Tagarchief: Ambassade

Wat heeft Maria met een Ambassade gemeen?

Ik had vanavond 47 bezoekers meer op mijn website dan normaal.

Fijn, denk ik zo, er zijn nog mensen die me googelen of die me al kennen en wat meer over of van me willen lezen. De statistieken hebben uitgewezen dat van zodra ergens in een van mijn columns het woord “België” in combinatie met “Ambassade” staat, plots een IP nummer opduikt dat met een meer dan normale interesse de website bezoekt. Zevenenveertig keer, om precies te zijn.

Voor alle duidelijkheid: als ik als vrij mens vrij mag schrijven wat ik wil, mag iemand anders als vrij mens googelen wat die wilt. Elk bezoek is welkom, mijn weekend kan niet meer stuk.

Ergens moet binnen het Ministerie van Buitenlandse Zaken in Brussel iemand ofwel de opdracht gekregen hebben blogs en columns met vermelding van “Ambassade” op te volgen, of ik heb een fan. Hopelijk een ijverige Vlaamse schone die graag leest wat ik schrijf. Hoewel… ik heb daar niet het volste vertrouwen in.

En de reden waarom ik daar niet zo veel vertrouwen in heb is de code “Rippers 0”.

© Mira Willi

Ik weet het, het zei me ook niets, tot ik er wat research naar deed. Het betekent dat de server van het Belgisch Ministerie van Buitenlandse Zaken een programmaatje gebruikt om (delen) van de website te downloaden, voor welk doel dan ook. Niet gewoon een tekst printen, het gaat om het downloaden van delen van een hele website. Ik wens – nu ik de kennis heb – nog meer dan ooit dat een ijverige Vlaamse schone zich daarmee bezig houdt, anders moet ik me zorgen maken. Zevenenveertig keer, tussen 09:54:53 uur en 15:28:39 uur. Ik ben wel zeker dat, mocht het geen vrijdag zijn vandaag, het nog iets langer had geduurd.

Wat dat alles compenseert is als ik zie dat iemand van de Katholieke Universiteit Leuven me bezoekt. Ik stel me daar dan altijd onze Rik bij voor. Dat hij een programmaatje heeft dat hem verwittigt als ik over ‘Maria‘ of ‘God’ schrijf en dat hij zo alsnog bij mij terecht komt. Want mocht Rik me bezoeken, dan kan mijn weekend helemaal niet meer stuk.

Gelukkig wordt de avond afgesloten door drie bezoekjes van een IP nummer dat ik heel goed ken. Ik geef haar straks een zoen, sluit ook de drukke week af en kruip met haar onder de donsdekens. Kwestie van evenwicht. Kwestie van overleven, toch?

En alleen voor de zoekmachines: hier een paar tags: Maria, God, Ambassade, Wenen, België, Rik, Ministerie van Buitenlandse Zaken, de jongste tekening van mijn dochter en prettig weekend!

Reacties staat uit voor Wat heeft Maria met een Ambassade gemeen?

Opgeslagen onder De Standaard

De dag van de Belgische Dynastie valt in Wenen op 11 november…

Ik denk nog net voor het binnengaan dat ik het komende uur best mijn tong niet zou uitsteken. Ik doe dat normaal ook nooit, maar vanavond moet ik er op letten. Als je na het drinken van een glas rode wijn de tanden poetst met Paradontax wordt de tong helemaal zwart. En ik wil uitgerekend in dit gezelschap geen opschudding. Niet vanavond. Ik heb beslist me hoe dan ook te gedragen.

Ik spreek ook niet over het nieuwe boek van Marion Kraske, ik ben wel zeker dat er Oostenrijkers rondlopen tijdens de receptie die nog maar eens beledigd zouden zijn. Ik praat ook niet over Van Rompuy en leg niet uit waarom ook hij – na Verhofstadt en Dehaene – naast de belangrijke EU-post zal grijpen.

Vanavond is smalltalk avond. En omdat ik daar niet goed in ben, ben ik eerder zwijgzaam.

Voor het eerst organiseert de Belgische Ambassade in Wenen een receptie in de Diplomatische Akademie, niet in de ‘Residentie’ die hoogdringend gerenoveerd moet worden. Het kader is de typische helle multifunctionele ontvangstruimte met statafels, hapjesbuffet in het midden, drankjes aan de zijkanten tegen de muur. In Wenen valt de dag van de Belgische Dynastie dit jaar op 11 november.

De nieuwe ambassadeur en echtgenote ontvangen tussen 18:30 en 20:30 en schudden beminnelijk de handen. Ik zie nogal wat heren handkussen, ook een paar andere ambassadeurs zijn uitgenodigd, waarvan het Japanse paar – dame in traditionele klederdracht – het meest opvallen. De Belgische Consul is er ook, een van de weinige in het Vlaams aanspreekbare vertegenwoordigers van ons land, het hoekje Vlamingen op de parketvloer is niet groot.

Ik verwijder het takje dille op een toastje met zalm, die dingen kruipen toch altijd ergens tussen, en vermijd te praten met mijn mond vol, wat maar weinig aanwezigen schijnt te lukken. Ik merk plots dat mijn linkerschoen bespat is. Het regent buiten en de straten liggen er niet te proper bij. Ik kijk op en probeer te zien of het iemand is opgevallen, de Ambassadeur misschien, toen ik binnenkwam en hem begroette, en daardoor meteen al een slechte indruk heb gemaakt? Maar de mensen zijn te druk met praten, een schoen van een onopvallende, onbekende en verloren medeburger valt niet op. Praten doe je op ooghoogte.

Wie niet meepraten vanavond zijn de paar honderd Vlamingen, Brusselaars en Walen die niet zijn uitgenodigd. Die geen kaartje in reliëfdruk van de Ambassadeur hebben gekregen. Die niet belangrijk genoeg waren, of niet interessant genoeg, of niet Belg genoeg. Die geen gepaste kleding in de kast hebben hangen, geen geïntegreerde landgenoten zijn of om welke reden dan ook niet in het kader of in dit gezelschap zouden passen. De zaal is nochtans groot genoeg.

Iemand vraagt naar een naamkaartje dat ik niet heb, een ander om mijn e-mailadres, nog een lieve dame naar het adres van mijn website, een musicus naar de link naar De Standaard-Online. Een Vlaamse dame vraagt waarom ik zo kritisch ben in mijn columns. Ik vertel haar dat de Oostenrijkse schrijfster Eva Menasse vanavond haar kritische openingsrede van de Boekenbeurs in Wenen afsluit met de woorden: “Wie kritiseert, heeft lief.” Dat kritiek soms gewoon een andere vorm van liefhebben is. Ze vindt dit mooi gezegd en stapt tevreden weg. Ik ook.

Het meisje aan de ingang wordt tegen half negen het meisje aan de uitgang, en van haar weet ik bij het buitengaan dat van de iets meer dan vierhonderd genodigden, iets meer dan de helft aanwezig was. Waarschijnlijk de verkeerde helft van de verkeerde en vooral onvolledige lijst genodigden. Misschien is het omdat de nieuwe ambassadeur nog maar een paar maanden in de stad is. Misschien voelt hij zich daarom nog niet de ambassadeur van alle Belgen in Oostenrijk.

Reacties staat uit voor De dag van de Belgische Dynastie valt in Wenen op 11 november…

Opgeslagen onder De Standaard

Alle Belgen gelijk voor de wet?

Er was de laatste dagen nogal wat discussie ontstaan op de Standaard Online over de rol van de ambassades en hoe die met hun expats omgaan. Ik heb even gewacht, wat gestudeerd en gelezen, met wat mensen gesproken, en kan niet anders dan daar nog eens op terugkomen.

Op mijn zoektocht naar de definitie van de rol van bijvoorbeeld een Belgische ambassade in welk land dan ook, kom ik niet veel verder dan:

“De ambassade zorgt voor communicatie en onderhandelingen tussen de twee landen en voor culturele uitwisseling. Ook fungeert ze vaak als aanspreekpunt voor burgers van het thuisland die op dat moment in het gastland verblijven.”

Ik begrijp het deel over communicatie, een ambassadeur is iemand die bij machte moet zijn een standpunt over te brengen, zorgen uit te drukken, en zijn regering te vertegenwoordigen waar nodig. Ik versta ook het deel over onderhandelingen: als er zich dan al een wrijving voordoet tussen thuisland en gastland, moet een ambassadeur, in naam van zijn land, één en ander proberen te bewerkstelligen.

Waar ik compleet de mist in ga is het deel “fungeert VAAK als aanspreekpunt voor burgers van het thuisland.”

“Vaak” komt etymologisch van “vak” en is een bijwoord van frequentie. Betekenissen zijn: soms, dikwijls, veelvuldig.

Nu vind ik deze betekenis nogal vrijblijvend, want willekeurig. Wie beslist er over hoe “vaak” een ambassade als aanspreekpunt voor burgers van het thuisland optreedt, waarom en waarover de problemen dan mogen gaan? Betekent dit dat dit “aanspreekpunt” geen garantie is en dus afhankelijk is van hoe de ambassadeur heeft geslapen afgelopen nacht? Waarom staat daar niet dat de ambassade het onvoorwaardelijk aanspreekpunt is, het altijd te bereiken klankbord, de gegarandeerde overlevingsboei voor burgers van het thuisland? Een met gepassioneerde mensen bemand loket voor landgenoten die al zorgen genoeg hebben met het buitenland, zodat ze van dit plaatsvervangend binnenland toch een en ander mogen verwachten?

Als ik me niet vergis is de staat er voor de burger, en niet omgekeerd. In dit geval gaat de rede: vraag niet wat de staat voor u kan doen maar wat gij kunt doen voor de staat niet op, de belastingbetaler subsidieert deze buitenlandse vestingen en mag er dan ook alles van verwachten, lijkt me zo.

En ik loop in deze column op de tippen van mijn tenen, want als morgen de FPÖ aan de macht komt en ik me zo snel mogelijk in dekking moet stellen, dan heb ik graag dat de deur van dit stukje België in Wenen voor me open gaat en ik beschutting kan vinden. Dan heb ik die paar exterritoriale en onschendbare vierkante meter hard nodig. Dus ik schrijf braaf, en in overleg met de burgerzin die men in deze context van mij verwacht.

Ik ga hier dus niet in op de vraag waarom de vorige ambassadrice in Wenen, Mevrouw Christina Funes-Noppen het na enkele maanden voor bekeken hield. Anderen zeggen dat ze wat problemen had met ‘haar Duits’. Een landgenoot vroeg zich onlangs terecht af of men zoiets in Brussel niet had kunnen weten. Niet dus. Ik hoop dat haar Spaans wat beter is daar in Argentinië, dat ze zich daar echt gelukkig voelt en dat onze regering bij volgende benoemingen dit soort taalproblemen wat vroeger in beschouwing neemt. Spaart wat verhuisgeld. Maar ik heb daar verder geen mening over.

Ik ga ook niet in op de vraag waarom drie opeenvolgende ambassadeurs in Wenen Franstalig waren. Zowel Mevrouw Christina Funes-Noppen als de kersverse ambassadeur Claude Rijmenans hebben MR-signatuur maar dat zou zelfs niet belangrijk mogen zijn, dus zwijg ik erover. De ambassadeur in Oostenrijk en in Bosnië en Herzegovina is tevens Permanent Vertegenwoordiger van België bij het Bureau van de Verenigde Naties te Wenen, bij het IAEA en bij de Voorbereidende Commissie van de CTBTO, en heeft zijn pluimen op diverse posten in het buitenland al lang verdiend. En ik wil me hoe dan ook niet mengen in het gevestigd systeem van politieke benoemingen, onderlinge partijafspraken en het moeilijke evenwicht tussen wat goed is voor België en wat goed is voor onze (hoofdzakelijk Vlaamse) burgers in het Alpenland. Ik wil het daar helemaal niet over hebben.

Waar ik me wel vragen mag bij stellen is hoe gelijk Belgen zijn volgens de wetten van de ambassades in het buitenland. Vertrekkend van het principe “alle Belgen zijn gelijk voor de wet”, mag je verwachten dat een Ambassadeur die het met zijn landgenoten goed voor heeft alle burgers ook als gelijken beschouwt. Ambassadeur zijn mag dan al iets nobels hebben, een hard werkende Vlaming in het buitenland heeft ook zo zijn rechten, en onderscheidt zich – wat mij betreft – geenszins van de hardwerkende ambassadeur.

Een vriend die in een buurland van Oostenrijk woont wist me onlangs te vertellen dat op de dag van de Dynastie dit jaar niet alle Belgen door de Ambassade werden uitgenodigd voor een drink en een babbel. Hij wel, maar een paar van zijn vrienden niet. Ik ben er dit jaar in Wenen wel bij. En omdat de dag van de Dynastie op een zondag valt, is alles op 11 november gepland. Ik kijk er al naar uit en kom hier zeker nog eens op terug. De symboliek van 11 november in combinatie met de Dynastie… dat belooft.

Reacties staat uit voor Alle Belgen gelijk voor de wet?

Opgeslagen onder De Standaard