De minister en zijn Hans…

Ik wil het even over België hebben. Niet omdat ik Oostenrijk beu zou zijn, Oostenrijk is niet sterk genoeg om me het zwijgen op te leggen, dit keer gaat het om iets anders.

Hans is de klos. Tenminste zo lees ik het in de Belgische kranten. Een man die ik gekend heb toen hij begon als advocaat in Gent, nog schuchter maar met een gezond verstand dat duidelijk boven het gemiddelde van de samenleving uitstak, een enthousiasteling met ambitie, vooral om zijn job te doen, het resultaat van vijf jaar studeren, twee tot drie jaar afzien als stagiair bij een onverbiddelijke maar grote ‘meester’, onderbetaald en toch al vader, en met een natuurlijke drang om te klimmen en uiteindelijk te geraken waar hij zich thuis dacht te voelen… de magistratuur.

Hans wordt vandaag met de vinger gewezen omdat hij zegt dat het genoeg is. En genoeg, ik garandeer u, ligt voor Hans nog een paar straten verder dan voor ons allen, als Hans zegt dat het genoeg is, is het ook echt wel genoeg.

De informatisering van justitie. Eigenlijk een ‘running joke’, want wie ooit als buitenstaander met het gerecht te maken had, dan bedoel ik als toehoorder, of als man van een rechter, of als vrouw van een advocaat, als journalist of als vader van een aankomende advocaat, weet waarover Hans het heeft.

Moed heb je als je een project aanvaardt dat maatschappelijk belangrijk is. Een project zo groot dat niemand het kan overschouwen, maar waar het ook niet anders kan dan dat een paar mensen er hun frêle schouders onder zetten, bovenop hun dagelijkse sleur, en hopen dat alles beter wordt.

Moed heb je ook als je met een aangeboren naïviteit aanvaardt dat een probleem dat zo groot is als de Belgische justitie kan worden opgelost door een leger waanzinnig duur betaalde informatici die zelf niet bij machte zijn om de hoe-grootheid van het project te begrijpen. Ze starten met de eerste programmaregel, zonder te weten wat de laatste zal zijn. Beter nog, ze zoeken zich wat ooit voor een ander ‘project’ voorgeprogrammeerde modules bijeen, weven daar nog een web rond van op justitie toepasselijke noodzakelijkheden, en leveren… niets. Niets dat functioneert.

Eén keer mag zoiets fout gaan. Er zijn landen waar het twee keer fout gaat. Bij ‘ons’ gaat het permanent fout.

En het ergste voor Hans is dan een minister van justitie te hebben die binnen de kortste tijd weerlegt wat Hans als statement heeft afgelegd. Nadenken over wat Hans geschreven heeft of te zeggen heeft? Dat is voor later. Ontkennen, dat is voor nu. Oude school, Stefan, oeroude school. Stefan heeft het niet, hij heeft het nooit gehad en zal het nooit hebben. Zelfs West-Vlamingen kunnen ernstig fout zitten, en Stefan zit al zo lang fout als dat hij West-Vlaming is.

Ik ben over één ding gerust. Hans blijft Hans, integer en rechtvaardig rechter.

Ik ben ook over een tweede ding gerust. Stefan blijft Stefan, politieker en onterecht minister.

De ene heeft het voordeel dat hij kan zeggen dat het voor hem genoeg is. De andere heeft het nadeel dat hij alles altijd zal moeten blijven ontkennen. Maar daar is Stefan zeer goed in, tot ook hem ooit iemand zegt dat hij als politicus nooit zijn vervaldatum kan bereiken omdat hij nooit een versheidsdatum heeft gehad. Nu dus. Maar hij kan nog altijd in Oostenrijk terecht.

Als Rik Torfs niet kan preken, dan luistert niemand nog naar hem en krijgt hij niet het platform dat hij wonderlijk mooi en gevat bezet. Als Kim Clijsters de bal niet meer kan raken, dan komt ze op geen tennisveld meer aan haar trekken. Als Patrik Vankrunkelsven de draad kwijt is dan stopt hij met garen spinnen. Logica is mooi. Stefan krult dan zijn verbitterde lip omhoog, kijkt boven de rand van zijn bril, en kruipt geslagen in de op voorhand verloren verdediging. Hoe vaak moet je minister van justitie worden in België om daar de nodige lessen uit te trekken?

Reacties staat uit voor De minister en zijn Hans…

Opgeslagen onder De Standaard

Reacties zijn gesloten.