De Troy treedt terug: de aankondiging van een voorspelde moord

Apache Newslab – Opinie, 21/3/2012

Eigenlijk weten we met zijn allen alles. Er zijn geen geheimen meer, noch verdoken agenda’s, noch manipulaties, noch juridische spelletjes. Feiten zijn feiten. ‘Operatie Kelk’, aanvankelijk bedoeld om te proberen te achterhalen of en hoe geestelijke oversten van dit land met gevallen van seksueel misbruik binnen de kerk zijn omgegaan, heeft zelfs op Wikipedia haar eigen lemma.

Daarin wordt geprobeerd uit te leggen hoe alles verlopen is en waarom. De feiten zijn gekend en tot vervelens toe herhaald, in dezelfde media, door dezelfde journalisten, met dezelfde achtergrondinformatie en zelfs dezelfde woorden.

Operatie Kelk is een machtsstrijd zoals die alleen tussen kerk en justitie kan worden uitgevochten. Een onvergelijkbaar voorbeeld van hoe clerus met vrouwe Justitia omgaat, en omgekeerd natuurlijk ook. Charme is wederzijds. De kerk, in dit dossier kardinaal Danneels en zijn advocaat Keuleneer. En justitie, volledig gemediatiseerd in onderzoeksrechter De Troy en zijn spectaculaire optreden.

Loge en kruis

Het zou om waarheid moeten gaan. Maar zoals we ondertussen weten is waarheid voor de ene niet noodzakelijk waarheid voor de andere. Dus waar gaat het nu uiteindelijk echt over? Is het zoals het populistisch nogal uitdrukkelijk wordt naar voor gebracht de strijd tussen de loge en het kruis? Of is het eerder een gevecht tussen advocaat en onderzoeksrechter. Of zou het een spelletje kunnen zijn tussen Kardinaal Danneels en Klein Pierke, waarbij Klein Pierke spijtig genoeg duizenden mensen zijn, zoals u en ik, waarvan echter een deel heeft meegemaakt wat u nooit zou meegemaakt willen hebben? Het zou om waarheid moeten gaan. En geloof me, niemand die voorzichtiger met waarheid omgaat dan ik.

Onderzoeksrechter De Troy was ernaar op zoek. Naar de kiem in het kluwen dat de katholieke verantwoordelijken van ons land verborgen wensten te houden. Iets wat vandaag al lang niet meer te verbergen is. Het rapport Adriaenssens in België, het rapport Deetman in Nederland, de rapporten in Ierland over het bisdom Dublin, Ferns, Tuam, Cloyne, Raphoe, Limerick, de onderzoeksdaden in Polen, Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland, om nog maar te zwijgen over de rapporten en rechtszaken in de VS en Australië, de veroordelingen in Canada en Nieuw-Zeeland.

De Troy was in België op zoek naar iets wat ondertussen wereldwijd bekend is: de katholieke kerk heeft zich mondiaal schuldig gemaakt aan:

  1. het verzwijgen van seksueel misbruik binnen haar instellingen
  2. het binnenskamers houden van wat over de daders was geweten
  3. het niet aangeven van seksuele delicten en ander onverantwoord machtsmisbruik aan het gerecht
  4. het verplaatsen van daders naar nieuwe biotopen waar ze rustig konden doorgaan met hun perverse handelingen
  5. het systematisch ontkennen dat er een fundamenteel probleem bestond dat indruiste tegen de mensenrechten
  6. het bewust en gewild beschermen en verdedigen van het imago van het eigen instituut en de geestelijken die door het instituut werden aangesteld

Collaboratie

De Troy was in België op zoek naar de nieuwe vorm van verwerpelijke collaboratie. Kerkjurist Rik Torfs schreef in zijn boek ‘Wie gaat er dan de wereld redden?’:

Het merkwaardige, en misschien ook wel verschrikkelijke, van collaboratie is dat je niets hoeft te doen om vreselijk in de fout te gaan. Gewoon meedoen, uitvoeren, gehoorzaam zijn tot in het kleinste detail, is voldoende. De collaborateur (…) glijdt geruisloos de criminaliteit binnen door niets te doen. (…) Wie niet wil collaboreren, en tegelijk de moed mist om zich te verzetten, kan natuurlijk naar vluchtwegen op zoek gaan. Maar dat is nu juist het probleem: vluchten, het opzoeken van de luwte, het kiezen voor strikte neutraliteit, het bewust niet willen weten, is een houding die mogelijk door de beugel kan in een democratische samenleving in vredestijd, maar niet op momenten van wreedheid en schending van alles wat menselijk is. (…) Vanaf wanneer wordt het niet weten schuldig, wordt het collaboratie?

Niet elk doel heiligt alle middelen, dat beseffen we met zijn allen ondertussen ook. De kerk echter gebruikte alle middelen om ervoor te zorgen dat het blazoen van haar instellingen en vertegenwoordigers niet zou worden besmeurd. Verzwijgen, verstoppen, verplaatsen, ontkennen, relativeren en vooral niet toegeven. Ze ging zelfs zo ver om, in het midden van het losbreken van de schande, diegenen aan te vallen die de schande aan het licht wilden brengen. De collaborateur in de aanval.

Danneels

Dat niet elk doel elk middel heiligt weten we inmiddels al sinds onderzoeksrechter De Troy in vraag werd gesteld: was de inzet van zijn inbeslagnames in verhouding tot zijn doel? Daarom draait deze hele juridische hetze rond Operatie Kelk. Over niets meer noch minder.

Maar het doel van zijn operatie was niets meer noch minder dan waarheid. Zijn doel was om het verzwijgen, verstoppen, verplaatsen, ontkennen, relativeren en vooral niet toegeven bloot te leggen. Of de acties die hij ondernomen heeft om zijn doel te bereiken in verhouding stonden tot dit doel kan niet langer ter discussie staan. Want er is nog altijd een verschil tussen methode en doel. Zelfs als De Troy een foute methode zou gevolgd hebben om zijn doel te bereiken, is er iemand in onze samenleving die niet de waarheid zou willen kennen die hij geprobeerd heeft bloot te leggen? Is er iemand, behalve Kardinaal Danneels en zijn advocaat, die vandaag open en bloot durft te beweren dat de kerkelijke overheden in België niets verborgen hebben, niets ontkend of verstopt hebben? Is er iemand die durft te beweren dat onderzoeksrechter De Troy geen redenen genoeg had om na te gaan hoe de kerk precies is omgegaan met de ontelbare slachtoffers waarvan ook hij de verhalen heeft gelezen? Is er iemand die in dit specifiek geval methode laat primeren op waarheid?

Mea culpa

Als het dan uiteindelijk zuiver over de ‘methode’ gaat, dan kunnen we allemaal van mening verschillen. Ik had ook liever gehad dat mijn aangifte die bij de Commissie Adriaenssens in vertrouwen werd afgeleverd, niet in beslag zou genomen worden waardoor de Commissie niet anders kon dan ophouden te bestaan.

Maar ik ben groot genoeg om ook toe te geven dat het werk van De Troy en zijn team de enige basis was om waarheid omtrent het schuldig verzuim van de kerkelijke oversten aan te tonen. Waardoor de slachtoffers eindelijk het ‘mea culpa’ zouden krijgen waarop ze recht hebben.

Justitie zou over mensen moeten gaan, niet over lettertjes of methode. Maar vandaag gaat justitie over methode, niet over waarheid. En ik gebruikte bewust nergens “de waarheid”, maar “waarheid”. Dat heb ik nog altijd aan de Jezuïeten te danken.

Reacties uitgeschakeld voor De Troy treedt terug: de aankondiging van een voorspelde moord

Opgeslagen onder Apache Medialab

Zijn woorden als ‘spijt’, ‘vergeving’ en ‘genezing’ genoeg?

De Morgen – Opinie, 10/2/2012

Wat staat de Belgische slachtoffers van seksueel misbruik de komende maanden te wachten? Veel, zoveel is zeker. Er wordt verwacht dat ze beslissen. Waarschijnlijk een van de belangrijkste beslissingen uit hun leven en de tijd begint te lopen. De richtingen die ze uitkunnen op een rijtje.

Piste 1: niets doen
Met de sinds jaren opgebouwde degout tegenover welke niet-oplossing dan ook, kan een slachtoffer vandaag gewoon beslissen dat deze hele heisa aan hem/haar voorbij gaat. Vanuit de overtuiging dat niemand in staat is om voor de nodige erkenning en compensatie te zorgen die voor hem of haar te lang is uitgebleven. Nogal wat slachtoffers zijn moe, hebben niet de energie om de hele mallemolen (nog eens) te doorlopen. Ik ken ze, en respecteer hun mening. Deze overlevers moeten dan ook aanvaarden dat na 31 oktober 2012, de aangeboden pistes (arbitrage of mediatie) definitief gesloten zullen worden.

Piste 2: contact opnemen met het meldpunt van het bisdom waar het misbruik heeft plaatsgevonden

Dit is de piste aangeboden vanuit de kerk en kan een stap zijn die de arbitragecommissie voorafgaat, mocht alsnog geen gewenst resultaat worden bereikt.

Deze geboden mogelijkheid, die per bisdom is georganiseerd, beoogt via gesprekken (mediatie of herstelbemiddeling) tot een vergelijk te komen. Deze weg staat open voor alle slachtoffers, ook diegenen die zich al via juridische weg hebben aangesloten bij andere procedures en voor wie de feiten verjaard zijn.

Als de dader heeft bekend en nog in leven is, bestaan buiten de structuren van de Kerk de vzw’s Suggnomè en Médiante die erkend en gefinancierd worden door de Federale Overheidsdienst Justitie. Daar kan men terecht voor begeleiding door een neutrale derde in de communicatie tussen slachtoffer en dader. Zoniet kan men ook herstelbemiddeling vragen tussen het slachtoffer en een kerkelijke overheid. Lukt dit niet: piste 3.

Piste 3: contact opnemen met de arbitragecommissie
Dit moet gebeuren tussen 1 maart en ten laatste eind oktober 2012. Na deze datum blijven voor slachtoffers alleen nog de drie andere pistes over. De arbitragecommissie is geen mediatief orgaan, haar uitspraken zijn bindend zonder mogelijkheid tot verhaal. Slachtoffers moeten weten dat de verantwoordelijken van het instituut waarbinnen ze werden misbruikt, medezeggenschap hebben in de uitspraak van de commissie. Externe experts zouden de neutraliteit van de uitspraak moeten garanderen, hier is het echter afwachten wat de eerste ervaringen zullen zijn. Hier worden de compensatiecategorieën gehanteerd die ondertussen genoegzaam bekend zijn: van 2.500 euro (cat.1) tot een maximum van 25.000 euro (cat.4), geïsoleerde uitzonderingen kunnen hopen op meer.

Piste 4: groepsvordering tegen de Heilige Stoel, de Belgische bisschoppen en de oversten van de Belgische congregaties

Deze groepsvordering, ingeleid door de advocaten Van Steenbrugge en Mussche, beoogt de gedagvaarde partijen te laten veroordelen voor “schuldig verzuim”. De slachtoffers die zich bij deze groepsvordering hebben aangesloten (127 in februari 2012), beogen erkenning en financiële vergoeding, maar vooral een schuldbekentenis van de kerkelijke oversten die het misbruik niet hebben aangepakt zoals het een instelling als de kerk betaamt, noch zoals het van morele gezagvoerders en machthebbers binnen het instituut mag worden verwacht. De uitspraak ligt in de handen van wereldlijke rechters die zich zullen baseren op bewijsvoering aangedragen door de advocaten en de slachtoffers zowel als door justitie. Deze piste is eigenlijk een complementaire mogelijkheid.

Kleur bekennen
De tijd is aangebroken om kleur te bekennen en ik heb het niet over de slachtofferorganisaties (Werkgroep Mensenrechten in de Kerk (Rik Devillé), SnapBelgium (Lieve Halsberghe), Overleggroep Slachtoffers-Kerk (Jan Hertogen)) maar over de overlevers zelf. Wie met de woorden ‘spijt’, ‘vergeving’, ‘genezing’, ‘erkenning’, ‘tegemoetkoming’, ‘compensatie’ tevreden is, kan zich in de eerste drie oplossingen waarschijnlijk vinden. Voor nogal wat slachtoffers gaat het echter niet uitsluitend over financiële compensatie, erkenning, excuses of enig ander omfloerst woord. Ik wil een niet foutief te interpreteren schuldbekentenis, bovenop het excuus. Een duidelijk ‘mea culpa, mea maxima culpa’ van de kerkelijke verantwoordelijken die de daders de hand boven het hoofd hebben gehouden, meer dan een halve eeuw het probleem systematisch hebben verstopt en genegeerd, het eigen welzijn en de reputatie van de kerk boven het leed van de slachtoffers hebben gesteld en hen daardoor in de situatie hebben gebracht die ze nu eindelijk moeten proberen af te sluiten. “Ik ben schuldig, ik heb schuld, wij hebben schuld.” Voor minder ga ik niet.

Reacties uitgeschakeld voor Zijn woorden als ‘spijt’, ‘vergeving’ en ‘genezing’ genoeg?

Opgeslagen onder De Morgen

Operatie Kelk, de pitbull en de poedel

Apache Newslab – Opinie – 17 januari 2012

Wie victorie heeft gekraaid nadat Fernand Keuleneer, de advocaat van de Belgische bisschoppen in opdracht van de geestelijke overheid van dit land er alles aan deed om de in beslag genomen dossiers van Operatie Kelk nietig te laten verklaren, moet vandaag een toontje lager zingen. Operatie Kelk is ‘alive and kicking’, en daar hebben de Belgische bisschoppen zelf voor gezorgd.

Het nieuws sloeg gisteren in als een bom: onderzoeksrechter De Troy coördineert huiszoekingen in het bisdom Antwerpen, Mechelen en Hasselt. Hoofddoel dit keer: het verzamelen van informatie in dossiers van daders.
Zwaartekracht
In Nederland zorgde de Commissie Deetman ervoor dat een leger archivarissen de krochten van de bisdommen binnentrok om informatie te verzamelen uit de dossiers die door de Nederlandse bisschoppen werden bijgehouden over seksueel misbruik. Ondertussen lekte uit dat ook daar niet alles van een leien dakje is gelopen (en wordt zelfs in kaart gebracht welke bisdommen welke informatie hebben vernietigd of achtergehouden), maar de kritiek op de Commissie wordt onderdrukt door de zwaartekracht van haar rapport, dat in ons buurland zorgt voor een ongeziene golf aan naweeën.

Dat in België nooit een commissie heeft bestaan die met dezelfde systematiek te werk is gegaan – noch de commissie Adriaenssens omdat het niet in haar opdracht lag, noch de parlementaire commissie omdat die geen onderzoeksbevoegdheid had – werd eerder al uitvoerig beschreven. Het ligt mee aan de basis van het feit dat het gerecht dan maar zelf op zoek is gegaan naar feiten. Wie er de hele geschiedenis van Operatie Kelk op naleest, stelt vast dat de juridische strijd er een is tussen het gerecht en één advocaat. De advocaat van eigenlijk één bisschop die zich blijkbaar niet bij de feiten neerlegt.
Advocaten en hun bisschoppen
Het lijkt wel de ‘oude bisschoppen’ en hun pitbull advocaat, tegen de ‘nieuwe bisschoppen’ en hun poedeladvocaat: Fernand Keuleer versus Paul Quirynen. Wie iets van lichaamstaal en advocatentaal begrijpt, heeft al lang gezien dat beide advocaten een andere aanpak hebben, zelfs over een andere aaibaarheidsfactor beschikken, maar tot op vandaag nog niet bewezen hebben dat ze een ander doel nastreven dan de bescherming van hun broodheren. Of die nu Danneels heten of Harpigny.

Hoewel. Hebben de bisschoppen Bonny en Harpigny onlangs niet uitvoerig uitgelegd dat ze de slachtoffers op de eerste plaats wilden stellen? We hebben toch gehoord dat ze zich willen inzetten voor slachtoffers van seksueel misbruik voor wie de feiten verjaard zijn? Als we Tertio mogen geloven hebben ze zelfs een blanco cheque getekend. Veranderde de taal van de ‘nieuwe’ bisschoppen niet zodat slachtoffers er zich zouden in herkennen? Hebben ze geen nieuwe richtlijnen uitgevaardigd waaruit moet blijken hoe ernstig ze het nemen met de opkuis binnen hun kerk?
Operatie Kelk
Het doel van Operatie Kelk is altijd geweest proberen te onderzoeken in welke mate gezagsdragers binnen de Belgische Katholieke Kerk op de hoogte waren van seksueel misbruik in hun bisdom of congregatie, en niet de nodige stappen hebben gezet om de daders aan te klagen, de slachtoffers te beschermen en het misbruik te stoppen. Het doel in dit geval, heiligt alle middelen: het bewijs leveren van ‘schuldig verzuim’.

Feit is echter, dat intussen al lang bewezen is dat de kerkelijke oversten, op welk niveau dan ook, niet de nodige inspanningen deden om ervoor te zorgen dat daders zouden worden gestraft. Laat staan dat ze zich niet langer aan kinderen zouden vergrijpen. Het rapport Deetman in Nederland is duidelijk:

Zeggen dat de kerkelijke oversten niet op de hoogte zouden zijn geweest van het seksueel misbruik, is de grootste ontkenning en kan op basis van ons onderzoek, met stelligheid worden tegengesproken.

Nederland is op dit vlak in niets anders dan België. Of toch: in Nederland heeft de Commissie Deetman dit aan de hand van archieven kunnen bewijzen. In België moeten we dat nog proberen juridisch te bewijzen. Zonder hulp van de bisschoppen en hun pitbulls, zonder commissie met onderzoeksopdracht. We hebben enkel Operatie Kelk en onderzoeksrechter De Troy. Wie zich verzet tegen de activiteiten van een onderzoeksrechter die op zoek gaat naar wat de kerk in Nederland zelf heeft afgeleverd, levert indirect het bewijs dat in België nog heel veel verborgen is en verborgen moet blijven.
200 verklaringen
De pitbull en de poedel moeten echter begrijpen dat slachtoffers ondertussen beter georganiseerd zijn. Dat ze ervoor gezorgd hebben dat het gerecht verbanden kan leggen, namen kan distilleren, schema’s kan ontwarren en vooral: systemen kan ontrafelen, die de ‘oude’ bisschoppen gebruikten om hun eigen macht te beschermen.

Elke dag worden daarvoor nieuwe bewijzen geleverd, nieuwe documenten aangedragen en nieuwe verklaringen afgelegd. “Na analyse van zo’n 200 verklaringen van slachtoffers en 87 burgerlijkepartijstellingen, hebben we het dossier van verschillende verdachte geestelijken nu opgevraagd”, zei Lieve Pellens, woordvoerster van het federaal parket gisteren.

De dialectische weg van de Nederlandse commissie Deetman werd ons in België niet gegund. De ‘oude bisschop’ en zijn pitbull zijn daarvoor verantwoordelijk. Zullen de ‘nieuwe’ bisschoppen’ en hun strijdvaardige poedel daar anders mee opgaan? Het is het woord van de bisschoppen die zich hebben aangesloten bij de Arbitragecommissie tegen het woord van de bisschoppen die zich alsnog roeren als een duivel in een wijwatervat om er toch maar voor te zorgen dat ze hun fouten niet moeten toegeven. Tussen beiden in zitten nogal wat slachtoffers gekneld.

Reacties uitgeschakeld voor Operatie Kelk, de pitbull en de poedel

Opgeslagen onder Apache Medialab

Waarom België niet Nederland is

Apache Newslab – Opinie – 19 december 2011

De Nederlandse commissie-Deetman publiceerde op 16 december 2011 haar rapport over seksueel misbruik van minderjarigen in de katholieke kerk. Ze voltooide daarmee wat de commissie-Adriaenssens bij ons ook had moeten doen. Wat in Nederland kan, is in België dus blijkbaar onmogelijk.

Je zou als slachtoffer van seksueel misbruik binnen de kerk voor minder je bloeddruk in de gaten houden. De afgelopen week liepen de gemoederen zo hoog op, dat het onmogelijk was alle e-mails en reacties op redactionele bijdragen bij te houden.

Eerst was er de Parlementaire Commissie Seksueel Misbruik binnen de Kerk in België die aankondigde dat er een overeenkomst was met de bisschoppen. Over hoe een nieuw centrum voor arbitrage inzake seksueel misbruik zou worden opgericht binnen de Koning Boudewijnstichting, dat ervoor zou zorgen dat een onafhankelijke commissie schaderegelingen zou toekennen aan slachtoffers van misbruik, zonder dat de verjaring daarbij een rol zou spelen.

“De Nederlandse commissie-Deetman heeft kunnen afwerken wat de commissie-Adriaenssens in België niet werd gegund.”

Wie precies in aanmerking komt voor die schadeloosstelling is nog niet duidelijk, de bedragen waarover gesproken werd zijn ongeveer de helft van wat de Nederlandse commissie die zich over het probleem boog, toegezegd heeft.

Verpletterend rapport

Vervolgens kwam deze week het verpletterende rapport van de Nederlandse commissie-Deetman. Die commissie heeft kunnen afwerken wat de commissie-Adriaenssens in België niet werd gegund. Terwijl in Nederland openheid van bisschoppelijke archieven werd verleend en gespecialiseerde archivarissen op zoek gingen naar documenten die relevant konden zijn voor het onderzoek, legde de justitie in België beslag op de archieven en werd de legitimiteit van de inbeslagname door de advocaten van de bisschoppen meteen aangeklaagd.

Voorlopig resultaat is dat alle bewijsmateriaal dat zich mogelijk in die archieven bevond, nietig werd verklaard en dus niet gebruikt kan worden in verdere procedures tegen de kerk of haar bestuurders.

Medewerking

De katholieke kerk in Nederland verleende haar medewerking om in de dossiers na te gaan in hoeverre de geestelijke overheden op de hoogte waren van het misbruik. In België blijven de archieven (voorlopig) echter dicht of onbruikbaar.

Iedereen maakt fouten, zo ook de Nederlandse kardinaal Simonis, die ooit in een tv-interview de spijtige woorden “Wir haben es nicht gewußt” gebruikte, waarmee hij, zoals alle kerkelijke protagonisten in België, verklaarde dat hem geen schuld trof omdat hij gewoon geen weet had van het seksuele misbruik.

Zelfs een geblameerde kardinaal zoals Simonis, die in het rapport van de commissie-Deetman moet lezen dat hij destijds wel degelijk op de hoogte was van seksueel misbruik en zelfs pedopriesters heeft beschermd, is groot genoeg om dat uiteindelijk ook toe te geven in een persmededeling, die effect had.

Ten slotte kunnen we vaststellen dat in Nederland nu absolute duidelijkheid bestaat over
de volgende punten:

    • De kerk wist van het misbruik en heeft niet op de correcte manier gereageerd.
    • De bisschoppen en hoofden van de congregaties wisten van het misbruik en hebben niets ondernomen, om het imago van hun kerk niet te schaden.
    • Daders van seksueel misbruik binnen de kerk werden beschermd door overplaatsing en enige vorm van psychologische begeleiding. Verder trok de kerk zich het lot van de slachtoffers niet aan.
    • De kerk en iedereen die binnen de kerkelijke organisatie enige positie had verworven, waren op de hoogte van de feiten en deden niets om te verhinderen dat nog meer kinderen het slachtoffer zouden worden van seksueel misbruik.
    • De commissie-Deetman schat het aantal slachtoffers van seksueel misbruik tussen eind de jaren veertig en 2010 binnen katholieke organisaties (internaten, colleges, tehuizen, opvoedingsgestichten, scouts en andere buitenschoolse activiteiten, kindertehuizen…) op een voorzichtig geschat getal dat ligt tussen 10.000 en 20.000.

‘Wij waren fout’

Eigenaardig om vast te stellen is dat we het over al die punten in België ook eens hadden kunnen worden. Ware er niet dat immense verschil, tussen België en Nederland, tussen kardinaal Danneels en kardinaal Simonis, dat maakt dat slachtoffers in Nederland verder kunnen, en die in België niet. Want ze moeten niet meer  bewijzen dat de kerk fout was, de kerk heeft dat ondertussen toegegeven. Niet ‘Wij betuigen onze diepe spijt’, zoals in België, maar ‘Wij waren fout’.

Iets wat in België nog niemand in dezelfde mate heeft toegegeven.

Het ergste in een mensenleven is niet een fout maken. Het ergste is die fout niet willen toegeven. We verwachten dat niet van de ‘nieuwe bisschoppen’; zij moeten die kerk uiteindelijk nieuw leven inblazen en hebben met de concrete gevallen van misbruik rechtstreeks niets van doen. We verwachten dat wel van de ‘oude’ bisschoppen, die nog altijd pertinent weigeren hun fouten toe te geven en die daardoor de heropbouw van de kerk, die al lang niet meer de hunne is, in de weg staan.

Mea culpa

De dag dat kardinaal Danneels de nederigheid kan opbrengen om zijn kamphonden terug te roepen, het hele proces van erkenning en heling niet in de weg staat, inzicht biedt in de (ondertussen zwaar opgekuiste) archieven, mea culpa slaat en de start van erkenning toelaat, die dag zal hij zelf opnieuw kunnen slapen, zichzelf in de spiegel kunnen bekijken, en zich op de borst kunnen kloppen omdat hij het belang van de slachtoffers boven zijn eigen angsten heeft geplaatst.

Hoe lelijk de kerk in Nederland ook uit het rapport van de commissie-Deetman is gekomen, zo lelijk blijft de Belgische kerk de essentie van de eigen verantwoordelijkheid over het seksuele misbruik ontkennen.

Reacties uitgeschakeld voor Waarom België niet Nederland is

Opgeslagen onder Apache Medialab

Zalige kerst, maar niet voor de slachtoffers

De Belgische katholieke kerk is bereid om slachtoffers van seksueel misbruik financieel te vergoeden. Roel Verschueren kan de geste niet zonder bijkomende antwoorden aanvaarden. Verschueren is gevolmachtigd bewindvoerder van de groepsvordering ingesteld tegen de Heilige Stoel, de Belgische bisschoppen en de hogere oversten van de Belgische religieuzen.

Naar aanleiding van de berichtgeving over de oprichting van een arbitragecommissie seksueel misbruik binnen de kerk zou een mens al geneigd zijn een vreugdesprong te maken. Vooral dan slachtoffers van misbruik, die voor het eerst de kans zien op een of andere manier als slachtoffer erkend te worden en in aanmerking te komen voor financiële tegemoetkoming voor het ‘geleden leed’. Niets wijst er op dat dit ook zo zal zijn.

“We proberen ervoor te zorgen dat slachtoffers dit soort nieuws als positief ervaren.” ‘We’ zijn dan de bisschoppen zelf, zoals Johan Bonny het verklaarde, en die duidelijk werd ingelepeld de nadruk te leggen op het feit dat de kerk dit eigenlijk (omwille van verjaring) niet zou moeten doen. Maar nu alsnog haar goodwilltoont om als rechtvaardige kerk beoordeeld te worden. Waarmee meteen stilzwijgend verkondigd werd dat een slachtoffer dat deze ‘geste’ niet waardeert, dan maar de gevolgen moet dragen.

In de media wordt niet één kritische vraag gesteld. Noch in Het journaal, noch bij Terzake, waar spijtig genoeg niemand aanwezig kon zijn langs de zijde van de slachtoffers die opgewassen was tegen de one-man-show van bisschop Johan Bonny. De vragen werden geleid richting kerk, Terzake verzuimde de kritische vragen te stellen die eigenlijk ingebakken liggen in haar publieke opdracht.

Dwingende vragen

Vraag: is het de bedoeling van de kerk om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk slachtoffers alsnog voor een minnelijke schikking kiezen, voor ze naar de arbitragecommissie stappen?

Vraag: is het de bedoeling alleen die slachtoffers te horen en te vergoeden die in geen enkele andere rechtsprocedure zijn verwikkeld, zoals bijvoorbeeld een groepsvordering tegen de Heilige Stoel en de bisschoppen wegens schuldig verzuim?

Vraag: waarom wordt verkrachting door de arbitragecommissie gedefinieerd als daad van penetratie, hoewel al lang wordt aanvaard dat penetratie voor verkrachting bij minderjarigen geen voorwaarde is?

Vraag: als mijn zaak verjaard is en de dader nog rondloopt, doet de kerk dan ook iets om ervoor te zorgen dat die dader uit het circuit wordt gehaald en aangeklaagd?

Vraag: ik heb één van de commissieleden gezien en gehoord tijdens een interview op televisie. De heer Herman Verbist stond nogal neuzenhoog en arrogant te glunderen over wat voor goed werk ze hadden geleverd. Moet ik met deze man praten en onderhandelen, of mag ik iemand kiezen met meer empathie?

Vraag: Mevrouw Lalieux, voorzitter van de parlementaire commissie, zegt letterlijk: “De regeling is er voor alle slachtoffers van seksueel misbruik waarvoor de feiten verjaard zijn.” Bedoelt ze dan ook voor diegenen die zich aangesloten hebben bij de groepsvordering tegen de Heilige Stoel, de Belgische bisschoppen en hoofden van de religieuze congregaties? Mogen die dan afstand doen van financiële vordering in de procedure, maar zich alsnog burgerlijke partij stellen om de leden van de kerk schuldig verzuim te verwijten?

Vraag: Ik héb al alles neergeschreven toen ik aangifte deed bij de commissie Adriaenssens. Ik heb ook al alles nog eens verteld aan justitie en een proces-verbaal opgemaakt. Moet ik nu nog eens mijn verhaal schrijven op jullie nieuw aangifteformulier of mag ik gewoon een kopie bezorgen van de inspanningen die ik al getroost heb om klacht neer te leggen?

Vraag: In artikel IV van het aanvraagformulier staat: “Leg bondig uit wat u wil bekomen door de arbitrageprocedure. U kan preciseren dat u een bijzondere vorm van erkenning van het leed ten gevolge van het misbruik wenst (bijv. een erkenning van de feiten, een gesprek, een brief met spijtbetuiging of met excuses…). Preciseer ook of u een financiële compensatie verwacht, en of uw voorkeur uitgaat naar een minnelijke regeling.” Stel dat ik een brief met spijtbetuiging en erkenning van schuldig verzuim zou willen van kardinaal Danneels, maak ik dan enige kans op financiële compensatie? Stel dat ik graag een brief zou krijgen van de hoofden van de congregaties waar andere slachtoffers, ondertussen niet gewoon lotgenoten maar vrienden, werden misbruikt – ik denk dan aan de Broeders van Liefde, de jezuïeten, de oblaten, de dominicanen, de zusters van liefde, de abdijscholen, en alle andere… – zou dat deel kunnen uitmaken van mijn package deal?

Vals enthousiasme

Niets van dat alles. De pr-show is opgevoerd, de publieke opinie is er nu gerust in dat de slachtoffers minstens een deel zullen krijgen van wat ze vragen, en het moet nu maar genoeg zijn. De inspanning is geleverd, de kerstlucht geklaard. Er kan weer gepreekt worden, de “geloofwaardigheid van de kerk”, zoals Johan Bonny zo mooi formuleerde, is herwonnen.

De kerstperiode was en is voor veel slachtoffers van seksueel misbruik de moeilijkste periode van hun leven. Al meer dan dertig, veertig jaar lang. Je moet slachtoffer zijn om het te begrijpen. Die ambiguïteit tussen gezinsleden die niets met de problemen en het verleden te doen hebben en gewoon rustig en vredig willen vieren, en het slachtoffer zelf dat niet anders kan dan de haat te verstoppen tegen het lied, de stal, de boom, de klokken, de adventkaarsen en gespeelde christelijkheid. Het valse enthousiasme dat slachtoffers doorzien. En dan, het verlangen naar nieuwjaar, wanneer de obligate Kerstman terugvliegt naar waar hij thuishoort. Ver weg, alsjeblieft ver weg. Het is dit jaar niet anders. Als het van de kerk afhangt, is zelfs dit probleem voor de slachtoffers nu definitief van de baan. Zalige kerst allemaal.
Mooi niet dus.

Reacties uitgeschakeld voor Zalige kerst, maar niet voor de slachtoffers

Opgeslagen onder De Morgen

De aansprakelijke kerk

Het Engelse High Court heeft deze week een uitspraak gedaan over de aansprakelijkheid van de kerk bij seksueel misbruik. Journalist Roel Verschueren acht een veroordeling van kerkoversten niet langer ondenkbaar. Verschueren is de auteur van de International clergy sexual abuse news monitor.

In een arrest van 8 november spreekt het Engelse High Court zich uit over de vraag of de relatie tussen een bisschop en een priester toelaat om een bisschop burgerlijk aansprakelijk te stellen voor de fouten die worden gepleegd door ‘zijn’ priester. De zaak betrof een daad van seksueel misbruik gepleegd door een Rooms katholieke priester op een zesjarig meisje.

Twee aspecten waren te bewijzen: (1) Is er sprake van een relatie werkgever-werknemer? (2) Werd de misdaad door de werknemer begaan in de uitoefening van het beroep? De rechter moest oordelen over de eerste vraag. Het Engels recht verschilt van het Europese in die zin dat de precedentenleer wordt toepast, waardoor voorgaande rechterlijke beslissingen een gezaghebbende bron van recht zijn. In recente Engelse rechtspraak werd bekeken in welke mate de onrechtmatige daad van de werknemer sterk samenhangt met de omlijning en opdrachten van zijn job: de fout van een leraar op een school zal bijvoorbeeld wel worden toegerekend aan het instituut, maar de fout van de tuinman niet, omdat de inhoud van de job van deze laatste geen rechtsreeks verband houdt met het welzijn van de leerlingen.

In de voorliggende zaak werd de relatie werkgever-werknemer betwist. Via een analyse van de bestaande rechtspraak komt de rechter ertoe te stellen dat de mogelijkheid tot supervisie, organisatie en controle bepalend is. Burgerrechtelijke aansprakelijkheid kan dus ontstaan in andere relaties dan de werkgever-werknemer relatie. Wat uiteindelijk werd onderzocht door de rechter is de volgende rechtsvraag: “Kan de relatie tussen de bisschop en de priester worden gelijkgesteld met een werkgever-werknemerrelatie en in welke mate had de bisschop mogelijkheid tot controle over de priester”.

Uit het advies van experts in canoniek recht bleek dat in de relatie tussen de priester en de bisschop geen sprake was van echte controle of supervisie, van loon en dat er geen formeel contract voorlag. De rechter stelt op basis van dit advies vast dat er inderdaad verschillen bestaan met een normale tewerkstellingsituatie, maar dat toch onderzocht moet worden of er sprake kan zijn van burgerrechtelijke aansprakelijkheid. Vooral volgende overwegingen in het arrest zijn van belang: de priester werd aangesteld door de bisschop om de pastorale taak uit te voeren voor de bisschop en de kerk en werd volledige autoriteit verleend om die taak te vervullen. Hij werd voorzien van de premisses, the pulpit en de klerikale kledij en kreeg toelating om te ageren als een vertegenwoordiger van de kerk. Hij werd opgeleid en gewijd en kreeg van de bisschop macht overhandigd. Hij werd door de bisschop aangesteld in de vertrouwensfunctie, die hij vervolgens misbruikte.

De nv kerk

Hoewel de klassieke voorwaarden om te besluiten tot een tewerkstelling niet voorhanden zijn, meent de rechter niettemin dat de relatie priester-bisschop aanleiding kan geven tot burgerrechtelijke aansprakelijkheid. Het was de autoriteit van de priester die het risico op seksuele aanranding vergrootte. Het was het verlenen van macht, verschaft door de bisschop, die door de priester werd uitgebuit en tot het misbruik heeft geleid.

Het besluit van de rechter is gebaseerd op volgende factoren: de autoriteit van de priester en het verlenen van gezag om te handelen ten voordele van en/of namens de ‘onderneming’ kerk.

Daarom is de bisschop verantwoordelijk voor de gevolgen van de aanstelling van de priester. Hoewel gebaseerd op afwijkende argumenten uit die van de groepsvordering ingesteld door de slachtoffers van seksueel misbruik in België, is deze rechtspraak belangrijk.

In de burgerlijke zaak in België, worden de bisschoppen gedagvaard voor een eigen fout en wordt de Heilige Stoel gedagvaard als aansprakelijke voor de fouten begaan door de bisschoppen. Wij baseren ons daarbij op cassatierechtspraak die stelt dat de mogelijkheid tot toezicht voldoende is om een band van ondergeschiktheid te doen ontstaan, en bewijst foutloze aansprakelijkheid voor misdrijven begaan door de ondergeschikte in de uitoefening van de functie.

In wezen doet de rechtspraak van de Engelse rechter hetzelfde, maar dan in de bisschop-priester relatie. Wij hebben de principes die ook worden weerhouden in het Engelse arrest dus eigenlijk een hiërarchische stap hoger toegepast.

Reacties uitgeschakeld voor De aansprakelijke kerk

Opgeslagen onder De Morgen

De kerk moet schuld bekennen

Roel Verschueren (57) krijgt vaak haatmails.
Van gelovigen godbetert. Ze pikken het niet dat hij, samen met tientallen andere overlevers, de kerk dagvaardt. Zagen aan de poten van de Heilige Stoel. Roel Verschueren, slachtoffer van een jezuïet, maar vandaag kruisvaarder zonder paternoster: ‘Niemand wil op zijn palmares een dagvaarding van het Vaticaan. Maar geloof me, het moet.’

DOOR MATTHIAS DECLERCQ

De Kouter in Gent. Het marktplein waar de ‘Mystic Leaves’ weerloos stilliggen. Grote metalen bladeren die zijn ingewerkt in de betonnen tegels. Roel Verschueren overschouwt de troepen. Zwart hemd omgord, grijze haren strak achterover, filter tussen de lippen. De rook gaat rustig op in de ledigheid van het plein. Dikke wolken pakken samen. Vlaams weer. Hij komt er niet vaak, op de Kouter, niet vaak meer in Gent tout court. Verhuisd naar Wenen, in 2004. Hij gaat het ondenkbare doen: het Vaticaan dagvaarden. Niet de staat, maar de kerk.

Roel Verschueren

Verschueren is de formele rechtspartij en de gevolmachtigde bewindvoerder van een groep anonieme slachtoffers van seksueel misbruik binnen de katholieke kerk, die een groepsvordering heeft ingeleid tegen de Heilige Stoel, de Belgische bisschoppen en alle hoofden van de congregaties in ons land. Het zijn advocaten Walter Van Steenbrugge en Christine Mussche die de vordering inleiden.

Een Europese primeur, in navolging van de Verenigde Staten. Een vordering die mondiale gevolgen kan hebben. Het is een uitdaging voor de advocaten, voor het Belgische rechtssysteem en dat van de kerk, het canoniek reglement. Een Europese primeur, op alle vlakken. Maar veel vragen blijven onbeantwoord. Wie is Roel Verschueren eigenlijk?

Zwijgen en werken

Het is wat vreemd voor hem. De Kouter in Gent, op wandelafstand van zijn oude school in de Savaanstraat. Verschueren werd er misbruikt in het zesde leerjaar, door een jezuïet. Ook in de eerste en tweede Latijnse. Er voorbijgaan lukt nog net, de straat inwandelen niet meer. Hij wil kerk noch school ooit nog betreden. De geur van wierook, het stof van krijt. Het gaat er niet meer uit. Twee volwassen kinderen heeft hij in Gent, twee kleine kinderen in Wenen met zijn partner uit een diep christelijk gezin. Ze zijn gedoopt, de kindjes. Uit respect voor de grootouders. Verschueren stond meer buiten dan binnen tijdens het doopsel. De kerkdorpel als te hoge drempel. Het kon niet. Die geur.

Hij zweeg het lang, Verschueren, het misbruik. Zijn geest bleef op slot. Verdringen, bewust vergeten. Het was leven in de schaduw van het verleden. Volle bak werken. Hij stampte na zijn hogere studie een communicatiebureau uit de grond, boekte succes, verpatste zijn bedrijf zelfs aan een concern uit New York. Leven aan honderd per uur. Werken om te vergeten. Maar het borrelde, zijn gemoed werd onrustig. Ze moest eruit, de kwaal, het misbruik. Liefst snel. Geen langgerekt kruisverhoor, maar de waarheid. Kort, rechttoe rechtaan. In 2004, bij het schrijven aan zijn eerste roman, Zwijg als je praat, laat hij de protagonist zijn geheim ‘toevallig’ prijsgeven. Drie vrouwen en drie mannen uit twee generaties botsen er frontaal. Een verhaal van zwijgen en verzwegen worden. “Ik vertaalde een paar hoofdstukken in het Duits voor mijn vrouw. Maanden voor de publicatie. Die vraag: ‘Zijn dit feiten of is dit fictie?’ Ik keek haar aan. Ze wist het. Nu weet iedereen het.”

Zijn eigen dossier kwam eerst bij de commissie-Adriaenssens terecht, vervolgens bij het gerecht. Hij toonde zijn schoolrapporten. Zijn slechte punten voor godsdienst en Latijn. De leraar als oorzaak. Verschueren raakte bekend, in beperkte kringen. Hij praatte met de politie, met slachtoffers, met advocaten. Dezelfde vraag kwam steeds terug: ‘Ik kan toch niet de enige zijn met dat verleden?’ Maar schrijven of praten, België zweeg. Tot april vorig jaar. Vangheluwe. De sneeuwbal. Honderden slachtoffers op het voorplan.

Actie

De sneeuwbal werd een lawine, met de vordering als ultieme noodkreet. Een juridische aanval tegen de kerk. Het is de culminatie van anderhalf jaar bommen en granaten voor het altaar. Van de bekentenis van Vangheluwe, tot de commissie-Adriaenssens, tot de ramkoers van het gerecht, tot de tussenkomst van het parlement, tot de stomp in de maag van een maatschappij in overdrive. Schijngevechten over vergoedingen, over arbitrages, over hulpverlening, over het lot van honderden slachtoffers. Veel blabla, weinig concreets. Het enige wat nu op papier staat is de naam van Roel Verschueren. De wijn wordt ingeschonken. Eén vraag en de sluis gaat open.

“Ik kan toch niet apathisch aan de zijlijn blijven staan? Er moest iets gebeuren. 2010 was mijn zwartste jaar. De bekentenis van Vangheluwe: amper te beschrijven. De inbeslagname door De Troy, nog zoiets. Samen met de presentatie van het rapport-Adriaenssens zijn dat drie blanco dagen. Witte, lege pagina’s. Ik zat in Wenen, maar wilde erbij zijn. Deelnemen aan het beginnende debat hier in België. Ik had het al eens geschreven in een column, dat na landen als Ierland en Oostenrijk ook België niet heiliger kon zijn dan de paus.

“Er wordt nu nog altijd gewoon gebabbeld. Meer niet. Schadevergoedingen? Al iets van gemerkt? Je kunt toch niet blijven wachten op actie? In Ierland is de staat er nadrukkelijk bij betrokken, omdat het misbruik plaatsvond in onderwijsinstellingen, gerund door congregaties, maar eigendom van de staat. Ierland betaalt. Nederland? De commissie-Deetman heeft schadevergoedingen toegezegd, gaande van 5.000 euro tot 100.000 euro in uitzonderlijke gevallen. Oostenrijk? Daar speelt de kerk geen politie en kunnen slachtoffers na aanvaarding van een schadevergoeding zelfs nog altijd een klacht neerleggen. Een snelle, efficiënte afhandeling van het probleem. No nonsense. Een grote groep slachtoffers kreeg centen en is intussen in therapie. In de VS worden al járen enorme schadevergoedingen uitbetaald. Tal van congregaties zijn er failliet gegaan.

“En België, hier wordt gewacht, gekeken en geluisterd naar het buitenland. Resultaat? Niks. Toch niet verwonderlijk dat de kerk dan wordt gedagvaard? De bisschoppen, de congregaties, de paus, ze hadden allemaal de verantwoordelijkheid om die gevallen van misbruik correct in te schatten en te behandelen. Maar ze hebben het niet gedaan. En ja, het proces zal ongetwijfeld jaren duren. En ja, de afloop is misschien onzeker. Maar slachtoffers hebben recht op antwoorden. Er is kritiek gekomen op deze vordering, dat klopt. De uitspraken, zonder enige voorkennis, van Rik Torfs en de druk vanuit de kerk hadden tijdelijk een ontradend effect op het aantal deelnemers. Nadat bleek dat advocate Christine Mussche ook een pedofiel verdedigde, zakte dat aantal plots van in de zeventig naar amper 40. Nu zijn het er opnieuw bijna 80. Overlevers met een overtuiging. We willen zelf aan het stuur zitten.”

Finaliteit

Verschueren vertelt heel rustig, heel gestructureerd. Geen impulsief gehakketak, geen emotionele stoomtrein. Nu en dan een sigaret. Een slok wijn. Hij kijkt in de ogen, verstopt zich niet achter taal en theorie. Zijn emoties goed onder controle. Hij denkt er vaak over na, over zijn levensloop. Van succesvol reclameman tot schrijver/vertaler/vrij journalist tot symbolisch gezicht van een groep slachtoffers van seksueel misbruik. Verschueren heeft een bevlogen pen als het moet, een scherpe tong als het mag. Er hangen geen weerhaken aan zijn discours. Rustige vastheid bijna. Hij is zijn verleden de baas. De dader is dood, dat las hij in een jezuïetenkrantje op het internet.

Het lijkt misschien wat vreemd, voor een ongelovige. Een zelfverklaarde ignost: “De godsvraag is irrelevant omdat het antwoord niet verifieerbaar is. Geloven is al lang geen plicht meer, maar een recht, iets wat niet geloven altijd al is geweest. Neen, ik geloof dus niet.”

Waarom slijpt een niet-gelovige Vlaming dan zijn pen en zijn tong om het instituut kerk zowel juridisch als verbaal te steken? Waarom wil iemand met een warm gezinsleven, met een succesvolle carrière, nagenoeg al zijn tijd en energie investeren in de strijd tegen een instituut waar hij niet de minste voeling mee heeft? Een instituut dat zijn menselijke waardigheid heeft aangetast. Wat is zijn finaliteit? Hij praat over de schadevergoedingen, maar de schade is belangrijker dan de vergoeding. Voor hem draait het in se niet om centen. Hij eist geen blanco cheque voor pijn en verderf van de paus. Maar toch. Het recht als leidraad, is dat voldoende? Dik tachtig slachtoffers scharen zich achter de vorderingen. Tachtig verhalen van menselijk leed, Tachtig andere bedoelingen, tachtig verschillende verwachtingen. Wat wil hij zelf ?

Change

Verschueren: “De kerk dagvaarden is een democratisch toegestane stap van burgers die door het instituut zijn misbruikt en nu het heft in handen willen nemen, los van de ondemocratische en autoritaire organisatie. Ik misken de morele autoriteit van zowel de paus als de bisschoppen omdat ze zich schuldig hebben gemaakt aan misdaden tegen menselijkheid. Klinkt zwaar, maar dat is het ook. Niemand op deze aardkluit wil dat op zijn palmares, een dagvaarding van het Vaticaan. Maar geloof me, het moet.

“Deze groepsvordering is slechts een van de vele middelen die wereldwijd worden ingezet om de kerk, de paus, de Heilige Stoel te dwingen in te zien dat ze goed fout zitten. Het minste dat je kunt verwachten, zelfs als je als gelovige niet misbruikt werd, is dat de rechtstreekse verantwoordelijken van het instituut schuld bekennen. Begrijpen dat macht geen plaats mag hebben in hun missie. En die mensen die ze zelf ten gronde hebben gericht, financieel, moreel en hulpvaardig bijstaan. Geld is geen drijfveer, maar zoveel slachtoffers zijn er zo slecht aan toe, zowel financieel als psychisch, dat er dringend hulp nodig is. En die groep wordt met de dag groter. Elke dag krijg ik nog mails van nieuwe slachtoffers. Maar ook haatmails van diep christelijke fanatici die mij schofferen. Anonieme haatmails, dat ken ik nu ook. Mensen die mij vreemde landkaarten van Duitsland mailen. Het noorden is rood gekleurd. Die kaartjes moeten mij dan duidelijk maken dat het nazisme is ontstaan op een plek waar geen katholieken wonen. Pure waanzin. Maar ik laat me niet afschrikken. ook de anderen niet. Ik niet alleen.

“Ook Rik Devillé van de werkgroep Mensenrechten in de Kerk en Lieve Halsberghe van slachtofferorganisatie SNAP krijgen die nog altijd. Voor zo’n indringend en omvangrijk probleem, mag je toch wel oplossingen verwachten?”

“Wat voor mij minstens even belangrijk is, is dat de kerk haar nederige plaats moet terugvinden binnen een democratische staat. Alle kerkelijke wetten, elke stap die de kerk zet en beslissing die ze neemt, moet onherroepelijk ondergeschikt worden aan de democratische grondwet van het land dat het katholiek geloof als godsdienst heeft erkend en dus tolereert.”

Verschueren hoopt dat de kerk haar plaats niet alleen op wettelijk, maar evengoed op maatschappelijk vlak terugvindt.

Die maatschappelijke plek is veranderd sinds het doorbreken van het taboe. De kleilaag rond seksueel misbruik is gebarsten. Het onderwerp is bespreekbaar. Alleen familiaal misbruik blijft onder de radar. Het stoot Verschueren tegen de borst, de stilstand van de kerk versus de vooruitgang van het maatschappelijk debat. “Het taboe is geëvolueerd, de kerk niet. Na anderhalf jaar is het probleem ten minste bespreekbaar, heeft de maatschappij de ogen geopend, maar de kerk helemaal niet. Tenminste de kerk als instituut niet.”

Verschueren maakt hier een onderscheid tussen de ‘bedieners’ van de liturgie, zoals de bisschoppen en de priesters, en het instituut zelf, de Heilige Stoel.

“Sinds de uitbraak van de schandalen heeft de kerk zich bijzonder archaïsch opgesteld. En dat zal ook niet snel veranderen. Wie denkt het Vaticaan en de heersende paus op andere gedachten te kunnen brengen, is naïef. De vastgeroeste ideeën en regels, de kerk van de dogma’s, dat krijg je er ook de volgende generatie nog niet uit. Denk ik. Er heerst een discrepantie tussen de top en de basis. Er is een onderstroom op gang gekomen in de gelovige gemeenschap. Een onderstroom die het niet eens is met de leidinggevenden van het instituut.

“In Oostenrijk hebben meer dan driehonderd priesters zich ongehoorzaam verklaard aan het Vaticaan omdat ze het niet eens zijn met de huidige standpunten. Zaken als het celibaat, de toegang van vrouwen tot de liturgie, het verouderde canoniek recht, het uitsluiten van gescheiden gelovigen van de communie, pikt de basis niet langer. Dat is toch bijzonder boeiend. Het is een menselijke evolutie van de geloofsgemeenschap. Het sociaal-maatschappelijke engagement van de basis tegenover het machtsmechanisme van de top.”

Mislukking

Kan de kerk zich aan het andere verwachtingspatroon van de basis aanpassen? Met andere woorden, kan de ideologie binnen de kerk écht veranderen?

“Met de huidige paus zal het vast niet lukken. Misschien als er bij de volgende niet-democratische verkiezing voldoende ruimte is voor de nieuwe generatie bisschoppen. Zoals Johan Bonny in Antwerpen. Zij zijn het die de zware lasten dragen, niet de generatie van Danneels. Als in die laag, bij de Bonny’s van deze wereld, begrip ontstaat voor de basis, dán is een omwenteling mogelijk.

“Met Léonard zal het ook niet lukken. Die man is verloren. Op theologisch vlak heeft hij zijn verdienste, maar maatschappelijk? Léonard heeft zich dusdanig arrogant gedistantieerd van elke mogelijke hervorming dat hij buitenspel staat. Danneels net hetzelfde. Oog in oog met Danneels zou ik zelfs agressief worden. ‘Zwijg mij over Danneels’, heb ooit gezegd in een debat. Slip of the tongue. Hij verstopt zich, verslikt zich in zijn eigen onmacht. Hoe kan hij nog in het reine komen met zichzelf. Hij wist álles, dat bevestigen alle bronnen. Maar hij zweeg. Dat maakt mij kwaad. Ik zou het hem nochtans willen vragen: Waarom? Waarom heb je niks gezegd. De psychologie van de verdringing. Die kenmerkt niet alleen slachtoffers.”

Maar wat als de kerk niet muteert? Wat als een jarenlange procesgang op niks uitdraait. Geen geld, geen excuses, geen eerherstel. Dan blijft misschien alleen het stigma over. Hij, Verschueren, die de kerk voor de rechter sleepte. “Dan zal het niet aan de argumentatie liggen, noch aan de juridische onderbouw, noch aan een gebrek aan bewijsmateriaal. Maar er zal een uitspraak komen, in welk land dan ook, voor welk gerecht dan ook, die er geen twijfel zal laten over bestaan dat zowel de huidige paus als bepaalde bisschoppen in de wereld flagrante inbreuken hebben gepleegd tegen de fundamentele mensenrechten van tienduizenden slachtoffers. En zelfs als dat nog lang zal duren, vergeten we ondertussen de kracht niet van echte gelovigen, die vandaag al er alles aan doen om de dringende vraag om hervormingen beantwoord te zien, waardoor ze onrechtstreeks meewerken aan ons einddoel: dat nooit nog een kind binnen de kerk misbruikt wordt.”

Reacties uitgeschakeld voor De kerk moet schuld bekennen

Opgeslagen onder De Morgen, Interviews

Seksueel misbruik in de kerk, een jaar later

Apache Newslab – Opinie – 13 april 2011

Het is ondertussen pijnlijk duidelijk geworden dat een jaar na het terugtreden van Roger Vangheluwe wegens seksueel misbruik op zijn neef, en zes maanden na het verschijnen van ‘Morgen is van mij, een antwoord op seksueel misbruik in de kerk’ , mijn voorspellingen in het boek één voor één zijn uitgekomen. Dat ik daaromtrent vooral ontgoocheling en geen greintje triomf voel, zal hopelijk niemand verbazen.

Nodeloos alle feiten, voorvallen, beslissingen, besluiten, uitspraken, weerspraken, debatten en verslagen te herhalen die sinds een jaar hun weg in de pers hebben gevonden… het enige positieve aan de hele situatie is precies dat de situatie ondertussen door iedereen gekend is.

Moe

Vanuit de kerk ontbreekt elk initiatief, vanuit justitie komen uitsluitend ontgoochelende berichten, de parlementaire commissie heeft zich met haar plan voor een arbitragestrategie afhankelijk gemaakt van de goodwill en medewerking van de bisschoppenconferentie. Een therapeutisch netwerk bestaat nog altijd niet.
De publieke opinie is moe, de pers is moe, de kerk inert, justitie speelt procedurespelletjes, slachtofferorganisaties sluiten de rangen niet, zelfs advocaten liggen overhoop omdat ze mekaar het licht in de ogen niet gunnen.

Ondertussen is Peter Adriaenssens overwerkt. Hij heeft alleen al voor andere familiale en misbruikdrama’s 48 uur per dag nodig. In zijn nawoord in mijn boek schreef hij:

Roel schrijft in zijn boek dat alles valse hoop is. Daar zou ik willen dat ik het niet met hem eens moet zijn. Daar mogen we het niet mee eens zijn. Die opdracht ligt nu bij ons allen. Om ons schaamtegevoel tot herkenning te maken.

Hij zou me vandaag, met tegenzin zo veel is zeker, over mijn voorspellingen van toen, over de hele lijn gelijk geven.

En Vangheluwe? Zijn toekomst is de enige toekomst die zeker is. Hij mag rustig oud worden in een klooster in de Loirestreek, hij blijft Monseigneur, blijft priester, blijft zijn inkomen ontvangen dat we via de staat met zijn allen voor hem verzekeren, en hij blijft uiteindelijk de meest gerenommeerde onbestrafte Belgische pedofiel.

Class-action

Het is voor een schrijver-columnist soms verschrikkelijk gelijk te hebben. Het is voor een slachtoffer echter nog erger te moeten besluiten dat de enige weg die nog open ligt, de harde, lange en pijnlijke weg is van een class-action. Een juridisch initiatief waarbij mensen die vergelijkbare schade werd toegebracht, gezamenlijk vechten om voor die schade erkend en vergoed te worden. En daar is niets immoreel aan. Een slachtoffer van een christelijke congregatie in België is even veel waard als een slachtoffer van dezelfde congregatie in Boston, en moet hier gelijkwaardig vergoed worden voor de aangerichte schade. Er mag geen selectieve schaamte zijn, er kan geen juridisch onderscheid worden gemaakt tussen het twaalfjarig kind dat door een priester in Amerika werd misbruikt en een twaalfjarig kind dat in een college in Antwerpen of Brussel werd misbruikt.

Wie niets doet, niet doorzet en uiteindelijk opgeeft, kan op termijn zichzelf niet meer in de ogen kijken. Niets doen is sterven, langzaam, maar zeker

Immoreel zou zijn, dat te willen verdedigen op basis van ‘andere landen, andere gebruiken’, omdat de argumentatie ‘andere landen, andere misbruiken’ niet opgaat. Want het is hetzelfde instituut dat ervoor verantwoordelijk is dat dit onrecht heeft kunnen plaatsvinden, heeft kunnen blijven duren, en flagrant werd genegeerd, nog altijd wordt ontkend, zoniet verstopt en verzwegen.

Maar wie gewoon in de woede blijft steken, is verlamd. Zoveel als angst verlammend is. Irrationele woede, de kwaadheid omwille van de kwaadheid, betekent al te vaak dat de dader van het misbruik nog altijd de bovenhand over het slachtoffer heeft, dat hij nog niet overwonnen is. En een slachtoffer dat het gevoel heeft er alleen voor te staan, kan maar weinig vooruitgang boeken. Media vermijden, al langer dan vandaag, die slachtoffers die uitsluitend door woede worden gedreven. Ook van slachtoffers wordt verwacht dat ze enige vooruitgang boeken.

Woede en angst

Warme lucht is het laatste wat we nu nodig hebben. En die blaast uit nogal wat richtingen de laatste tijd. Zij die werden misbruikt, verkracht en genegeerd, hebben er baat bij zich te laten vertegenwoordigen door mensen die bovenop troost en begrip, een duidelijke juridische weg afbakenen, binnen wat wettelijk en menselijk mogelijk is, met kennis en ervaring die aanvullend is, en daardoor de situatie van het slachtoffer uitklaren. Woede en angst zijn ook in de situatie waarin we ons bevinden, de grootste vijand van een oplossing en houden slachtoffers in een isolement waaruit ze zichzelf, dringend moeten bevrijden.

Robert, mijn vriend redacteur buitenland van het Oostenrijkse weekblad Profil, vroeg me onlangs wat nu de ‘situatie’ is in België omtrent misbruik en de kerk. Ik kon niet anders dan hem vertellen dat wat na zovele maanden overblijft, de enige strohalm is die ondertussen tachtig slachtoffers hebben vastgegrepen: zich aansluiten bij een class-action, een primeur voor België, tegen het instituut en haar verantwoordelijken waardoor het slachtoffers werd misbruikt. Want wie niets doet, niet doorzet en uiteindelijk opgeeft, kan op termijn zichzelf niet meer in de ogen kijken. En dat is precies wat we met zijn allen ondertussen al lang genoeg hebben gedaan. Niets doen is sterven, langzaam, maar zeker.

Roel Verschueren is journalist en auteur van ‘Morgen is van mij. Een antwoord op seksueel misbruik in de kerk’. Hij woont en werkt in Wenen.

Reacties uitgeschakeld voor Seksueel misbruik in de kerk, een jaar later

Opgeslagen onder Apache Medialab

Ook ‘overlevers’ sterven: in memoriam San Deurinck

In Bangkok is gisterenavond San Deurinck (65) overleden. Als slachtoffer van pedofilie in de kerk was Deurinck één van de eersten om openlijk zijn verhaal te doen. Roel Verschueren, auteur van het boek Morgen is van mij. Een antwoord op seksueel misbruik in de kerk, brengt hulde aan de strijdvaardige overlever. ‘We hebben je gehoord.’

San Deurinck koos als overlever van seksueel misbruik in de kerk voor confrontatie. Als geen ander liet hij van zich horen.

“Ik zeg u, slachtoffers, en alleen slachtoffers begrijpen wat andere slachtoffers hebben meegemaakt.”

“Ik vrees dat dit juist is, en tevens tot de kern van het probleem hoort”, schrijft San in een e-mail van 2 mei 2010 als reactie op een zin uit mijn column in De Standaard. “Als de kerk erin slaagt dit heelhuids te overleven, zal dat zeker niet zo zijn voor de slachtoffers.”

Geweten schoppen

‘Ervaringsexpert’ ondertekent hij zijn bericht. San op zijn best, diepe kwaadheid, vaak verscholen achter een knipoog. Frustratie toegedekt door een immense kennis en betrokkenheid bij ‘zijn zaak’. Ingehouden droefheid en verstopte onmacht, als onderlaag voor scherp en zuiver geformuleerde standpunten. San op zijn best.

De man die ervoor streed dat slachtoffers zichzelf als ‘overlevers’ zouden gedragen, omdat overlevers niet passief in hun zetel wegkwijnen zonder met wat met hen gebeurd is iets te willen aanvangen. Een geweten schoppen, ogen openen, overtuigen dat “van de kerk niets, maar dan ook niets, te verwachten is”.

Rugzak vol principes

San was het met weinig mensen eens, dat is meestal zo met interessante lieden, maar eigengereidheid stond relativering niet in de weg

Hij hoort midden maart iemand op de Vlaamse televisie zeggen dat er in België weinig gevallen van misbruik waren, dat sinds Dutroux de stal is uitgemest. Dat is voor San ‘de weg naar Damascus’. Vanaf dat moment hangt hij zes tot zeven dagen per week meer dan veertien uur aan de computer, vecht zich door bergen informatie en documentatie, en worstelt met een beschadigde heup en kapotte rug. Gevolgen van zijn verbetenheid. Hij betaalt voor het eerst een prijs: hij moet een van zijn grootste passies opgeven, zijn motorfiets. Zijn andere ‘hobby’, zoals hij zelf zegt, kerkgeschiedenis, komt hem meer van pas, brengt hem sneller vooruit in de richting die hij zelf bepaalde: publieke verbale confrontatie. Hij vertelt als eerste zijn verhaal, toont als eerste zijn gezicht op de Vlaamse televisie, die nog moet leren hoe met deze openheid om te gaan. San zal het hen in de komende maanden leren, meer dan hen lief is. Hij weet dat hij vanuit Bangkok minder slagkracht heeft, blijft langer dan afgesproken in België, zijn vrouw begrijpt waarom hij in Vlaanderen nodig is. Zij blijft als verpleegster aan de ziekenbedden staan in haar thuisland.

Achter soms ludieke kwinkslagen schuilt een rugzak vol principes. Principes zijn heilig voor San: vertrouwen en vrijheid: “We zeggen ons gedacht, we proberen een zelfde standpunt in te nemen, lukt dat niet, dan wordt in eigen naam gesproken.” Er is niet één journalist in Vlaanderen die ooit over misbruik schreef, waarop hij niet reageerde. San Deurinck wordt onontkoombaar in de online-debatten, redacties krijgen bijna dagelijks iets van hem te horen, nieuwssites met blogs gebruikt hij als forum, zo ook de Werkgroep Mensenrechten. Helder, haarscherp, met een eigen humor als het in de context past.

De weg van de heling

Keihard veroordeelt hij het aangifteformulier dat ik uit frustratie via De Standaard in mei online stel, en dat door de Commissie-Adriaenssens wordt overgenomen. “Onwetenschappelijk”, schrijft hij, en hij heeft natuurlijk gelijk. Toch volgt: “Alhoewel ik het niet helemaal eens ben met je aanpak, wens ik je toch veel reacties toe. Alleen als de druk stijgt, komt er een kans op een degelijk onderzoek.”

San was het met weinig mensen eens, dat is meestal zo met interessante lieden, maar eigengereidheid stond relativering niet in de weg. Ook de paragraaf uit het verslag van Adriaenssens in september ontging hem niet: “We schatten dat ongeveer 70 procent van alle slachtoffers die zich tot de Commissie gericht hebben, dit formulier ontvingen.”

De parlementaire commissie waarvoor hij vocht, is er uiteindelijk gekomen, hoewel hij ook over haar werking zijn mening had. Hij zal het eindverslag nooit lezen, niet kunnen fulmineren zodra het er zal zijn. Maar alles was beter dan de kerk: “De weg van de heling voor de slachtoffers loopt niet langs Sint-Rombouts of het justitiepaleis. Dat heb ik niet zo gewild, de kerk heeft daarvoor gezorgd.”

Zijn teksten worden gebundeld en uitgegeven, zijn eigen woordenschat mag niet verloren gaan. Vaarwel schrijver, anarchist, clown, vechter, overlever… We hebben je gehoord.

Roel Verschueren is vrij journalist en auteur van ‘Morgen is van mij. Een antwoord op seksueel misbruik in de kerk’ en voerde tijdens de maanden voorbereiding uitvoerig briefwisseling met San Deurinck. Hij woont en werkt in Wenen.

Reacties uitgeschakeld voor Ook ‘overlevers’ sterven: in memoriam San Deurinck

Opgeslagen onder Apache Medialab

In naam van de lotgenoten

Roel Verschueren is een Vlaamse publicist die in Wenen woont. Tijdens de afgelopen maanden schreef hij voor de kranten ‘De Standaard’ en ‘De Tijd’ columns over het seksuele misbruik van kinderen door Europese geestelijken. In zijn boek ‘Morgen is van mij’ heeft hij het nu ook over zijn eigen ervaring met misbruik.

‘Wie op zoek is naar sensatie, heeft het verkeerde boek in de hand’, luidt de eerste zin van uw voorwoord. 
Daar wilde ik meteen geen twijfel over laten bestaan. Op de columns die ik voor ‘De Standaard’ en ‘De Tijd’ schreef, kreeg ik veel reacties. Zo leerde ik de specifieke verhalen kennen van vijf slachtoffers van seksueel misbruik door geestelijken. Eén van hen is een ‘onrechtstreeks’ slachtoffer: haar broer heeft zelfmoord gepleegd. Aan de andere kant gebruik ik als motto voor het boek een citaat van Wittgenstein: ‘Alles wat uitgesproken kan worden, kan duidelijk uitgesproken worden.’

Toch stoort het u dat de media gretig op zoek blijven naar persoonlijk getinte verhalen, het liefst zonder schuilnaam, én met een foto erbij?
Ik begrijp dat iedereen zijn rol te vervullen heeft in dit debat. Maar sinds de voorstelling van het verslag van de commissie-Adriaenssens heeft het publiek toch al kennisgemaakt met zulke persoonlijke verhalen. En mensen als Sam Deurinck en Jan Hertogen hebben een gezicht gekregen, omdat ze er blijkbaar klaar voor waren om zichzelf te outen. Nu komt het er vooral op aan dat we als samenleving een volgende stap zetten.

Cruciaal voor de storm die de Kerk momenteel meemaakt, blijft voor u het initiatief van de jezuïet Klaus Mertes, hoofd van het Berlijnse Canisiuscollege.
Eind vorig jaar besloot hij de school waarvoor hij verantwoordelijk is, op te kuisen. Zijn uitgangspunt was: ‘Ik kom tot de vaststelling dat hier, vóór mijn tijd, dingen gebeurd zijn die ik niet kan vatten. Ik wil ooit de fierheid hebben om te zeggen dat iedereen die op deze school misbruikt is, zijn verhaal heeft kunnen doen en dat we samen naar een oplossing hebben gezocht.’ Meer dan welke bisschop ook heeft Klaus Mertes een mea culpa geslagen. Die nederigheid vond ik groots. Toen hem werd gevraagd of hij woedend was op de daders, antwoordde hij: ‘Niet zozeer op hen. Ze zijn me veel te vreemd. Maar het zwijgen, het wegkijken maakt me woedend.’ Vanaf dat moment ben ik me in de problematiek van het seksuele misbruik door geestelijken gaan verdiepen. Ik ging research doen: eerst over de situatie in Duitsland, later over die in Oostenrijk en Nederland.

Uiteindelijk vielen ook de dominostenen in België. Dat was onvermijdelijk?
Natuurlijk. Waarom zou ons land een uitzondering zijn? (schamper) Omdat de moedermelk hier zuiverder is? Omdat de Kerk hier alleen bewezen niet-kandidaat-kinderschenders tot het priesterambt toelaat? Nadat ik in maart mijn eerste column over het onderwerp had geschreven, kreeg ik al snel heel wat reacties. Dat was nog vóór de zaak Vangheluwe. Nadien is de respons alleen maar toegenomen.

In uw boek benadrukt u dat de slachtoffers geen homogene groep vormen.
Wie dat veronderstelt, maakt een zware denkfout. Het is een verzameling van mannen en vrouwen – verscheurde zielen, zeg maar – die elk hun eigen lijden hebben meegemaakt. Het enige gemeenschappelijke is dat ze nu samen onder de noemer ‘slachtoffer’ worden geplaatst. De grote uitdaging luidt: hoe krijg je zo’n heterogene groep georganiseerd? Momenteel bevinden we ons nog in een chaotische toestand. Dat is normaal, dat kun je nagaan bij soortgelijke kantelmomenten in de geschiedenis. Minister Vandeurzen roept dat hij een initiatief voorbereidt, Stefaan De Clerck wil de verjaring bekijken… Vanuit diverse hoeken worden dus impulsen gegeven, alleen hoop ik dat alles straks op een meer gecoördineerde manier verloopt.

De afstandelijke manier waarop aartsbisschop Léonard reageerde op het verslag van de commissie Adriaenssens, ontlokte Stefaan De Clerck de bedenking: ‘Léonard is een intellectueel, maar veel gelovigen hebben het moeilijk om zijn rigiditeit te plaatsen.’
In nogal wat media heb ik kunnen lezen dat Danneels en Léonard elk hun eigen manier van handelen hebben, elk een specifiek taalgebruik hanteren. Maar laten we toch vooral niet vergeten dat ze allebei onder de enorme invloed van het Vaticaan staan. Geen van beiden heeft tot nog toe een stap gezet zonder eerst naar de nuntius te luisteren. En die nuntius komt met de dwingende adviezen vanuit Rome. Zolang de stemming daar niet verandert, moeten we geen radicale ommezwaai bij onze kerkelijke hiërarchie verwachten. Terwijl de slachtoffers juist op duidelijke signalen blijven hopen.
Wat moet er volgens u in de eerste plaats gebeuren?
Een politicus die zegt dat de verjaring moet verlengd worden met een aantal jaren, gaat niet ver genoeg. Ik vind dat – wegens de omvang en ernst van deze zaak – de verjaring uitzonderlijk helemaal moet worden afgeschaft. Wie ooit een kind heeft misbruikt en vandaag nog leeft, of wie weet had van zo’n misbruik en dat heeft verzwegen, moet zijn straf krijgen. Hoe zwaar die straf hoort te zijn, is aan het gerecht om uit te maken.
‘Slachtoffers vragen niet dat de hele Kerk zou boeten’, noteert u. ‘Ze zijn niet op alle geestelijken kwaad. Ze vragen dat de daders en verzwijgers uit de Kerk verwijderd zouden worden.’
Mag ik even een link leggen met mijn persoonlijke verhaal? Van het eerste leerjaar in het lager onderwijs tot het tweede middelbaar heb ik bij de jezuïeten school gelopen. Toen heb ik me bewust laten zakken. Dat was de enige manier om weg te raken van de onderwijsinstelling waar ik door die pater was misbruikt. Maar daarom kan ik toch niet kwaad zijn op die héle school? Hoe graag ik daar ook mijn humaniora had afgemaakt.


De stille loyaliteit
Aan het seksuele misbruik door ‘De Haas’, de bijnaam van de pater in kwestie, besteedt u slechts vier pagina’s, omdat het u inderdaad niet te doen was om sensatie. Maar het zijn wel heel wrang geschreven bladzijden: ‘Ik moest maar heel even blijven, het zou zo voorbij zijn. Hij nam zijn rode balpen en hij leunde met zijn ronde hoofd over mijn linkerschouder om te kijken naar het blad voor ons terwijl hij mij op zijn schoot trok. (…) Hij begon te neuriën terwijl hij zich met afgemeten bewegingen tegen mijn lichaam aandrukte. Dan zag ik zijn balpen naar de linkerzijde van de kleine nul gaan. De Haas vroeg gemaakt plagend of het streepje naar boven moest of aan de rechterkant van de nul naar beneden. Een zes dan wel een negen maakte voor mijn moeder ontzettend veel uit. En niet in het minst voor godsdienst en Latijn.’
Ik heb het thuis nooit verteld. In 2008 heb ik het wel even fictief verwerkt in mijn roman ‘Zwijg als je praat’, een boek over een andere thematiek: gezinnen met een collaboratieverleden. Pas een paar weken geleden, in het vooruitzicht van het verschijnen van ‘Morgen is van mij’, heb ik mijn moeder – ze is 88 – voorzichtig duidelijk gemaakt wat me op die school is overkomen.

U blijkt niet het enige slachtoffer dat zijn ouders er nooit mee heeft willen belasten.
Zo zijn er inderdaad velen geweest. Dat moet je zien in de maatschappelijke context van toen. Veertig, vijftig jaar geleden bestond er nog geen cultuur waarin er tussen ouders en kinderen openlijk over seksualiteit werd gepraat. Om nog te zwijgen over andere kenmerken van die tijdgeest. De mensen waren superkatholiek en hadden het beste voor met hun kroost: ze werkten zich te pletter om hun kinderen toch maar te kunnen laten studeren, iets waar ze zelf niet of nauwelijks de kans toe hadden gehad. Dat besefte je zelf als kind ook maar al te goed. Dus zweeg je, uit een soort loyaliteit. Bovendien zat je ook met de vraag of ze je überhaupt zouden geloven. Het was allesbehalve vanzelfsprekend om je ouders te vertellen dat de priester – de man naar wie ze zo opkeken – zich aan jou vergrepen had.

Zitten nu niet heel wat geestelijken-op-leeftijd met een grote schrik dat ze, op de valreep, nog met hun daden zullen worden geconfronteerd?
Ik hoop het. Laat ze maar eens goed met de schrik zitten. Angst kan namelijk een katalysator zijn om eindelijk eens tabula rasa te maken met je foute verleden. Op een bepaald moment komt zo iemand misschien tot het besef dat hij maar beter alles opbiecht. Dan is hij tenminste van zijn angst af.

Auteur Oscar van den Boogaard liet zich in een column in ‘De Standaard’ ontvallen: ‘Ik ben blij met mijn katholieke opvoeding, hoe schijnheilig die ook was.’
Zelf kwam ik eerlijk gezegd vroeg – als tiener al – tot de vaststelling dat het geloof niks voor mij was. Dat staat los van wat er met die pater gebeurd is. Ik heb het geloof niet nodig om gelukkig te zijn. Maar ik respecteer wie dat in zijn leven wél noodzakelijk acht.
Veel latere relaties van seksueel misbruikte jongens en meisjes zijn afgesprongen op het onderwerp misbruik, schrijft u: ‘Partners die de rollercoaster aan gemoedswisselingen niet meer konden verdragen, of definitief wilden ontsnappen aan de repetitieve en alsmaar diepere depressies van hun misbruikte partner.’
In dat opzicht heb ik meer geluk gehad dan andere slachtoffers. In mijn relaties ben ik altijd meteen eerlijk geweest over wat me is overkomen, zonder de partner ermee te willen belasten. Ik heb ook nooit therapie moeten volgen.

Voelt u zich een ander mens nu uw boek in de winkels ligt?
Ik hoop in de eerste plaats dat het iets bijdraagt tot het evolueren van het maatschappelijke debat in de juiste richting. En lotgenoten wilde ik met de titel duidelijk maken: er is een fundamenteel verschil tussen zeggen ‘Ik ben een slachtoffer’ en ‘Ik was een slachtoffer’.
‘Morgen is van mij’ van Roel Verschueren verscheen bij de uitgeverij Lannoo.

Reacties uitgeschakeld voor In naam van de lotgenoten

Opgeslagen onder Interviews