Een verkouden vrije avond in Wenen…

“Nee, ga maar. Geniet van de avond, ik blijf wel thuis.”

Ik voel me de laatste dagen wat verkouden, de ‘Mexicaanse griep?’, nee gewoon verkouden, kan ook nog, toch? Ik weet ondertussen op mijn leeftijd wel wat verkouden zijn is. Dat slaat van mijn neus op mijn keel, dan op mijn longen, en dan verlaat het, hoe dan ook, mijn lichaam en is alles opnieuw zoals het was. Duurt een paar dagen. Niets om je echt zorgen over te maken en ik klaag er ook niet over. Maar ga nu maar alleen, geniet ervan, de kinderen slapen, met mij is alles oké!

Voordeur afgesloten, nog eens de kinderen toegedekt, slaapkamer vensters dicht, een grog klaar op weg naar de badkamer. Zalig. Ik voel me nu al beter.

In de badkamer is een lamp gesprongen, door de EU verplicht te vervangen door een spaarlamp, heb ik bij de hand. Ik weet dat er ergens nog een flacon “Erkältungsbad” staat, het flesje naast het “Erholungsbad”, warm aanbevolen voor wie het koud heeft en op trillende benen loopt.

Die drie volle pampers op de rand van het bad gaan snel in het speciale ‘reuk-neutraliserend’ zakje, ik spoel in het voorbijgaan het toilet nog eens door, de oudste had een vlotte stoelgang zonder aan de gevolgen te denken, en dan reik ik naar de kraan van het bad.

Ik heb in bijna vijf jaar geen bad meer genomen, douchen ligt me beter. Ik begrijp echter plots waaraan dat zou kunnen liggen: ik grijp eerst twee eendjes van de bodem, probeer met veel moeite de drie zuignappen van een soort waterspeeltuin los te krijgen van de wand, de rubberen mat heb ik onder mijn bips niet nodig en dan ben ik tien minuten bezig de tandpasta te verwijderen die mijn jongste – copycat van zijn oudere zus – bij gebrek aan hoogte ‘s morgens het bad in spuwt in plaats van in het wasbekken.

Drie auto’s, vier haarbandjes, een naakte pop en wat tandenborstels later, stroomt eindelijk water in het bad. Ik geef het bad tijd, een bad heeft tijd nodig.

Na de grog stap ik naakt op het bad toe, vertrap nog snel de kleine auto van mijn zoon onder de badmat – los ik morgen wel op – stel de babyfoon op de grond en kruip in het sop. Langzaam, vooral langzaam laten zakken, genieten van het hete water en het schuim. Ogen dicht. Volume verplaatst volume. Luisteren naar het zuigend wegtrekken van het te veel aan water. Tot het een soort gorgelen wordt. Dan gaat de kraan weer open.

“Mag ik plassen, papa?” 

“Toch niet in bad schat?”

“Oh, ja, in het bad.”

“Iedereen plast vroeg of laat in het bad,” hoor ik iemand ergens zeggen.

“Mama!!! Mamma! Lala!”

‘Mama’ ken ik, die is vanavond niet thuis, wie weet waar die op dit moment uithangt, ik hoop ergens met vrienden aan een bar met een Caipi. ‘Lala’ is zijn tutje. Als hij dat verliest mag ik doen wat ik wil… vinden moet ik het!

Bad uit, koud, badmantel hangt niet waar hij zou moeten hangen, veel te kleine handdoek rond mijn natte lichaam, plasjes op het oude parket, half naakt in de donkere kamer op zoek naar een… tutje. Na een vloek of twee, een “ssssssst” of drie vind ik zijn tutje in zijn rechterhand en steek het in zijn mond. Hij heeft het koud. Ik dek hem warm onder, leg nog een dekentje bij en sluit de deur.

Ik ga douchen, snel en efficiënt, en schenk me een glas wijn in. Lijkt me praktischer in de gegeven omstandigheden.

En morgen komt zeker de vraag of ik genoten heb van ‘mijn’ vrije avond. Heb ik zeker, maar niet zoals ik het me had voorgesteld. Flexibel, dat moet een mens zijn, vooral flexibel.

Reacties staat uit voor Een verkouden vrije avond in Wenen…

Opgeslagen onder De Standaard

Reacties zijn gesloten.