mannen die afgewezen worden en niet begrijpen waarom soms een handje toesteken.

Reacties staat uit voor Pril en geil… a Dutchman in Gent

Opgeslagen onder De Standaard