Categorie archief: Interviews

Humo en de Danneels Tapes: Christine Mussche legt uit hoe het met ons allen gaat.

Dinsdag 12 augustus in Humo

Seksueel misbruik in de kerk

Seksueel misbruik in de kerk

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het transcript van de Danneels Tapes werd sinds de publicatie van bovenstaand artikel in Humo tot op 15 augustus 2014, door 1325 lezers aangeklikt.

Advertenties

Reacties staat uit voor Humo en de Danneels Tapes: Christine Mussche legt uit hoe het met ons allen gaat.

Opgeslagen onder Interviews

De kerk moet schuld bekennen

Roel Verschueren (57) krijgt vaak haatmails.
Van gelovigen godbetert. Ze pikken het niet dat hij, samen met tientallen andere overlevers, de kerk dagvaardt. Zagen aan de poten van de Heilige Stoel. Roel Verschueren, slachtoffer van een jezuïet, maar vandaag kruisvaarder zonder paternoster: ‘Niemand wil op zijn palmares een dagvaarding van het Vaticaan. Maar geloof me, het moet.’

DOOR MATTHIAS DECLERCQ

De Kouter in Gent. Het marktplein waar de ‘Mystic Leaves’ weerloos stilliggen. Grote metalen bladeren die zijn ingewerkt in de betonnen tegels. Roel Verschueren overschouwt de troepen. Zwart hemd omgord, grijze haren strak achterover, filter tussen de lippen. De rook gaat rustig op in de ledigheid van het plein. Dikke wolken pakken samen. Vlaams weer. Hij komt er niet vaak, op de Kouter, niet vaak meer in Gent tout court. Verhuisd naar Wenen, in 2004. Hij gaat het ondenkbare doen: het Vaticaan dagvaarden. Niet de staat, maar de kerk.

Roel Verschueren

Verschueren is de formele rechtspartij en de gevolmachtigde bewindvoerder van een groep anonieme slachtoffers van seksueel misbruik binnen de katholieke kerk, die een groepsvordering heeft ingeleid tegen de Heilige Stoel, de Belgische bisschoppen en alle hoofden van de congregaties in ons land. Het zijn advocaten Walter Van Steenbrugge en Christine Mussche die de vordering inleiden.

Een Europese primeur, in navolging van de Verenigde Staten. Een vordering die mondiale gevolgen kan hebben. Het is een uitdaging voor de advocaten, voor het Belgische rechtssysteem en dat van de kerk, het canoniek reglement. Een Europese primeur, op alle vlakken. Maar veel vragen blijven onbeantwoord. Wie is Roel Verschueren eigenlijk?

Zwijgen en werken

Het is wat vreemd voor hem. De Kouter in Gent, op wandelafstand van zijn oude school in de Savaanstraat. Verschueren werd er misbruikt in het zesde leerjaar, door een jezuïet. Ook in de eerste en tweede Latijnse. Er voorbijgaan lukt nog net, de straat inwandelen niet meer. Hij wil kerk noch school ooit nog betreden. De geur van wierook, het stof van krijt. Het gaat er niet meer uit. Twee volwassen kinderen heeft hij in Gent, twee kleine kinderen in Wenen met zijn partner uit een diep christelijk gezin. Ze zijn gedoopt, de kindjes. Uit respect voor de grootouders. Verschueren stond meer buiten dan binnen tijdens het doopsel. De kerkdorpel als te hoge drempel. Het kon niet. Die geur.

Hij zweeg het lang, Verschueren, het misbruik. Zijn geest bleef op slot. Verdringen, bewust vergeten. Het was leven in de schaduw van het verleden. Volle bak werken. Hij stampte na zijn hogere studie een communicatiebureau uit de grond, boekte succes, verpatste zijn bedrijf zelfs aan een concern uit New York. Leven aan honderd per uur. Werken om te vergeten. Maar het borrelde, zijn gemoed werd onrustig. Ze moest eruit, de kwaal, het misbruik. Liefst snel. Geen langgerekt kruisverhoor, maar de waarheid. Kort, rechttoe rechtaan. In 2004, bij het schrijven aan zijn eerste roman, Zwijg als je praat, laat hij de protagonist zijn geheim ‘toevallig’ prijsgeven. Drie vrouwen en drie mannen uit twee generaties botsen er frontaal. Een verhaal van zwijgen en verzwegen worden. “Ik vertaalde een paar hoofdstukken in het Duits voor mijn vrouw. Maanden voor de publicatie. Die vraag: ‘Zijn dit feiten of is dit fictie?’ Ik keek haar aan. Ze wist het. Nu weet iedereen het.”

Zijn eigen dossier kwam eerst bij de commissie-Adriaenssens terecht, vervolgens bij het gerecht. Hij toonde zijn schoolrapporten. Zijn slechte punten voor godsdienst en Latijn. De leraar als oorzaak. Verschueren raakte bekend, in beperkte kringen. Hij praatte met de politie, met slachtoffers, met advocaten. Dezelfde vraag kwam steeds terug: ‘Ik kan toch niet de enige zijn met dat verleden?’ Maar schrijven of praten, België zweeg. Tot april vorig jaar. Vangheluwe. De sneeuwbal. Honderden slachtoffers op het voorplan.

Actie

De sneeuwbal werd een lawine, met de vordering als ultieme noodkreet. Een juridische aanval tegen de kerk. Het is de culminatie van anderhalf jaar bommen en granaten voor het altaar. Van de bekentenis van Vangheluwe, tot de commissie-Adriaenssens, tot de ramkoers van het gerecht, tot de tussenkomst van het parlement, tot de stomp in de maag van een maatschappij in overdrive. Schijngevechten over vergoedingen, over arbitrages, over hulpverlening, over het lot van honderden slachtoffers. Veel blabla, weinig concreets. Het enige wat nu op papier staat is de naam van Roel Verschueren. De wijn wordt ingeschonken. Eén vraag en de sluis gaat open.

“Ik kan toch niet apathisch aan de zijlijn blijven staan? Er moest iets gebeuren. 2010 was mijn zwartste jaar. De bekentenis van Vangheluwe: amper te beschrijven. De inbeslagname door De Troy, nog zoiets. Samen met de presentatie van het rapport-Adriaenssens zijn dat drie blanco dagen. Witte, lege pagina’s. Ik zat in Wenen, maar wilde erbij zijn. Deelnemen aan het beginnende debat hier in België. Ik had het al eens geschreven in een column, dat na landen als Ierland en Oostenrijk ook België niet heiliger kon zijn dan de paus.

“Er wordt nu nog altijd gewoon gebabbeld. Meer niet. Schadevergoedingen? Al iets van gemerkt? Je kunt toch niet blijven wachten op actie? In Ierland is de staat er nadrukkelijk bij betrokken, omdat het misbruik plaatsvond in onderwijsinstellingen, gerund door congregaties, maar eigendom van de staat. Ierland betaalt. Nederland? De commissie-Deetman heeft schadevergoedingen toegezegd, gaande van 5.000 euro tot 100.000 euro in uitzonderlijke gevallen. Oostenrijk? Daar speelt de kerk geen politie en kunnen slachtoffers na aanvaarding van een schadevergoeding zelfs nog altijd een klacht neerleggen. Een snelle, efficiënte afhandeling van het probleem. No nonsense. Een grote groep slachtoffers kreeg centen en is intussen in therapie. In de VS worden al járen enorme schadevergoedingen uitbetaald. Tal van congregaties zijn er failliet gegaan.

“En België, hier wordt gewacht, gekeken en geluisterd naar het buitenland. Resultaat? Niks. Toch niet verwonderlijk dat de kerk dan wordt gedagvaard? De bisschoppen, de congregaties, de paus, ze hadden allemaal de verantwoordelijkheid om die gevallen van misbruik correct in te schatten en te behandelen. Maar ze hebben het niet gedaan. En ja, het proces zal ongetwijfeld jaren duren. En ja, de afloop is misschien onzeker. Maar slachtoffers hebben recht op antwoorden. Er is kritiek gekomen op deze vordering, dat klopt. De uitspraken, zonder enige voorkennis, van Rik Torfs en de druk vanuit de kerk hadden tijdelijk een ontradend effect op het aantal deelnemers. Nadat bleek dat advocate Christine Mussche ook een pedofiel verdedigde, zakte dat aantal plots van in de zeventig naar amper 40. Nu zijn het er opnieuw bijna 80. Overlevers met een overtuiging. We willen zelf aan het stuur zitten.”

Finaliteit

Verschueren vertelt heel rustig, heel gestructureerd. Geen impulsief gehakketak, geen emotionele stoomtrein. Nu en dan een sigaret. Een slok wijn. Hij kijkt in de ogen, verstopt zich niet achter taal en theorie. Zijn emoties goed onder controle. Hij denkt er vaak over na, over zijn levensloop. Van succesvol reclameman tot schrijver/vertaler/vrij journalist tot symbolisch gezicht van een groep slachtoffers van seksueel misbruik. Verschueren heeft een bevlogen pen als het moet, een scherpe tong als het mag. Er hangen geen weerhaken aan zijn discours. Rustige vastheid bijna. Hij is zijn verleden de baas. De dader is dood, dat las hij in een jezuïetenkrantje op het internet.

Het lijkt misschien wat vreemd, voor een ongelovige. Een zelfverklaarde ignost: “De godsvraag is irrelevant omdat het antwoord niet verifieerbaar is. Geloven is al lang geen plicht meer, maar een recht, iets wat niet geloven altijd al is geweest. Neen, ik geloof dus niet.”

Waarom slijpt een niet-gelovige Vlaming dan zijn pen en zijn tong om het instituut kerk zowel juridisch als verbaal te steken? Waarom wil iemand met een warm gezinsleven, met een succesvolle carrière, nagenoeg al zijn tijd en energie investeren in de strijd tegen een instituut waar hij niet de minste voeling mee heeft? Een instituut dat zijn menselijke waardigheid heeft aangetast. Wat is zijn finaliteit? Hij praat over de schadevergoedingen, maar de schade is belangrijker dan de vergoeding. Voor hem draait het in se niet om centen. Hij eist geen blanco cheque voor pijn en verderf van de paus. Maar toch. Het recht als leidraad, is dat voldoende? Dik tachtig slachtoffers scharen zich achter de vorderingen. Tachtig verhalen van menselijk leed, Tachtig andere bedoelingen, tachtig verschillende verwachtingen. Wat wil hij zelf ?

Change

Verschueren: “De kerk dagvaarden is een democratisch toegestane stap van burgers die door het instituut zijn misbruikt en nu het heft in handen willen nemen, los van de ondemocratische en autoritaire organisatie. Ik misken de morele autoriteit van zowel de paus als de bisschoppen omdat ze zich schuldig hebben gemaakt aan misdaden tegen menselijkheid. Klinkt zwaar, maar dat is het ook. Niemand op deze aardkluit wil dat op zijn palmares, een dagvaarding van het Vaticaan. Maar geloof me, het moet.

“Deze groepsvordering is slechts een van de vele middelen die wereldwijd worden ingezet om de kerk, de paus, de Heilige Stoel te dwingen in te zien dat ze goed fout zitten. Het minste dat je kunt verwachten, zelfs als je als gelovige niet misbruikt werd, is dat de rechtstreekse verantwoordelijken van het instituut schuld bekennen. Begrijpen dat macht geen plaats mag hebben in hun missie. En die mensen die ze zelf ten gronde hebben gericht, financieel, moreel en hulpvaardig bijstaan. Geld is geen drijfveer, maar zoveel slachtoffers zijn er zo slecht aan toe, zowel financieel als psychisch, dat er dringend hulp nodig is. En die groep wordt met de dag groter. Elke dag krijg ik nog mails van nieuwe slachtoffers. Maar ook haatmails van diep christelijke fanatici die mij schofferen. Anonieme haatmails, dat ken ik nu ook. Mensen die mij vreemde landkaarten van Duitsland mailen. Het noorden is rood gekleurd. Die kaartjes moeten mij dan duidelijk maken dat het nazisme is ontstaan op een plek waar geen katholieken wonen. Pure waanzin. Maar ik laat me niet afschrikken. ook de anderen niet. Ik niet alleen.

“Ook Rik Devillé van de werkgroep Mensenrechten in de Kerk en Lieve Halsberghe van slachtofferorganisatie SNAP krijgen die nog altijd. Voor zo’n indringend en omvangrijk probleem, mag je toch wel oplossingen verwachten?”

“Wat voor mij minstens even belangrijk is, is dat de kerk haar nederige plaats moet terugvinden binnen een democratische staat. Alle kerkelijke wetten, elke stap die de kerk zet en beslissing die ze neemt, moet onherroepelijk ondergeschikt worden aan de democratische grondwet van het land dat het katholiek geloof als godsdienst heeft erkend en dus tolereert.”

Verschueren hoopt dat de kerk haar plaats niet alleen op wettelijk, maar evengoed op maatschappelijk vlak terugvindt.

Die maatschappelijke plek is veranderd sinds het doorbreken van het taboe. De kleilaag rond seksueel misbruik is gebarsten. Het onderwerp is bespreekbaar. Alleen familiaal misbruik blijft onder de radar. Het stoot Verschueren tegen de borst, de stilstand van de kerk versus de vooruitgang van het maatschappelijk debat. “Het taboe is geëvolueerd, de kerk niet. Na anderhalf jaar is het probleem ten minste bespreekbaar, heeft de maatschappij de ogen geopend, maar de kerk helemaal niet. Tenminste de kerk als instituut niet.”

Verschueren maakt hier een onderscheid tussen de ‘bedieners’ van de liturgie, zoals de bisschoppen en de priesters, en het instituut zelf, de Heilige Stoel.

“Sinds de uitbraak van de schandalen heeft de kerk zich bijzonder archaïsch opgesteld. En dat zal ook niet snel veranderen. Wie denkt het Vaticaan en de heersende paus op andere gedachten te kunnen brengen, is naïef. De vastgeroeste ideeën en regels, de kerk van de dogma’s, dat krijg je er ook de volgende generatie nog niet uit. Denk ik. Er heerst een discrepantie tussen de top en de basis. Er is een onderstroom op gang gekomen in de gelovige gemeenschap. Een onderstroom die het niet eens is met de leidinggevenden van het instituut.

“In Oostenrijk hebben meer dan driehonderd priesters zich ongehoorzaam verklaard aan het Vaticaan omdat ze het niet eens zijn met de huidige standpunten. Zaken als het celibaat, de toegang van vrouwen tot de liturgie, het verouderde canoniek recht, het uitsluiten van gescheiden gelovigen van de communie, pikt de basis niet langer. Dat is toch bijzonder boeiend. Het is een menselijke evolutie van de geloofsgemeenschap. Het sociaal-maatschappelijke engagement van de basis tegenover het machtsmechanisme van de top.”

Mislukking

Kan de kerk zich aan het andere verwachtingspatroon van de basis aanpassen? Met andere woorden, kan de ideologie binnen de kerk écht veranderen?

“Met de huidige paus zal het vast niet lukken. Misschien als er bij de volgende niet-democratische verkiezing voldoende ruimte is voor de nieuwe generatie bisschoppen. Zoals Johan Bonny in Antwerpen. Zij zijn het die de zware lasten dragen, niet de generatie van Danneels. Als in die laag, bij de Bonny’s van deze wereld, begrip ontstaat voor de basis, dán is een omwenteling mogelijk.

“Met Léonard zal het ook niet lukken. Die man is verloren. Op theologisch vlak heeft hij zijn verdienste, maar maatschappelijk? Léonard heeft zich dusdanig arrogant gedistantieerd van elke mogelijke hervorming dat hij buitenspel staat. Danneels net hetzelfde. Oog in oog met Danneels zou ik zelfs agressief worden. ‘Zwijg mij over Danneels’, heb ooit gezegd in een debat. Slip of the tongue. Hij verstopt zich, verslikt zich in zijn eigen onmacht. Hoe kan hij nog in het reine komen met zichzelf. Hij wist álles, dat bevestigen alle bronnen. Maar hij zweeg. Dat maakt mij kwaad. Ik zou het hem nochtans willen vragen: Waarom? Waarom heb je niks gezegd. De psychologie van de verdringing. Die kenmerkt niet alleen slachtoffers.”

Maar wat als de kerk niet muteert? Wat als een jarenlange procesgang op niks uitdraait. Geen geld, geen excuses, geen eerherstel. Dan blijft misschien alleen het stigma over. Hij, Verschueren, die de kerk voor de rechter sleepte. “Dan zal het niet aan de argumentatie liggen, noch aan de juridische onderbouw, noch aan een gebrek aan bewijsmateriaal. Maar er zal een uitspraak komen, in welk land dan ook, voor welk gerecht dan ook, die er geen twijfel zal laten over bestaan dat zowel de huidige paus als bepaalde bisschoppen in de wereld flagrante inbreuken hebben gepleegd tegen de fundamentele mensenrechten van tienduizenden slachtoffers. En zelfs als dat nog lang zal duren, vergeten we ondertussen de kracht niet van echte gelovigen, die vandaag al er alles aan doen om de dringende vraag om hervormingen beantwoord te zien, waardoor ze onrechtstreeks meewerken aan ons einddoel: dat nooit nog een kind binnen de kerk misbruikt wordt.”

Reacties staat uit voor De kerk moet schuld bekennen

Opgeslagen onder De Morgen, Interviews

In naam van de lotgenoten

Roel Verschueren is een Vlaamse publicist die in Wenen woont. Tijdens de afgelopen maanden schreef hij voor de kranten ‘De Standaard’ en ‘De Tijd’ columns over het seksuele misbruik van kinderen door Europese geestelijken. In zijn boek ‘Morgen is van mij’ heeft hij het nu ook over zijn eigen ervaring met misbruik.

‘Wie op zoek is naar sensatie, heeft het verkeerde boek in de hand’, luidt de eerste zin van uw voorwoord. 
Daar wilde ik meteen geen twijfel over laten bestaan. Op de columns die ik voor ‘De Standaard’ en ‘De Tijd’ schreef, kreeg ik veel reacties. Zo leerde ik de specifieke verhalen kennen van vijf slachtoffers van seksueel misbruik door geestelijken. Eén van hen is een ‘onrechtstreeks’ slachtoffer: haar broer heeft zelfmoord gepleegd. Aan de andere kant gebruik ik als motto voor het boek een citaat van Wittgenstein: ‘Alles wat uitgesproken kan worden, kan duidelijk uitgesproken worden.’

Toch stoort het u dat de media gretig op zoek blijven naar persoonlijk getinte verhalen, het liefst zonder schuilnaam, én met een foto erbij?
Ik begrijp dat iedereen zijn rol te vervullen heeft in dit debat. Maar sinds de voorstelling van het verslag van de commissie-Adriaenssens heeft het publiek toch al kennisgemaakt met zulke persoonlijke verhalen. En mensen als Sam Deurinck en Jan Hertogen hebben een gezicht gekregen, omdat ze er blijkbaar klaar voor waren om zichzelf te outen. Nu komt het er vooral op aan dat we als samenleving een volgende stap zetten.

Cruciaal voor de storm die de Kerk momenteel meemaakt, blijft voor u het initiatief van de jezuïet Klaus Mertes, hoofd van het Berlijnse Canisiuscollege.
Eind vorig jaar besloot hij de school waarvoor hij verantwoordelijk is, op te kuisen. Zijn uitgangspunt was: ‘Ik kom tot de vaststelling dat hier, vóór mijn tijd, dingen gebeurd zijn die ik niet kan vatten. Ik wil ooit de fierheid hebben om te zeggen dat iedereen die op deze school misbruikt is, zijn verhaal heeft kunnen doen en dat we samen naar een oplossing hebben gezocht.’ Meer dan welke bisschop ook heeft Klaus Mertes een mea culpa geslagen. Die nederigheid vond ik groots. Toen hem werd gevraagd of hij woedend was op de daders, antwoordde hij: ‘Niet zozeer op hen. Ze zijn me veel te vreemd. Maar het zwijgen, het wegkijken maakt me woedend.’ Vanaf dat moment ben ik me in de problematiek van het seksuele misbruik door geestelijken gaan verdiepen. Ik ging research doen: eerst over de situatie in Duitsland, later over die in Oostenrijk en Nederland.

Uiteindelijk vielen ook de dominostenen in België. Dat was onvermijdelijk?
Natuurlijk. Waarom zou ons land een uitzondering zijn? (schamper) Omdat de moedermelk hier zuiverder is? Omdat de Kerk hier alleen bewezen niet-kandidaat-kinderschenders tot het priesterambt toelaat? Nadat ik in maart mijn eerste column over het onderwerp had geschreven, kreeg ik al snel heel wat reacties. Dat was nog vóór de zaak Vangheluwe. Nadien is de respons alleen maar toegenomen.

In uw boek benadrukt u dat de slachtoffers geen homogene groep vormen.
Wie dat veronderstelt, maakt een zware denkfout. Het is een verzameling van mannen en vrouwen – verscheurde zielen, zeg maar – die elk hun eigen lijden hebben meegemaakt. Het enige gemeenschappelijke is dat ze nu samen onder de noemer ‘slachtoffer’ worden geplaatst. De grote uitdaging luidt: hoe krijg je zo’n heterogene groep georganiseerd? Momenteel bevinden we ons nog in een chaotische toestand. Dat is normaal, dat kun je nagaan bij soortgelijke kantelmomenten in de geschiedenis. Minister Vandeurzen roept dat hij een initiatief voorbereidt, Stefaan De Clerck wil de verjaring bekijken… Vanuit diverse hoeken worden dus impulsen gegeven, alleen hoop ik dat alles straks op een meer gecoördineerde manier verloopt.

De afstandelijke manier waarop aartsbisschop Léonard reageerde op het verslag van de commissie Adriaenssens, ontlokte Stefaan De Clerck de bedenking: ‘Léonard is een intellectueel, maar veel gelovigen hebben het moeilijk om zijn rigiditeit te plaatsen.’
In nogal wat media heb ik kunnen lezen dat Danneels en Léonard elk hun eigen manier van handelen hebben, elk een specifiek taalgebruik hanteren. Maar laten we toch vooral niet vergeten dat ze allebei onder de enorme invloed van het Vaticaan staan. Geen van beiden heeft tot nog toe een stap gezet zonder eerst naar de nuntius te luisteren. En die nuntius komt met de dwingende adviezen vanuit Rome. Zolang de stemming daar niet verandert, moeten we geen radicale ommezwaai bij onze kerkelijke hiërarchie verwachten. Terwijl de slachtoffers juist op duidelijke signalen blijven hopen.
Wat moet er volgens u in de eerste plaats gebeuren?
Een politicus die zegt dat de verjaring moet verlengd worden met een aantal jaren, gaat niet ver genoeg. Ik vind dat – wegens de omvang en ernst van deze zaak – de verjaring uitzonderlijk helemaal moet worden afgeschaft. Wie ooit een kind heeft misbruikt en vandaag nog leeft, of wie weet had van zo’n misbruik en dat heeft verzwegen, moet zijn straf krijgen. Hoe zwaar die straf hoort te zijn, is aan het gerecht om uit te maken.
‘Slachtoffers vragen niet dat de hele Kerk zou boeten’, noteert u. ‘Ze zijn niet op alle geestelijken kwaad. Ze vragen dat de daders en verzwijgers uit de Kerk verwijderd zouden worden.’
Mag ik even een link leggen met mijn persoonlijke verhaal? Van het eerste leerjaar in het lager onderwijs tot het tweede middelbaar heb ik bij de jezuïeten school gelopen. Toen heb ik me bewust laten zakken. Dat was de enige manier om weg te raken van de onderwijsinstelling waar ik door die pater was misbruikt. Maar daarom kan ik toch niet kwaad zijn op die héle school? Hoe graag ik daar ook mijn humaniora had afgemaakt.


De stille loyaliteit
Aan het seksuele misbruik door ‘De Haas’, de bijnaam van de pater in kwestie, besteedt u slechts vier pagina’s, omdat het u inderdaad niet te doen was om sensatie. Maar het zijn wel heel wrang geschreven bladzijden: ‘Ik moest maar heel even blijven, het zou zo voorbij zijn. Hij nam zijn rode balpen en hij leunde met zijn ronde hoofd over mijn linkerschouder om te kijken naar het blad voor ons terwijl hij mij op zijn schoot trok. (…) Hij begon te neuriën terwijl hij zich met afgemeten bewegingen tegen mijn lichaam aandrukte. Dan zag ik zijn balpen naar de linkerzijde van de kleine nul gaan. De Haas vroeg gemaakt plagend of het streepje naar boven moest of aan de rechterkant van de nul naar beneden. Een zes dan wel een negen maakte voor mijn moeder ontzettend veel uit. En niet in het minst voor godsdienst en Latijn.’
Ik heb het thuis nooit verteld. In 2008 heb ik het wel even fictief verwerkt in mijn roman ‘Zwijg als je praat’, een boek over een andere thematiek: gezinnen met een collaboratieverleden. Pas een paar weken geleden, in het vooruitzicht van het verschijnen van ‘Morgen is van mij’, heb ik mijn moeder – ze is 88 – voorzichtig duidelijk gemaakt wat me op die school is overkomen.

U blijkt niet het enige slachtoffer dat zijn ouders er nooit mee heeft willen belasten.
Zo zijn er inderdaad velen geweest. Dat moet je zien in de maatschappelijke context van toen. Veertig, vijftig jaar geleden bestond er nog geen cultuur waarin er tussen ouders en kinderen openlijk over seksualiteit werd gepraat. Om nog te zwijgen over andere kenmerken van die tijdgeest. De mensen waren superkatholiek en hadden het beste voor met hun kroost: ze werkten zich te pletter om hun kinderen toch maar te kunnen laten studeren, iets waar ze zelf niet of nauwelijks de kans toe hadden gehad. Dat besefte je zelf als kind ook maar al te goed. Dus zweeg je, uit een soort loyaliteit. Bovendien zat je ook met de vraag of ze je überhaupt zouden geloven. Het was allesbehalve vanzelfsprekend om je ouders te vertellen dat de priester – de man naar wie ze zo opkeken – zich aan jou vergrepen had.

Zitten nu niet heel wat geestelijken-op-leeftijd met een grote schrik dat ze, op de valreep, nog met hun daden zullen worden geconfronteerd?
Ik hoop het. Laat ze maar eens goed met de schrik zitten. Angst kan namelijk een katalysator zijn om eindelijk eens tabula rasa te maken met je foute verleden. Op een bepaald moment komt zo iemand misschien tot het besef dat hij maar beter alles opbiecht. Dan is hij tenminste van zijn angst af.

Auteur Oscar van den Boogaard liet zich in een column in ‘De Standaard’ ontvallen: ‘Ik ben blij met mijn katholieke opvoeding, hoe schijnheilig die ook was.’
Zelf kwam ik eerlijk gezegd vroeg – als tiener al – tot de vaststelling dat het geloof niks voor mij was. Dat staat los van wat er met die pater gebeurd is. Ik heb het geloof niet nodig om gelukkig te zijn. Maar ik respecteer wie dat in zijn leven wél noodzakelijk acht.
Veel latere relaties van seksueel misbruikte jongens en meisjes zijn afgesprongen op het onderwerp misbruik, schrijft u: ‘Partners die de rollercoaster aan gemoedswisselingen niet meer konden verdragen, of definitief wilden ontsnappen aan de repetitieve en alsmaar diepere depressies van hun misbruikte partner.’
In dat opzicht heb ik meer geluk gehad dan andere slachtoffers. In mijn relaties ben ik altijd meteen eerlijk geweest over wat me is overkomen, zonder de partner ermee te willen belasten. Ik heb ook nooit therapie moeten volgen.

Voelt u zich een ander mens nu uw boek in de winkels ligt?
Ik hoop in de eerste plaats dat het iets bijdraagt tot het evolueren van het maatschappelijke debat in de juiste richting. En lotgenoten wilde ik met de titel duidelijk maken: er is een fundamenteel verschil tussen zeggen ‘Ik ben een slachtoffer’ en ‘Ik was een slachtoffer’.
‘Morgen is van mij’ van Roel Verschueren verscheen bij de uitgeverij Lannoo.

Reacties staat uit voor In naam van de lotgenoten

Opgeslagen onder Interviews

23 vragen aan… Roel Verschueren

In 2008 verscheen zijn roman  Zwijg als je praat . We voerden een boeiend gesprek met deze auteur, over zijn fascinatie voor het verleden, zijn schrijversbestaan, de manier waarop hij taboeonderwerpen bespreekt, de reacties die hij krijgt, maar ook over zijn literaire en filmische voorkeuren en zijn toekomstdromen.

‘Het verleden is niet zoals een weggeworpen slangenvel dat uitgedroogd en nutteloos achterblijft. Het is ook geen vlucht. Niet als je het gebruikt om het heden beter te begrijpen’

1. Symboliseert Zwijg als je praat, je debuutroman, voor jou het begin van je schrijverscarrière?

Ik heb in mijn leven altijd al geschreven. Ik was zelfs ooit ghostwriter in mijn vorig leven. Maar mijn eerste roman heeft inderdaad zijn weg gevonden naar Ivo Lemmens. Hij vond het verhaal gewoonweg sterk en goed geschreven, en naar de eersteling kijkt iedereen gespannen uit, de schrijver nog het meest. Zonder eerste boek komt er geen tweede. Zolang je niet uitgegeven bent ben je – zoals zovele anderen – gewoon aan het schrijven. Na je eerste boek noemt iedereen je plots ‘auteur’. Spijtig en hard, maar zo is het.

2. Schrijven is voor jou dus geen hobby, maar een noodzaak…?

Hoewel ik, als ik schrijf, zeer gedisciplineerd ben, voelt het aan alsof elke minuut gestolen tijd is. Ik heb twee jonge kinderen (zes en drie jaar oud) die nogal wat aandacht vragen, een partner met een zeer creatieve maar tijdrovende job. We moeten ons echt goed organiseren om onze creativiteit de ruimte te geven die nodig is. Maar eigenlijk schrijf ik altijd. Als ik er wat afwezig bijloop, of aan een gesprek in een ronde niet deelneem, weet mijn omgeving dat ik aan het schrijven ben. Zonder pen of computer, maar de zinnen vormen zich dan langzaam en voorzichtig in mijn hoofd. Die moeten dan zo snel mogelijk op papier.

3. Waar gaat je roman Zwijg als je praat over?

Het is een bezeten zoektocht van een zoon, naar een blinde vlek in het verleden van zijn vader. Het is een familieroman, waarin generaties in conflict komen over het recht op informatie en de plicht die door te geven. Het gaat over zwijgen, verstoppen, misleiden omdat de vader een foute beslissing heeft genomen. De zoon probeert te achterhalen waarom en ontdekt een heel andere waarheid dan die waarnaar hij op zoek is.

4. Je hebt veel research gedaan bij het schrijven van deze roman. Waardoor ben je daarmee begonnen? Heb je altijd veel interesse in het (oorlogs)verleden gehad?

Het verleden bepaalt in grote mate wie we zijn, waarom we zo geworden zijn, en is voor mij een onmisbare informatiebron om zelf met dit leven in het klare te komen. In tegenstelling tot wat gedacht wordt, is zwijgen ook een vorm van communicatie. Je krijgt geen informatie, maar als je goed naar het zwijgen luistert hoor je soms meer dan wanneer iemand praat. Het is deze vorm van communicatie die me boeide, proberen te achterhalen wat de familieleden over de vader niet zeggen tijdens het langdurig zwijgen. Het schrijven van deze roman werd in grote mate bepaald door het tempo van mijn research. Wanneer ik nieuwe elementen had gevonden, hadden die een invloed op de structuur en vorm van het verhaal. Het eigenlijke plot kwam pas zeer laat in het schrijfproces bovendrijven, hoewel ik vanaf het eerste woord dat op papier stond voldoende vertrouwen had dat het er zou komen. Ik wist alleen nog niet wat het zou zijn.

5. Is het bezig zijn met het verleden in zekere zin een vlucht voor het hier en nu?

‘The past is not a package one can lay away,’ zei Emily Dickinson. Het is niet zoals een weggeworpen slangenvel dat uitgedroogd en nutteloos achterblijft. Het is ook geen vlucht. Niet als je het verleden gebruikt om het heden beter te begrijpen. Het verleden kan een springplank zijn. Om het nu met de nodige kennis bij te sturen waar nodig, eruit te leren, en met inzicht voor zichzelf te bepalen hoeveel je dat verleden je toekomst laat bestemmen. Het verleden is nooit onherroepelijk voorbij, zei Oscar Wilde. En mijn landgenoot Herman Brusselmans zei: ‘Als er iets is dat het verleden je leert is het dit: ga door. Ga door en maak van de toekomst nog meer verleden.’

6. Zwijg als je praat speelt zich af in Oostenrijk. Jij woont in Wenen. Toeval?

Nee. Mijn dochtertje van drie vroeg me wie haar Belgische opa was, en nam geen genoegen met de boodschap dat hij al zeer vroeg was overleden. Ik besefte dat ik op zoek moest gaan om haar ooit, als ze ouder zou zijn, een correct en bevredigend antwoord te kunnen geven.

7. In hoeverre is dit verhaal fictie?

Hoewel de roman fictie is, is de situatie waarin de protagonist Victor zich bevindt nogal gelijklopend met de mijne. Laat ons stellen dat we beiden op zoek waren naar hetzelfde, maar Victor zijn eigen verhaal in het boek kreeg.

8. Welke boodschap zit er in het verhaal?

Recht op overlevering. Recht te weten. Plicht te vertellen. We vertellen niets meer aan elkaar. We lezen, zoeken op via het internet, schrijven korte zinnetjes op Facebook of Twitter. Maar vertellen, de verhalen over vroeger aan de volgende generatie doorgeven is er niet meer bij. Alsof we alles al zouden weten of kunnen opzoeken, en aan verbale overlevering, de ‘vertellingen’ geen boodschap meer zouden hebben.

9. Merk je dat er in Oostenrijk anders over het oorlogsverleden gepraat wordt dan in Nederland? 

Helemaal anders. Het thema kwam tot voor een paar jaren in de geschiedenisboeken niet voor. Er is nu echter geen ontkomen meer aan. Je zit hier in het Alpenland met miljoenen mensen die zich ‘slachtoffer’ voelen van het nationaalsocialisme uit de oorlogsjaren, hoewel ze op twee procent na, allemaal met de annexatie door Hitler hebben ingestemd. Probeer daar maar eens mee te leven. Een collaborateur in België of Nederland beseft ondertussen dat hij een beslissing heeft genomen die – achteraf beschouwd – nogal fout was. Tot dat inzicht moeten de Oostenrijkers nog komen. En dat gebeurt ook, er wordt eindelijk over gesproken, al is het schoorvoetend.

10. Hoe reageerden Vlamingen die Zwijg als je praat lazen?

De meeste reacties gingen over de stijl en het plot, minder over de inhoud (collaboratie en de zoon van ‘foute’ ouders). Ik weet dat ik een goed verteller ben, dat ik filmisch schrijf, de mensen kunnen zich de scènes goed voorstellen, iedereen voor zich op zijn eigen manier, en dat voelt aan alsof een hand hen door het boek begeleidt en hen loslaat net voor het plot. Ik verwacht op de Duitse versie (de roman is onlangs vertaald, red.) een heel ander soort reacties. Veel meer gepolariseerd en met meer polemiek. Het onderwerp ligt in Oostenrijk nog altijd veel gevoeliger dan bij ons. En ik ken heel wat mensen van de generatie na mij die nu pas aan dezelfde ontdekkingstocht begonnen zijn die ik achter de rug heb.

11. Welke reactie herinner je je het best?

Die vrouw die me schreef en vroeg hoe het kwam dat ik haar moeder kende. Dat ‘Martha’ in mijn boek, de moeder, haar moeder had kunnen zijn: een combinatie van een bitch en een slachtoffer van de situatie.

12. Je boek werd door veel mensen gelezen, onder andere door leden van historische kringen…

Ik hoop dat beide boeken bij zo veel mogelijk mensen iets wakker schudt. De thema’s zijn soms ondraaglijk relevant, laten niet los, en zetten bij velen hopelijk iets in gang dat niet meer te stoppen is.

13. Wat is jouw persoonlijke wens voor het geschiedenisonderwijs?

Vervang alle geschiedenisboeken van het eerste leerjaar tot het einde van de humaniora door het boek In Europa van Geert Mak. Boeiender, logischer, meer verhalend, objectiever en meer correct.

14. Na Zwijg als je praat (Lemmens) volgde Morgen is van mij (Lannoo): een roman over seksueel misbruik in de kerk. Weer een gedurfd onderwerp. Jij gaat taboeonderwerpen niet in uit de weg…?

Morgen is van mij is non-fictie. Het gaat over een keiharde realiteit die begin 2010 als een bom in België en de ons omringende landen is ingeslagen: seksueel misbruik in de kerk. Het gaat opnieuw over ‘zwijgen’, maar dan over een zeer zwarte kant van het instituut kerk en alles wat daaraan vast hangt. Het gaat over een van de zwaarste misdaden tegen de menselijkheid die men zich kan voorstellen, omdat dit soort misbruik gebaseerd is op macht. Macht van een volwassene, meestal een geestelijke, over een machteloos kind. In tegenstelling tot mijn eerste roman, had ik nu al zeven maanden research verricht, binnen het kader van mijn nogal uitdagende columns in De Standaard en De Tijd online. Ik kon het zwijgen van de kerk, de politiek en justitie niet meer aan. De reacties op de columns stroomden direct via mijn website bij me binnen. Ik werd op die manier met bijna honderdvijftig menselijke drama’s geconfronteerd, van slachtoffers die me hun verhaal schreven, vaak voor het eerst. 2010 was voor mij het zwartste jaar uit mijn leven, maar tegelijk ook de periode waarin ik het gevoel had voor de honderden slachtoffers van seksueel misbruik iets te kunnen doen.

Ik heb het boek in zesentwintig dagen geschreven, vijf weken later lag het in de winkel, met een nawoord van kinderpsychiater Peter Adriaenssens, onze Vlaamse commissaris Deetman zo te zeggen.

Overigens: ik zie nogal wat parallellen tussen Zwijg als je praat en Morgen is van mij. Er is over de thema’s ontiegelijk veel geschreven, vanuit alle invalshoeken, en toch blijft het onuitputtelijk. Oorlogservaringen zijn, net zoals de ervaring van misbruik, onuitwisbaar. Oorlogen hebben impact op de hele wereld, en op alle generaties. Misbruik vernietigt in vele gevallen het individu, de eigenwaarde, de levensvreugde. Het kind in de volwassene werd gedood. Voor beide thema’s geldt de levensnoodzakelijke hoop: ‘dat nooit meer!’

15. Kun je nog een anoniem bestaan leiden of zien mensen je ‘als die schrijver’? Zeker nu je stadsgenoten je boek ook kunnen lezen, aangezien – je noemde het eerder al even – er nu ook een Duitse versie is van Zwijg als je praat?

In mijn sociale kring in Wenen ben ik inderdaad de vrije journalist en auteur. Iedereen die me kent krijgt nu ook de kans mijn eerste roman in het Duits te lezen. Dat is – eerlijk gezegd – een heel eigenaardig gevoel. Ik heb me hier redelijk beschut gevoeld, de mensen kenden me als mens, vader van twee kinderen, partner van een Oostenrijkse vrouw, als buitenlander en dus enigszins een buitenstaander. Die relatieve anonimiteit is door de vertaalde roman nu verdwenen. Hoewel die toch al aan het afbrokkelen was nadat ik ook columns vertaald op mijn website heb gesteld en essays begon te schrijven, onder andere in het weekblad ‘Profil’.

16. Werk je momenteel aan een nieuwe roman?

Ik ben momenteel met een nieuwe roman bezig. De aanzet daartoe was eind 2009 al gegeven, maar dat project heb ik moeten opbergen omwille van Morgen is van mij en de nasleep ervan. Ik heb nog heel wat tijd nodig, want dit keer zal research me niet helpen. Het moet allemaal uit mijn eigen poriën komen. Daar hou ik van. De kans is trouwens groot dat hij meteen in Duitse vertaling verschijnt en misschien pas later in originele versie. Mijn Weense uitgever schijnt daar nogal belang aan te hechten. We mogen niet vergeten dat de Duitstalige markt vijf maal groter is dan de Nederlandstalige.

17. Waar zou je nog wel eens een boek over willen schrijven?

Ik zit met een concreet plan dat de komende maanden meer vorm zal aannemen voor een kinderboek. De thema’s worden me rijkelijk aangereikt door mijn zesjarige Weense dochter en de tekeningen van mijn dertigjarige Belgische dochter sluiten daar wonderwel bij aan. Het wordt een kwestie van tijd en organisatie, de afstanden zijn te groot om regelmatig samen te zitten. De vraag is dus niet of het er komt, maar wanneer het er komt.

18. Wat is je favoriete oorlogsboek of -film? Of website? Waarom?

Heb ik niet. Als ik geschiedenis lees, dan is het geschiedenis met een grote ‘G’.

19. Welke auteur vind je goed? Waarom? 

Murakami, Coetzee, Philip Roth, Lars Saabye Christensen en van bij ons Annelies Verbeke. Zeer uiteenlopend, ik weet het, maar ik hou van variatie.

20. Welke plek in Europa is je favoriete plek?

Elke plek waar het warm is, waar water stroomt, en veel licht voor mijn noodzakelijk optimisme zorgt. En een goede rode wijn voorhanden is tegen een betaalbare prijs, natuurlijk.

21. Je kent de archieven vrij goed. Welk archief kun je geschiedenisliefhebbende weblogbezoekers aanraden?

Over het thema collaboratie: het verhalenarchief van het Nederlands Nationaal Archief. Over het thema misbruik heb ik een nogal extensieve literatuurlijst samengesteld op mijn website.

22. Wat is je grote droom… als auteur, als mens?

Als auteur: de tijd krijgen te schrijven wat ik nog schrijven wil. Als mens: ik heb dit jaar mijn vader overleefd. Dat mag zo nog een tijdje doorgaan. De kaap is genomen.

23. Wat wil je zelf nog kwijt?

Sapere aude.

Reacties staat uit voor 23 vragen aan… Roel Verschueren

Opgeslagen onder Interviews