Zijn woorden als ‘spijt’, ‘vergeving’ en ‘genezing’ genoeg?

De Morgen – Opinie, 10/2/2012

Wat staat de Belgische slachtoffers van seksueel misbruik de komende maanden te wachten? Veel, zoveel is zeker. Er wordt verwacht dat ze beslissen. Waarschijnlijk een van de belangrijkste beslissingen uit hun leven en de tijd begint te lopen. De richtingen die ze uitkunnen op een rijtje.

Piste 1: niets doen
Met de sinds jaren opgebouwde degout tegenover welke niet-oplossing dan ook, kan een slachtoffer vandaag gewoon beslissen dat deze hele heisa aan hem/haar voorbij gaat. Vanuit de overtuiging dat niemand in staat is om voor de nodige erkenning en compensatie te zorgen die voor hem of haar te lang is uitgebleven. Nogal wat slachtoffers zijn moe, hebben niet de energie om de hele mallemolen (nog eens) te doorlopen. Ik ken ze, en respecteer hun mening. Deze overlevers moeten dan ook aanvaarden dat na 31 oktober 2012, de aangeboden pistes (arbitrage of mediatie) definitief gesloten zullen worden.

Piste 2: contact opnemen met het meldpunt van het bisdom waar het misbruik heeft plaatsgevonden

Dit is de piste aangeboden vanuit de kerk en kan een stap zijn die de arbitragecommissie voorafgaat, mocht alsnog geen gewenst resultaat worden bereikt.

Deze geboden mogelijkheid, die per bisdom is georganiseerd, beoogt via gesprekken (mediatie of herstelbemiddeling) tot een vergelijk te komen. Deze weg staat open voor alle slachtoffers, ook diegenen die zich al via juridische weg hebben aangesloten bij andere procedures en voor wie de feiten verjaard zijn.

Als de dader heeft bekend en nog in leven is, bestaan buiten de structuren van de Kerk de vzw’s Suggnomè en Médiante die erkend en gefinancierd worden door de Federale Overheidsdienst Justitie. Daar kan men terecht voor begeleiding door een neutrale derde in de communicatie tussen slachtoffer en dader. Zoniet kan men ook herstelbemiddeling vragen tussen het slachtoffer en een kerkelijke overheid. Lukt dit niet: piste 3.

Piste 3: contact opnemen met de arbitragecommissie
Dit moet gebeuren tussen 1 maart en ten laatste eind oktober 2012. Na deze datum blijven voor slachtoffers alleen nog de drie andere pistes over. De arbitragecommissie is geen mediatief orgaan, haar uitspraken zijn bindend zonder mogelijkheid tot verhaal. Slachtoffers moeten weten dat de verantwoordelijken van het instituut waarbinnen ze werden misbruikt, medezeggenschap hebben in de uitspraak van de commissie. Externe experts zouden de neutraliteit van de uitspraak moeten garanderen, hier is het echter afwachten wat de eerste ervaringen zullen zijn. Hier worden de compensatiecategorieën gehanteerd die ondertussen genoegzaam bekend zijn: van 2.500 euro (cat.1) tot een maximum van 25.000 euro (cat.4), geïsoleerde uitzonderingen kunnen hopen op meer.

Piste 4: groepsvordering tegen de Heilige Stoel, de Belgische bisschoppen en de oversten van de Belgische congregaties

Deze groepsvordering, ingeleid door de advocaten Van Steenbrugge en Mussche, beoogt de gedagvaarde partijen te laten veroordelen voor “schuldig verzuim”. De slachtoffers die zich bij deze groepsvordering hebben aangesloten (127 in februari 2012), beogen erkenning en financiële vergoeding, maar vooral een schuldbekentenis van de kerkelijke oversten die het misbruik niet hebben aangepakt zoals het een instelling als de kerk betaamt, noch zoals het van morele gezagvoerders en machthebbers binnen het instituut mag worden verwacht. De uitspraak ligt in de handen van wereldlijke rechters die zich zullen baseren op bewijsvoering aangedragen door de advocaten en de slachtoffers zowel als door justitie. Deze piste is eigenlijk een complementaire mogelijkheid.

Kleur bekennen
De tijd is aangebroken om kleur te bekennen en ik heb het niet over de slachtofferorganisaties (Werkgroep Mensenrechten in de Kerk (Rik Devillé), SnapBelgium (Lieve Halsberghe), Overleggroep Slachtoffers-Kerk (Jan Hertogen)) maar over de overlevers zelf. Wie met de woorden ‘spijt’, ‘vergeving’, ‘genezing’, ‘erkenning’, ‘tegemoetkoming’, ‘compensatie’ tevreden is, kan zich in de eerste drie oplossingen waarschijnlijk vinden. Voor nogal wat slachtoffers gaat het echter niet uitsluitend over financiële compensatie, erkenning, excuses of enig ander omfloerst woord. Ik wil een niet foutief te interpreteren schuldbekentenis, bovenop het excuus. Een duidelijk ‘mea culpa, mea maxima culpa’ van de kerkelijke verantwoordelijken die de daders de hand boven het hoofd hebben gehouden, meer dan een halve eeuw het probleem systematisch hebben verstopt en genegeerd, het eigen welzijn en de reputatie van de kerk boven het leed van de slachtoffers hebben gesteld en hen daardoor in de situatie hebben gebracht die ze nu eindelijk moeten proberen af te sluiten. “Ik ben schuldig, ik heb schuld, wij hebben schuld.” Voor minder ga ik niet.

Reacties staat uit voor Zijn woorden als ‘spijt’, ‘vergeving’ en ‘genezing’ genoeg?

Opgeslagen onder De Morgen

Reacties zijn gesloten.