Linda, of de lijdensweg na seksueel misbruik in de Kerk

De Standaard – opinie – 8 oktober 2012

Werk van de arbitragecommissie blijkt maat voor niets.

Arbitrage seksueel misbruik

Slachtoffers die dachten dat ze, na al het parlementaire werk rond seksueel misbruik in de Kerk, in de nieuw opgerichte arbitragecommissie soelaas zouden vinden, komen van een kale reis thuis: wie financiële compensatie verlangt moet voortaan wel zijn mond houden. ROEL VERSCHUEREN trekt aan de alarmbel.

Wat voorafging

Als gevolg van het rapport van de parlementaire commissie seksueel misbruik binnen de Kerk werd het Centrum voor arbitrage inzake seksueel misbruik opgericht. Dit Centrum is bedoeld voor slachtoffers van seksueel misbruik binnen de Kerk waarvan de feiten verjaard zijn en probeert snel tot een overeenkomst komen. Bemiddeling heet dat. De Kerk stuurt vertegenwoordigers van de stichting Dignity als bemiddelaars. Voorts zetelen in die arbitragecommissie nog drie bemiddelaars die oordelen over het lot en de erkenning en compensatie van de slachtoffers.

Linda

Linda was in januari 2012 een van de eersten die haar verhaal aan die arbitragecommissie kenbaar maakte. Over erkenning en compensatie werd gedebatteerd op 26 september. Aanwezig waren: voor Dignity, de secretaris van de bisschoppenconferentie kanunnik Herman Cosijns en de directeur van de stichting Dignity, de heer Vervliet. Verder een criminoloog, een magistraat en een vrouwelijke kinderarts van het UZ Leuven.

Linda kreeg na het gesprek een dading voorgelegd. Zij kon zich in alle punten vinden, behalve twee paragrafen:

‘De aanvrager aanvaardt deze financiële compensatie en ziet af van elk beroep van welke aard ook, zowel juridisch als niet juridisch, tegen de pleger van de daden vermeld door de aanvrager in zijn aanvraag (…), tegen elke betrokken instantie van de Katholieke Kerk (bisschop, bisdom, religieuze congregatie, overste van de religieuze congregatie) evenals tegen de stichting Dignity.’

‘De partijen verbinden zich ertoe, op straffe daarvoor civielrechtelijk aansprakelijk te kunnen gesteld worden, geen andere gegevens bekend te maken dan deze die zijn opgenomen in deze overeenkomst. In het bijzonder verbinden zij zich ertoe, noch de identiteit van de dader, noch de datum, de plaats en de details van de feiten van het misbruik op enige wijze mede te delen. Deze verbintenis van vertrouwelijkheid geldt eveneens voor de lasthebbers en medewerkers van de partijen. De partijen maken zich sterk dat deze personen de verbintenis tot vertrouwelijkheid zullen respecteren.’

Wat ze las was: ‘Vanaf vandaag ben je monddood.’ Ze mocht met niemand nog spreken over wat met haar gebeurd was. Niet met ‘lasthebbers’ (advocaten) bijvoorbeeld, niet met ‘medewerkers’ (bijvoorbeeld leden van de Werkgroep mensenrechten in de Kerk).

Linda wou dit niet aanvaarden en maakte er een punt van tijdens het gesprek.

Vooral omdat ze ook afstand moest doen van haar klacht die ze had ingediend via de burgerlijke groepsprocedure tegen de kerkelijke oversten wegens schuldig verzuim en omdat zelfs de kans bestaat dat haar dossier bij het gerecht (operatie Kelk) zou uitgesloten kunnen worden van verdere procedure.

Deze clausules gaan in tegen de parlementaire wetgevende stukken omtrent de oprichting van de arbitragecommissie die uitdrukkelijk bepalen: ‘De commissie is van oordeel dat geen schadevergoeding aan de slachtoffers mag worden geweigerd omwille van het feit dat een procedure hangende is waarin een vordering is ingediend op basis van schuldig verzuim.’

Linda toonde zich bereid te ondertekenen op voorwaarde dat de tegenpartij haar de garantie kon geven dat alle lofbetuigingen over haar dader van het internet en uit de archieven zouden verdwijnen. De vertegenwoordiger van Dignity zei dat zoiets onmogelijk was. De andere leden van de verzoeningscommissie wezen hem terecht en verplichtten hem dit voor Linda te bewerkstelligen.

Inmiddels heeft Linda het document ondertekend. Ze wou afsluiten. Ze was het hele gedoe beu. Het arbitragegesprek was achter de rug, ze kreeg een financiële compensatie. Ze wou niets meer met de vertegenwoordigers van haar dader te maken hebben. Ze wou door met haar leven, met vriendinnen koffie drinken, met haar kinderen wandelen, haar man verwennen, een boek lezen, naar de film gaan met vrienden. Ook wie nooit slachtoffer was kan dit begrijpen. En dus werd Linda nog maar eens door de Kerk en voor altijd ‘monddood’ gemaakt. Voor 7.000 euro.

Erkenning, tegemoetkoming, verzoening

Linda vindt dat ze van de drie leden van de arbitragecommissie die niet de bisschoppen vertegenwoordigden erkenning heeft gekregen. Ze werd door hen respectvol behandeld en kreeg het gevoel dat zij naar haar luisterden en haar begrepen. Kanunnik Cosijns keek naar de grond toen Linda hem vroeg of hij besefte wat kindermisbruik was. Dat ze ‘verkeerd gebruikt’ is voor de seksuele behoeftes van haar priester-dader. Toen ze hem vertelde hoe haar jeugdjaren eruitzagen leek hij eindelijk beschaamd: gemiddeld drie keer per week verkracht, met woord en daad afgedreigd dat ze moest zwijgen, dat ze streng opgevoed was thuis, schrik had omdat ze zich vies en vuil voelde en daarom veel at, zodat ze dik werd en geïsoleerd raakte. Haar leven was: verkracht worden, voor school werken en in haar kamer zitten.

De Kerk en de bisschoppen hebben zich ertoe verbonden recht te zetten wat in het verleden door seksueel misbruik door priesters fout is gelopen. Het parlement heeft gedaan gekregen dat de bisschoppen in de arbitragecommissie zijn gestapt om slachtoffers voor wie de feiten verjaard zijn te horen, te erkennen en te compenseren. Leden van de parlementaire commissie werden over de situatie op de hoogte gebracht. Waarom heeft de opvolgingscommissie deze ‘dading’ niet zelf geanalyseerd en de arbitragecommissie op de vingers getikt? Deze praktijken moeten stoppen, de ‘dading’ moet worden aangepast en al gesloten dadingen (zoals die van Linda) moeten worden herbekeken, want de arbitrage is niet verlopen naar de letter én de geest zoals het parlement het heeft bedoeld.

Het moet voor elk slachtoffer duidelijk zijn dat tijdens de gesprekken met de vijf vertegenwoordigers van de arbitragecommissie niets mag ondertekend worden, dat bijstand door een advocaat noodzakelijk is. De arbitragecommissie heeft dat aan zichzelf te danken. En aan Linda, die wil dat niemand nog de fout maakt die zij uit wanhoop heeft gemaakt.

En de bisschoppen?

Door de invloed van de bisschoppen, via Dignity, moeten slachtoffers onrechtmatig afstand doen van hun rechten. Door een eenvoudige handtekening van het slachtoffer worden alle oversten die binnen de Kerk van het misbruik op de hoogte waren en die daders geen halt hebben toegeroepen vrijgepleit en kunnen ze niet meer worden vervolgd. Dit alles staat in een document dat clausules bevat die door de parlementaire commissie seksueel misbruik uitdrukkelijk en schriftelijk anders waren bedoeld.

De kans bestaat dat de tegenpartij die de clausules heeft ingebouwd nu uitvoerig probeert uit te leggen wat een ‘dading’ is. Slachtoffers weten wat een dading is.

Een dading heeft vier samenstellende elementen. Het is een contract (1) dat een reeds ontstane of toekomstige betwisting veronderstelt (2), waaraan partijen een einde willen stellen (3), door middel van wederzijdse toegevingen (4).

Wat de tegenpartij dan ook moet vertellen is dat deze dading een onderscheid moet maken tussen enerzijds de (verjaarde) misdrijven van seksueel misbruik, anderzijds de beleidsfouten van het instituut Kerk, meer bepaald hoe de Kerk en haar leiders achteraf op de hulpkreet van slachtoffers niet of afwijzend, met ontkenning en schuldverschuiving hebben gereageerd. Zo zijn de klachten van de slachtoffers zonder gevolgen gebleven. De clausules in de dading gaan dus niet over dezelfde feiten en horen niet in dit document. Slachtoffers ondertekenen dus best niets, tot ze advies hebben ingewonnen bij hun advocaat, de Werkgroep mensenrechten in de Kerk of een andere erkende organisatie.

Het uitgangspunt is nog altijd dat elk slachtoffer een eigen weg moet kunnen bepalen om tot erkenning, compensatie en verzoening te komen. Dat ondertussen de eerste slachtoffers die zich tot de arbitragecommissie hebben gewend en tientallen slachtoffers die rechtstreeks met de meldpunten van de bisschoppen onderhandelen onbewust een soortgelijk document ondertekenden, blijkt niemand binnen het parlement, de bisschoppenconferentie of de samenleving te storen.

Misschien vindt iemand die de politieke verantwoordelijkheid nam om voor de oprichting van die arbitragecommissie in te staan de tijd om hier snel werk van te maken, liefst nog voor de verkiezingen? Want elke dag die verloren gaat, gaat ten koste van menig slachtoffer.

(Op dit opiniestuk reageerden 63 lezers)

Reacties staat uit voor Linda, of de lijdensweg na seksueel misbruik in de Kerk

Opgeslagen onder De Standaard

Reacties zijn gesloten.