Tagarchief: Torfs

Debatcultuur en journalistiek in Vlaanderen: beiden in hetzelfde bedje ziek

Ik heb met interesse de interviews, artikels, opiniestukken en lezersreacties gelezen over de drie dingen die Vlaanderen deze dagen schijnen bezig te houden. Ik doe dit met enige afstand, 1250 kilometer scheiden me van mijn geboorteland, en dat al sinds 2004. Over Wenen en de Oostenrijkers kom ik nog terug.

Een filosofisch gesprek dat eindelijk Vlaamse kijkers trok (Vermeersch/De Wever), een Paus die aftreedt en de daaraan verbonden papierverspilling, en de rol van de krant (herschikking hoofdredactie De Standaard, na artikel over de Antwerpse regenboog T-shirts) als onafhankelijk en verantwoordelijk medium.

‘Het dagblad’
Er gaat geen dag voorbij of we lezen ergens wel iets over de mate waarin het echte journalistieke werk niet meer mogelijk is. Gebrek aan middelen, gevolgd door een gebrek aan mankracht, waardoor een gebrek aan relevantie van wat kranten hun lezers voorschotelen, dragen bij tot een groeiend fenomeen dat niet alleen in Vlaanderen kan worden vastgesteld. De alarmkreet luidt over het hele oude continent. Verkeerde inschatting over de rol van ‘het dagblad’, overinvestering in digitaal waarvan de vluchtigheid en snelheid indruisen tegen even diep ademhalen en twee maal nadenken voor iets de deur uitgaat, onderinvestering in echte onderzoeksjournalistiek, het weegt allemaal op de kwaliteit waarvoor lezers niettemin elke dag een al dan niet verantwoorde prijs betalen.
Ik leef sinds 9 jaar in Wenen, ik ben getuige van hoe de pers verwordt tot niets. Met uitzondering van een enkel artikel in af en toe een weekblad dat zichzelf ernstiger neemt dan haar lezers, is het hele persapparaat in Oostenrijk herleid tot schraal debiteren en kopiëren, opinieloze verslaggeving over de alom tegenwoordige corruptie, het in stand houden van Oostenrijks neutraliteit binnen Europa, en de rechtvaardiging van haar xenofobie en buitenlandershaat. Mocht de rest van de wereld niet bestaan, zou ik bijna fier zijn Vlaming te zijn.
Maar als ik vanuit mijn werkkamer in Wenen ’s morgens de Vlaamse kranten doorneem, stel ik vast dat met moeite nog een onderscheid te vinden is tussen de stijl van verslaggeving binnen de kranten van Corelio (De Standaard, Het Nieuwsblad, De Gentenaar) en die van de Persgroep (Laatste Nieuws, De Morgen, De Tijd). Vooral de titels online verdienen een vergelijkende studie, eenheidsworst.
Het verschil wordt uitsluitend nog gemaakt door de respectieve hoofdredacteuren, Yves Desmedt (De Morgen) en Bart Sturtewagen (De Standaard), de betaalde opiniemakers, de onbetaalde opiniemakers (en dat worden er almaar meer), en de kwaliteit in beoordeling van literatuur en film.
Reyers laat
Als dan toevallig tijdens ‘Reyers laat’ (VRT) een debatavond ontstaat tussen een professor-filosoof en een politiek kopstuk uit Vlaanderen, waarbij dan ook nog eens toevallig ongeveer het dubbel-dan-normaal aantal kijkers niet wegzapt, laten diezelfde kranten uiteraard geen haar overeind van wat werkelijk plaats vond. Wat me opviel, is dat bijna alle Vlaamse kranten deze kritiek aan onafhankelijke journalisten of opiniemakers overlieten, en zelf met moeite in staat waren een standpunt te formuleren  een krant waardig.
Er werd nogal wat uitgespuwd en over en weer geschreven, ik waande me kort in mijn gastland. En Oostenrijk, nog eens, wilt vanuit mediaperspectief niemand.
Er wordt telkens opnieuw gesproken over de vraag: geven we onze lezers wat ze willen lezen, of geven we onze lezers wat wij (journalisten) vinden dat relevant is.
Welnu, hoewel totaal onverwacht, bevond een audio-visueel medium zich even in een toestand waarin beide standpunten werden vervuld.
Het debat tussen Vermeersch en de Wever bleek verrassend relevant (ondanks de bijna incestueuze name-dropping en vrijerij) omdat de stijl nieuw was. Nieuw naar vergunde tijd, nieuw naar laten uitpraten, nieuw naar mogen herformuleren. Er werd niet gesnauwd noch gebeten, en we kregen als Vlamingen twee heren rond de tafel die het goed met elkaar konden vinden. Als ook dat al als fout wordt verweten, dan houden we er beter mee op.
Eensgezindheid staat geen debat in de weg, het geeft kleur aan vergelijkbare maar niet dezelfde standpunten, doet ons nadenken over wie het beter formuleert. Debatcultuur is nog iets anders dan een aaneenrijging van tegenstellingen. Argumenteren en presenteren spelen hierbij een belangrijke rol.
Ook al kreeg niet elke kijker alles mee, hij had minstens het gevoel dat twee mensen die hun taal spraken, een gesprek konden voeren dat aangenaam was om naar te luisteren. De zeldzaamheid van dit debat lag niet zozeer in de twee protagonisten, maar in de manier waarop ze met elkaar zijn omgegaan. En dat hebben we met zijn allen verleerd.
Rik Torfs (opinie De Standaard) mag dan al een theoretische beschouwing geven over het concept ‘debat’, ik ben wel zeker dat hij pisnijdig was dat hij niet als derde rond de tafel zat. Fikry El Azzouzi (opinie De Morgen) mag dan wel een boek geschreven hebben en perfect de taal beheersen, argumenten zijn nog iets anders dan platte formuleringen zonder grond en het spelen op de ‘man’.
Paus
Dat nog eens paus aftreedt na meer dan zevenhonderd jaar is nieuws. En verdient aandacht, ook in de kranten. Dat de balans wordt opgemaakt (iedereen vanuit zijn linkse dan wel rechtse uitgangspunt) ligt voor de hand. Dat gespeculeerd wordt over gezondheid, zowel fysiek als mentaal hoort erbij.
Dat niemand in Vlaanderen dieper graaft en op zoek gaat naar de achtergronden die later als werkelijkheid zouden kunnen blijken, typeert de laksheid en beperktheid van onze journaille.
* Buitenlandse media spitten de situatie uit over de bank van het Vaticaan en de reden waarom het zo lang duurt dat deze paus een opvolger aan het hoofd van deze bank heeft aangeduid. De Vaticaanse bank geldt nog altijd als een obscure offshore bank en is door de Italiaanse autoriteiten in verband gebracht met fraude en belastingontduiking. Topman Ettore Gotti Tedeschi werd vorig jaar plotseling ontslagen omdat hij ‘meer transparantie’ bij de Vaticaanse Bank had willen brengen.
* Britse media berichten over het feit dat een kardinaal die in een van de vele pedofilie schandalen verwikkeld is door het verzwijgen van feiten mee zal beslissen over wie de volgende paus wordt. De Amerikaanse kardinaal Roger Mahony zal deel uitmaken van het conclaaf dat een nieuwe paus aanstelt. Dat Mahony als leider van het aartsbisdom van Los Angeles niets deed tegen het kindermisbruik door katholieke priesters, lijkt daarbij geen bezwaar.
* Duitse media verwijzen naar de betrokkenheid van Ratzinger bij het verplaatsen van gekende en bekende priesters die zich aan kinderen vergrepen naar andere posten, zowel  in het binnenland als naar het buitenland. Volgens het Duitse online magazine Der Spiegel zijn er documenten boven tafel gekomen waaruit blijkt dat de paus in zijn voormalige functie als aartsbisschop Ratzinger wel degelijk een van veelvuldig kindermisbruik beschuldigde priester willens en wetens in functie hield. Dit zou betekenen dat het Vaticaan en de paus eerder dit jaar hebben gelogen toen ze beweerden dat Ratzinger niet op de hoogte was van de pedofilie praktijken van deze Duitse priester.
* Belgische media vermelden doodleuk dat de enige kardinaal uit België die zal mee beslissen over wie de volgende paus wordt, Godfried Danneels is. Alsof de man niet gedagvaard is en zich zal moeten verantwoorden voor zijn rol in het Belgische luik van het internationale kindermisbruik door geestelijken. De Danneels tapes (geen eigen primeur van De Standaard maar rijkelijk aangereikt) zijn vergeten, zijn rol in het dossier Vangheluwe ook.
Kwaliteit
Er is een reden waarom ik geduldig wacht tot het donderdag is om Die Zeit of Der Spiegel de kopen. Of om in een van de vele koffiehuizen in Wenen regelmatig de FAZ door te nemen. Hoe lang deze kwaliteitskranten/weekbladen het nog kunnen volhouden hangt volledig van hun lezers af. Maar echte onderzoeksjournalistiek vraagt tijd, journalisten die de tijd krijgen, hoofdredacteuren die aan de aandeelhoudersdruk kunnen weerstaan en aandeelhouders die respect tonen voor de deontologie en opgebouwde vakkundigheid van de journalisten die dagdagelijks het product maken waarin zij geld investeerden.
Wie dat begrijpt kan bouwen.
Al het andere is hetzelfde van de dezelfde koek. Persagentschappen leveren, krant neemt over. Een buitenstaander-opiniemaker schrijft met voldoende polemiek, reacties (en dus lezers) gegarandeerd. Het zal je krant maar wezen.
(14/2/2013 – Fonds Pascal Decroos – http://www.mediakritiek.be)
Advertenties

Reacties staat uit voor Debatcultuur en journalistiek in Vlaanderen: beiden in hetzelfde bedje ziek

Opgeslagen onder Essays, Opinie

“Torfsen”: overgangk. werkw.; torfste, h. getorfst

Verklaring: de via de media opgebouwde zelfopenbaring inzetten voor een politiek doel

Antoniem: onttorfsen

Etymologische oorsprong: terug te leiden naar een professor kerkelijk recht aan de Katholieke Universiteit Leuven in de vroege jaren van de 21ste eeuw, die zich afvroeg wie anders de wereld zou redden.

Dat we gaan stemmen op 13 juni heeft ondertussen ook de Oostenrijkse pers met de nodige ironie becommentarieerd, ze begrijpen ons land hoe dan ook niet meer. Ze hadden zich dan de moeite getroost om de Oostenrijkers in geuren en kleuren uit te leggen hoe het BHV-probleem in mekaar steekt, ook die moeite lijkt nu tevergeefs. Vooral de hardnekkige vraag primeert, hoe een land als het onze ooit met enige politieke geloofwaardigheid het Europese Voorzitterschap kan waarnemen twee weken na de nieuwe verkiezingen. Hoe wordt ondertussen dat vacuüm ingevuld?

“Gewoon,” zegt een Weense vriend redacteur bij een Oostenrijkse krant, “zoals het in België altijd gaat: ook zonder regering lijkt alles normaal door te lopen, dus geen angst, België en de Belgen redden zich wel, ook dit keer.”

De afstand tot mijn geboorteland is te groot, de lokale interesse te klein, om mijn gastland uit te leggen hoe de nieuwe politieke kopstukken opduiken bij de samenstelling van de lijsten. Hoe oudgedienden zich terugtrekken omdat ze zich door hun eigen partij op een zijspoor gezet voelen. De Torfsen, Bracke’s en andere professoren of leden van de Vlaamse intelligentsia die zich plots geroepen voelen om “een nieuwe dialoog op gang te brengen”, de “moeilijkste beslissing uit hun leven nemen”, of “voor nieuw bloed” willen zorgen, halen buiten onze grenzen het nieuws niet. Randverschijnselen hebben zo hun beperkte impact. Zij het kerkgebonden professoren, Loge-gebonden journalisten, NGO-gebonden professoren, zonen van ex-ministers, in de Belgische politiek heerst nu eenmaal amper eb en vloed, kabbelend water maakt geen golven.

Dat de splitsing tussen kerk en staat in België stilaan als een constitutionele grap te begrijpen is, is zelfs hier in Oostenrijk wel bekend. Ze zijn hier met name in hetzelfde bedje ziek.

Rik Torfs weert zich in zijn wijwatervat met – nu al – herkenbare clichés, zijn eigen clichés trouwens, waardoor alles wat hij na zijn eerste ‘coming out’, braaf gezeten naast zijn schoolvriendinnetje en voorzitster van de partij, nog te vertellen had ontaardt in pure herhaling. En het verhaaltje is dun, de herhaling brengt niets nieuws. Zijn tekst is geschreven, zijn houding is bepaald, zijn tweede plaats op de lijst verzekerd, zijn broodje gebakken, zijn rijkelijk pensioen gegarandeerd, zelfs de zakkerigheid die hij in de pluche zetels van de Senaat meebrengt, hangt nu al als een gouden kroontje rond zijn hoofd. Zijn aura glanst niet meer, het wordt gewoon meer van hetzelfde: een korte verondersteld grappige zin, en half verdraaide leugen (“nee, ik ben op dit moment niet in gesprek met de partij”), een tussendoorse aanbeveling voor zijn nieuwe boek, de zaken lopen goed.

Er schuilt een bepaalde naïviteit in de veronderstelling dat iemand zo maar van universitaire autoriteit naar politieke autoriteit kan overstappen. Dat zijn bijdrage aan de maatschappelijke discussie die hem als professor nog een respectabele geloofwaardigheid gaf, als verworven mee overstapt in het lome politieke halfrond tot wat de Senaat sinds lang verworden is.

Rik Torfs’ erudiete geloofwaardigheid was tot voor kort gebaseerd op de wetenschap dat de man aan een zijlijn stond die hij zelf getrokken heeft: dicht genoeg bij het onderwerp kerk om als professor te kunnen functioneren, ver genoeg weg van het onderwerp politiek om een nog net aanvaardbare zelfbepaalde ‘neutraliteit’ te kunnen claimen in woord en tekst. Van iemand die van de veilige zijlijn op het voetbalveld springt om te kunnen meespelen, is verondersteld dat hij een voetballer is. Iemand die zich daaraan waagt in de overtuiging dat hij echt kan spelen, laat zich niet opstellen in een uitgespeelde ploeg zoals de Senaat, die gaat dan open en bloot in de actieve politiek waar het af en toe warm wordt, waar niet alleen stelling wordt genomen of dialoog op gang gebracht, maar ook geprobeerd wordt te beslissen. Lukt vaak niet, compromissen vormen is een moeilijke stiel, zeker in een land als Belgiê. Maar men moet zich nat maken, doorzetten, midden in het politieke bad springen, zelfs als men weet dat af en toe iemand verdrinkt.

De stap van de zijlijn naar het veld vereist een metamorfose. Zoals de nimf Daphne die in een laurierboom veranderde, Actacon die een hert werd na het zien van de naakte godin Diana. Een professor kerkelijk recht blijft een professor kerkelijk recht, van metamorfose kan hier geen sprake zijn, zeker niet als we de vele repetitieve interviews beluisteren en lezen die zijn stap vergezellen. De rups heeft zich niet ontpopt tot een frisse vlinder, en zal dat ook niet doen. Daarvoor is de Senaat trouwens de verkeerde waardplant voor Rik Torfs.

Reacties staat uit voor “Torfsen”: overgangk. werkw.; torfste, h. getorfst

Opgeslagen onder De Standaard

Als Rik Torfs de passie preekt…

Ik hou van Rik Torfs. Ik heb het hier al vaker over hem gehad, in de zijlijn dan, want als hoofdonderwerp zorgt hij genoegzaam voor zichzelf. Elke week, in deze krant.

De heer Torfs heeft beslist niet meer mee te spelen in de slimste mens en dat siert hem. Het werd wat pijnlijk op de duur, spontane invallen kleven bij hem beter op papier dan in de ether. Hij heeft ook beslist niet in de politiek te gaan, dat siert hem nog meer, want hoeveel Heren kan men dienen zonder (geloof)-waardigheid te verliezen.

Nee, geef mij maar de professor columnist. Beheerste gevatheid, overdacht geformuleerde zinnen, af en toe een onderwerp dat boeit, dat is wat zijn roeping is, naast zijn andere natuurlijk.

Ik zat ook al een paar dagen op zijn jongste column te wachten, het is december en bijna kerst, de professor heeft het in deze heilige periode wel vaker over geloof. Context is alles. En de professor wordt – net als ik – een dagje ouder, dat blijkt uit de regelmatige verwijzingen naar vroeger, toen alles beter was, duidelijker en met minder twijfel, toen discussie werd vermeden en alles werd aangenomen omdat een hogere autoriteit het had gezegd. We zijn allemaal gevolg van onze opvoeding, of we daar gelukkig mee zijn of niet. Echte revolte is niet meer van deze tijd, gelukkig kunnen hij en ik er over schrijven, er moet geen bloed meer vloeien, onze inkt volstaat.

Maar de professor wordt naar het jaareinde wat moe. De pen schiet soms eens wat verder uit, de opgebouwde redenering wil niet sluiten, dan klinkt zelfs een professor wat meer simplistisch dan normaal. We nemen het hem niet kwalijk, schrijven is harde arbeid, inspiratie schaars en volgehouden gevatheid een vak.

Voor wie zijn jongste column voor Kerst nog niet gelezen heeft: warm aanbevolen. Het is een les in nostalgie, een zorgvuldig verstopt verdriet over de teloorgang van het Godsgeloof en een reductie van het spanningsveld tot een simpele indeling in geloven en niet geloven, herleid tot denken en niet meer denken. Voorzichtig als hij is omsluiert hij zijn verdriet met de nodige zalving, de professor wil niemand kwetsen, er zijn ook goede mensen die niet geloven. En omdat hij wat moe wordt gaat hij niet in op ontvoogding, emancipatie van gedachten en zelfstandige mensen die voor zichzelf willen denken, hij heeft het niet over geloven buiten het kader van zijn kerk, zonder dogma’s en de “onuitroeibare christelijke zakkerigheid”. Mooi woord, ‘zakkerigheid’ en toepasselijk ook. Hij gaat niet in op de oneindige lijst van eigenlijke en feitelijke redenen van het geloofsverlies, op ontgoocheling in de kerk, op de twijfelachtige reputatie van sommige van Gods dienaars, op de dagelijks waarneembare intolerantie die de gelovigen uit Gods kerk verdrijft. Hij vermijdt te schrijven dat ongelovigen zo worden genoemd omdat er gelovigen zijn. Wie heeft het woord uitgevonden?

Nee, hij maakt het zich iets gemakkelijker.

Hij vergelijkt het verlies van geloof met het verlies van de liefde, ik begrijp het beeld wel, niet de intellectuele oneerlijkheid die er achter schuil gaat. Hij groepeert alle ongelovigen veilig geschaard achter de maatschappelijke mainstream van niet denkende burgers alsof ze met hun niet geloven een gemakzuchtige oplossing hebben gezocht, ergens willen bij horen zolang het maar niet tot het katholicisme is.

De vrije mens heeft ondertussen begrepen dat geloven niet langer een plicht is maar een recht. Iets wat niet geloven altijd al geweest is.

Reacties staat uit voor Als Rik Torfs de passie preekt…

Opgeslagen onder De Standaard

Wat heeft Maria met een Ambassade gemeen?

Ik had vanavond 47 bezoekers meer op mijn website dan normaal.

Fijn, denk ik zo, er zijn nog mensen die me googelen of die me al kennen en wat meer over of van me willen lezen. De statistieken hebben uitgewezen dat van zodra ergens in een van mijn columns het woord “België” in combinatie met “Ambassade” staat, plots een IP nummer opduikt dat met een meer dan normale interesse de website bezoekt. Zevenenveertig keer, om precies te zijn.

Voor alle duidelijkheid: als ik als vrij mens vrij mag schrijven wat ik wil, mag iemand anders als vrij mens googelen wat die wilt. Elk bezoek is welkom, mijn weekend kan niet meer stuk.

Ergens moet binnen het Ministerie van Buitenlandse Zaken in Brussel iemand ofwel de opdracht gekregen hebben blogs en columns met vermelding van “Ambassade” op te volgen, of ik heb een fan. Hopelijk een ijverige Vlaamse schone die graag leest wat ik schrijf. Hoewel… ik heb daar niet het volste vertrouwen in.

En de reden waarom ik daar niet zo veel vertrouwen in heb is de code “Rippers 0”.

© Mira Willi

Ik weet het, het zei me ook niets, tot ik er wat research naar deed. Het betekent dat de server van het Belgisch Ministerie van Buitenlandse Zaken een programmaatje gebruikt om (delen) van de website te downloaden, voor welk doel dan ook. Niet gewoon een tekst printen, het gaat om het downloaden van delen van een hele website. Ik wens – nu ik de kennis heb – nog meer dan ooit dat een ijverige Vlaamse schone zich daarmee bezig houdt, anders moet ik me zorgen maken. Zevenenveertig keer, tussen 09:54:53 uur en 15:28:39 uur. Ik ben wel zeker dat, mocht het geen vrijdag zijn vandaag, het nog iets langer had geduurd.

Wat dat alles compenseert is als ik zie dat iemand van de Katholieke Universiteit Leuven me bezoekt. Ik stel me daar dan altijd onze Rik bij voor. Dat hij een programmaatje heeft dat hem verwittigt als ik over ‘Maria‘ of ‘God’ schrijf en dat hij zo alsnog bij mij terecht komt. Want mocht Rik me bezoeken, dan kan mijn weekend helemaal niet meer stuk.

Gelukkig wordt de avond afgesloten door drie bezoekjes van een IP nummer dat ik heel goed ken. Ik geef haar straks een zoen, sluit ook de drukke week af en kruip met haar onder de donsdekens. Kwestie van evenwicht. Kwestie van overleven, toch?

En alleen voor de zoekmachines: hier een paar tags: Maria, God, Ambassade, Wenen, België, Rik, Ministerie van Buitenlandse Zaken, de jongste tekening van mijn dochter en prettig weekend!

Reacties staat uit voor Wat heeft Maria met een Ambassade gemeen?

Opgeslagen onder De Standaard